31 januari 2012

Bank aansprakelijk wegens schending zorgplicht en waarschuwingsplicht; update advocaat

Categorie: Bestuursrecht

Bank heeft waarschuwingsplicht en onderzoeksplicht

De klant van de bank sloot eerst een kredietovereenkomst die later overging op DSB, met daaraan gekoppeld twee overlijdensrisicoverzekeringen. Daarvoor worden aanzienlijke premiebedragen betaald van het krediet. Daarna sloot hij een spaarkredietverzekering bij de bank. Dit betrof een beleggingsverzekering waarbij met de maandelijkse premie werd belegd. Ook werd een nieuwe kredietovereenkomst gesloten. Na het faillissement van DSB is de klant gestopt met aflossing van de kredietovereenkomst. Omdat de klant van mening is dat DSB jegens hen schadeplichtig is en zij de door DSB veroorzaakte schade willen verrekenen met de bij DSB bestaande schuld. Nadat aldus een betalingsachterstand was ontstaan, hebben de curatoren deze procedure (in conventie) aangespannen.
Het gaat in de procedure uiteindelljk over de vraag of DSB ter zake van het aangaan van de kredietovereenkomsten een zorgplicht heeft geschonden.

Kredietovereenkomst en zorgplicht

De rechtbank oordeelt als volgt:

“Een algemene waarschuwing – veronderstellenderwijs aangenomen dat deze de klant heeft bereikt – dat wie geld belegt een financieel risico neemt, waarnaar de curatoren bij antwoordakte na wijziging van eis onder 5.16 verwijzen, is daartoe onder de gegeven omstandigheden ontoereikend. Dat geldt temeer nu in onderhavige situatie het product is gepresenteerd onder de bewoordingen “kapitaalverzekering” en “spaarkredietverzekering”.
Uit het gestelde omtrent het onderzoek naar de kredietwaardigheid van de klant blijkt ook niet dat DSB heeft nagegaan of de klant in staat zou zijn een tegenvallend beleggingsresultaat op te vangen en of zij, ook in dat geval, aan hun verplichtingen uit hoofde van de kredietovereenkomst zouden kunnen voldoen.

Bank schiet tekort in zorgplicht jegens klant

DSB is derhalve zowel in haar waarschuwingsplicht als in haar onderzoeksplicht tekortgeschoten. De rechtbank acht aannemelijk dat de klant eerst kort na het faillissement van DSB op de hoogte is geraakt van het risico van een mogelijke restschuld doordat in Hollands Welvaren onvoldoende vermogen werd opgebouwd. De curatoren hebben betoogd dat de klant door middel van jaaropgaven van de fiscale waarde van de beleggingen en vanaf 2007 door verstrekking van informatieoverzichten is gewezen op de waardeontwikkeling van de beleggingen, maar uit deze jaaropgaven en overzichten blijkt niet hoe de waardeontwikkeling zich verhield tot de bij aanvang van de verzekering geprognotiseerde bedragen of tot het doelvermogen. Om die redenen wijst de rechtbank het beroep van de curatoren op verjaring, althans rechtsverlies, af.

Bank aansprakelijk voor schade wegens scheding zorgplicht

Uit het voorgaande volgt dat DSB als aanbieder van de kredietovereenkomst en spaarkredietverzekering aansprakelijk is voor de schade van de klant die is veroorzaakt door de hierboven beschreven tekortkomingen. Voor de bepaling van de omvang van de schade zijn in de rechtspraak in vergelijkbare zaken diverse uitgangspunten ontwikkeld. De rechtbank wijst in dit kader op onder andere het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 1 december 2009, LJN BK4978 (JOR 2010, 66), waarin bij de uitwerking van de door de Hoge Raad ontwikkelde criteria in zijn arrest van 5 juni 2009, LJN BH2815 (JOR 2009, 199) regels worden gegeven met betrekking tot:
– de schadecomponenten, bestaande uit rente, aflossingen en een eventuele restschuld;
– de vermindering van de vergoedingsplicht wegens schade van de wederpartij ter zake van de restschuld (eigen schuld);
– de vermindering van de schade met uit de overeenkomst genoten voordeel;
– de ingangsdatum van verschuldigde wettelijke rente.

Uitspraak zorgplicht bank LJN: BV1674, Rechtbank ‘s-Gravenhage; 24 januari 2012.