5 maart 2012

Tewerkstelling op straffe van dwangsom door werkgever genegeerd

Categorie: Arbeidsrecht

Tewerkstelling op straffe van dwangsom door werkgever

De kantonrechter laat er in deze zaak geen gras over groeien:

IBM had de verplichting om het vonnis van de kantonrechter van 22 februari 2011 binnen 48 uur na (betekening van) het vonnis uit te voeren door de opvolger van de werknemer uit de door hem ingenomen functie te ontheffen en die functie weer aan werknemer toe te delen. Dit op straffe van een dwangsom van (maximaal) € 50.000. Daar zou bij een concern als IBM welbeschouwd geen dwangsom voor nodig moeten zijn. Door het vonnis niet uit te voeren heeft IBM te kennen gegeven de rechtbank in zeer ernstige mate te minachten, welke attitude een concern als IBM geenszins past.
IBM heeft het vonnis niet uitgevoerd en de op € 50.000,00 gemaximeerde dwangsom betaald. Het voldoen van een dwangsom betekent niet dat aan een vonnis is voldaan. De kantonrechter moet er nogmaals aan te pas komen en is dan boos; dat is “contempt of court” ofwel minachting van de rechtbank. De rechter is boos:

IBM heeft als meest in het oog springend verweer geopperd dat geen commissie/provisie/bonus verschuldigd is omdat de werknemer immers geen omzet heeft behaald. Dat verweer is te kwader trouw. Het is uitsluitend aan IBM te wijten dat de werknemer niet heeft gewerkt en geen omzet heeft kunnen behalen en de gevolgen van dat handelen komen voor rekening en risico van IBM.

In dit kader is rechtstatelijk onzin (en onthutsend) de mededeling van IBM in haar brief van 17 november 2011 dat zij ‘besloten had’ [eiser] weer te werk te stellen in zijn functie. De kantonrechter had op 22 februari 2011 besloten dat [eiser] weer in zijn functie zou worden te werk gesteld en IBM had daar niets over te besluiten.

De kantonrechter heeft zich er ter terechtzitting van vergewist dat geen sprake was van een verkeerde inschatting van de juridische werkelijkheid op een te laag echelon in het concern van IBM. Met de mededeling dat de hoofddirectie op de hoogte was, moet worden aangenomen dat daar ook de verantwoordelijkheid ligt. Dat alles leidt er toe een dwangsom op te leggen (met toepassing van de discretionaire bevoegdheid van artikel 611b Rv) die zodanig is dat vervallen van de dwangsom deze keer IBM in haar bedrijfsvoering zal raken.

Over het niet betaald loon aan de werknemer is wettelijke verhoging verschuldigd van maximaal 50%. Die kan onder omstandigheden gematigd worden. Maar niet in dit geval: de kantonrechter onderkent geen aanleiding die noopt tot matiging van de wettelijke verhoging.

De veroordeling luidt dan:

  1. beveelt IBM om de werknemer binnen 48 uur na betekening van dit vonnis te werk te stellen in zijn functie van (….), op verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 voor iedere dag dat IBM daarmee in gebreke blijft;
  2. bepaalt dat IBM boven een bedrag van € 5.000.000,00 geen dwangsommen meer verschuldigd zal zijn;
  3. . . . .
    Lees verder en huiver http://zoeken.rechtspraak.nl/detailpage.aspx?ljn=BV3411