28 februari 2012

Aandeelhoudersgeschil: de geschillenregeling in de praktijk!

Categorie: Ondernemingsrecht

Bij de Ondernemingskamer vorderden twee aandeelhouders van Elf B.V. de gedwongen overdracht van de aandelen gehouden door de derde aandeelhouer. Verschillen van inzicht tussen de drie aandeelhouders hadden geleid tot een impasse in de besluitvorming van de ava. De derde aandeelhouder was met zijn bezit van 24% van de aandelen weliswaar een minderheidsaandeelhouder, maar hij had op grond van de aandeelhouderovereenkomst een vetorecht ten aanzien van de goedkeuring van belangrijke bestuursbesluiten. De overeenkomst bevatte voor dergelijke goedkeuringsbesluiten namelijk een unanimiteitseis. Ondertussen waren er juist ingrijpende bestuursbesluiten nodig, omdat het voorstbestaan van de vennootschap op het spel stond. De twee andere aandeelhouders zagen geen andere uitweg dan de vordering tot gedwongen overdracht van zijn aandelen ofwel de uitsotngesvordering tegen hem in te stellen. De ondernemingskamer wijst de vordering toe.

Uitspraken over uitstoting zijn zeldzaam. Sinds de invoering van de geschillenregeling op 1 januari 1989 is uitstoting zevenmaal gevorderd, en slachts viermaal toegewezen.

Een aandeelhouder kan worden uitgestoten, indien hij door zijn gedragingen het belang van de vennootshcap zodanig schaadt, dat het voortduren van zijn aandeelhouderschap in redelijkheid niet meer kan worden geduld. Het criterium bevat dus het vennootschappelijk belang. Wat dit nu precies inhoudt is niet helemaal duidelijk. In een uitspraak in 2010 stelt de rechtbank dat het vennootschappelijk belang het ‘belang van de vennootschap en haar crediteuren’ is. In de onderhavige uitspraak lijkt de Ondernemingskamer aan andere belangen te toetsen. Zij geeft aan dat het gedrag van de derde aandeelhouder ‘gelet op de betrokken belangen, waaronder die van de medeaandeelhouders en van de werknemers’, de belangen van de vennootschap zodanig schaadt dat zijn uitstoting gerechtvaardigd is.

Ook in de literatuur heerst een discussie over wat het begrip ‘het belang van de vennootschap’ nu precies inhoudt.

In de conlusie van het onderhavige arrest bespreekt Advocaat Generaal Timmermans nogmaals het begrip ‘het belang van de vennootschap’ en splitst deze op in drie elementen. Namelijk (i) de gedragingen die aanleiding zijn tot uitstoting; (ii) schade aan het vennootschappelijk belang en (iii) een redelijkeidstoets. Daarbij merkt hij op dat dit nog steeds niet veel verduidelijkt maar dat in ieder geval een onjuiste invulling van het begrip is dat ‘uitstoting niet gerechtvaardigd kan zijn als de betreffende aandeelhouder niet ‘alles’ doet om de onderneming te gronde te richten’. De Hoge Raad verklaart de appellant niet ontvankelijk. De beschikking van de OK blijft daarmee in stand.