20 maart 2021

5 aandachtspunten bij weigering of lagere vaststelling NOW subsidie

Categorie: Bestuursrecht

Werkgevers die gebruik hebben gemaakt van de eerste Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW-1 / eerste aanvraagperiode) kunnen tot 31 oktober 2021 bij het UWV een aanvraag doen voor definitieve vaststelling van de hen toekomende NOW-subsidie. Het vaststellingsloket voor de tweede aanvraagperiode (NOW 2) is enkele dagen geleden, op 15 maart 2021, geopend. De overige aanvraagperiodes volgen later. Hieronder geven we een korte toelichting op aandachtpunten die van betaling zijn als de NOW-steun definitief wordt vastgesteld, in het bijzonder als de NOW-steun lager uitvalt dan het bedrag dat met het voorschot is verstrekt of zelfs op nihil wordt vastgesteld.

1. Vragen om intrekking NOW-steun aanvraag

De opening van het aanvraagloket voor de subsidievaststelling op grond van de NOW-1 heeft volgens het UWV tot vele verzoeken tot intrekking van de eerdere subsidieaanvraag geleid. Volgens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is de afhandeling van deze intrekkingen zodanig arbeidsintensief dat een risico voor de uitvoering van de NOW is ontstaan. Om die reden heeft de Minister bepaald dat het UWV het merendeel van de intrekkingsverzoeken van de NOW-steun direct mag afwijzen. Indien u vreest voor een lagere subsidievaststelling dan met het voorschot is verstrekt, biedt het indienen van een verzoek tot intrekking van de eerdere subsidieaanvraag dus in beginsel geen soelaas.

Wel is de vraag tot in hoeverre de beslissing van de Minister in lijn is met het uitgangspunt van het subsidierecht dat altijd kan worden verzocht om intrekking van de verleningsbeschikking zolang de subsidie nog niet is vastgesteld. Immers, bestaat hiervoor geen wettelijke grondslag. Het afwijzen van intrekkingsverzoeken zonder enige inhoudelijke beoordeling te verrichten, kan zeer wel in strijd zijn met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, meer specifiek het evenredigheidsbeginsel. Een advocaat bestuursrecht kan u hier meer informatie over geven.

2. NOW-regeling kent geen hardheidsclausule

Zoals aangegeven kan een eenmaal verstrekt voorschot wel teruggevorderd worden wanneer een hoger bedrag als voorschot is vastgesteld in het subsidiebesluit. Tegen dit definitieve NOW-besluit kunt u bezwaar aantekenen. Dit is mogelijk nu de uiteindelijke vaststelling wordt gebaseerd op het achteraf vastgestelde omzetverlies. De NOW-regeling voorziet niet in bepalingen die ertoe strekken eventuele gevolgen van de terugvordering te verzachten.

In haar eerste uitspraak in hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) mede een oordeel gegeven over het feit dat de NOW-regeling geen hardheidsclausule kent. Zie voor de volledige inhoud van deze uitspraak een eerdere blog. Met andere woorden, maatwerk leveren behoort niet tot de mogelijkheden. De CRvB acht zulks niet in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, nu de NOW-regeling enkel beoogt op zo kort mogelijke termijn zoveel mogelijk werkgelegenheid te behouden.

Voor wat betreft de NOW-3 is zelfs in de toelichting aangegeven dat instandhouding van de werkgelegenheid niet langer het enige doel is. De NOW-3 is ook bedoeld om voor te bereiden op en aan te passen aan de nieuwe economische situatie. Daarbij wordt opgemerkt dat niet alle werkgelegenheid kan worden behouden. Voor werkgevers die wensen bezwaar te maken tegen hun vaststellingsbeschikking (waarmee het daadwerkelijke subsidiebedrag wordt vastgesteld), is van belang te weten dat een beroep op het evenredigheidsbeginsel wel tot de mogelijkheden behoort. Op grond hiervan mogen de voor de belanghebbende nadelige gevolgen van een besluit niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit gediende doelen.

3. Afwijken van peildata loonsom voor NOW-steun kan alleen bij calamiteit

Bij de uiteindelijke vaststelling van de hoogte van de NOW-subsidie zijn zowel de daadwerkelijke omzetdaling als de loonsom van belang. De definitieve steunbijdrage wordt gebaseerd op de omzetdaling en de totale loonsom over de toepasselijke referteperiode, tot aan een gegeven maximum en vermeerderd met een opslag van 30% (NOW-1) en 40% (NOW-2 en NOW-3) voor werkgeverslasten.

De toepasselijke referteperiodes blijken uit de NOW-regeling. De hierin gegeven peildata geven aan van welk tijdvak de loongegevens gebruikt worden om de tegemoetkoming te berekenen. Uit de eerder genoemde uitspraak van de CRvB is gebleken dat in zeer incidentele gevallen van het voorgeschreven tijdvak kan worden afgeweken. Hierbij kan gedacht worden aan een calamiteit waardoor de aanvrager niet in staat was tijdig de loonaangifte te doen.

Een strikte toepassing van peildata kan echter vergaande gevolgen hebben voor werkgevers. In dit verband is onder de NOW-1 een verruiming van de loonsombepaling toegepast. Deze heeft tot gevolg dat seizoensgebonden bedrijven die in januari 2020 een lage, maar in de maanden maart, april en of mei een hogere loonsom kennen, alsnog voor een – achteraf uitbetaalde – tegemoetkoming in aanmerking komen. Bij een weigering van de NOW-subsidie, dus vaststelling van de steunbijdrage op nihil, vanwege een lage loonsom in een bepaald tijdvak, is het raadzaam advies in te winnen wat uw mogelijkheden zijn in bezwaar en beroep tegen de NOW-beschikking. Lees hier meer over bezwaar maken tegen NOW-besluit.

4. Vrijstellingspercentage verlaging loonsom onder NOW-3

Om werkgevers de mogelijkheid te bieden zich aan de nieuwe economische situatie aan te passen, wordt onder de NOW-3 soepeler omgegaan met een verlaging in de loonsom in de periode dat de subsidie is aangevraagd. Volgens de eerdere berekeningsmethode zou een dergelijke verlaging bij de vaststelling van de subsidie achteraf tot een lager bedrag leiden. Het teveel ontvangen voorschot dient dan te worden terugbetaald.

Onder de NOW-3 is daarom een ‘vrijstellingspercentage’ vastgesteld. In de derde tranche bedraagt dit percentage 10%, in de vierde tranche 15% in de vijfde tranche 20%. Een verlaging van de loonsom binnen het geldende percentage leidt hierdoor niet tot verlaging van de subsidie. Voor werkgevers die onder de NOW-3 een tegemoetkoming in de loonkosten hebben aangevraagd en bij wie de vaststelling achteraf mogelijk lager uitvalt dan het verstrekte voorschot, kan dit vrijstellingspercentage aldus een aanzienlijk verschil maken.

5. Bezwaar maken tegen besluit UWV over NOW-subsidie

Tegen het definitieve subsidiebesluit dient dat bij UWV te doen binnen de bezwaartermijn van 6 weken bezwaar gemaakt te worden. Een advocaat bestuursrecht van Blenheim kan daarbij assisteren. Als geen bezwaar wordt ingesteld kan het UWV een besluit tot invordering nemen om het teveel betaald NOW-voorschot terug te vorderen. Pas als er beslist is op het bezwaar kan tegen een negatieve beslissing van het UWV beroep ingesteld worden bij de bestuursrechter. Echter, indien er sprake is van een spoedeisende situatie, bijvoorbeeld omdat u in financiële nood verkeert door het subsidiebesluit dan kan een advocaat voorlopige voorziening vorderingen bij de bestuursrechter. Dan kan al zodra het bezwaar in aangetekend bij de het UWV tegen het besluit waarbij de NOW steunbijdrage definitief is vastgesteld.

Vrijblijvend advies over bezwaar en beroep tegen NOW-besluit

Bij de vaststelling van de hoogte van de tegemoetkoming op grond van de NOW-regeling worden verschillende aspecten in aanmerking genomen. Bovendien heeft de regeling een veelheid aan wijzigingen ondergaan en gelden verschillende aanvraagperiodes met afwijkende bepalingen. Daarmee is sprake van complexe regelgeving waarmee het UWV ook fouten kan maken. Ook de toelichting bij de diverse subsidie tranches is van belang. Zorg daarom dat u goed en volledig geïnformeerd bent als u als werkgever het definitieve besluit over de NOW subsidie beoordeelt.