21 februari 2012

Bestuurdersaansprakelijkheid directeur; commissaris ook aansprakelijk?

Categorie: Bestuursrecht

Bij een faillissement zal de curator makkelijk tot aansprakelijkstelling van een bestuurder of commissaris overgaan als de jaarstukken niet tijdig zijn gedeponeerd. De aangesproken directeur of commisaris doet er goed aan een gespecialieseerde advocaat te raadplegene. Uw advocaat kan de mogelijke verweren tegen een claim van de curator inventariseren. Een bestuurder die wordt aangesproken door de curator kan zich ook proberen te verhalen op een andere (mede) ‘schuldige’ bestuurder. In de zaak van 31 augustus 2011, Rechtbank Rotterdam (LJN BR7071) wordt de bestuurder aansprakelijk gehouden voor de boedelschuld door de curator. De bestuurder had de jaarstukken te laat gedeponeerd. De rechtbank heeft ook bepaald dat de feitelijk beleidsbepaler (een commissaris) ook verantwoordelijk is voor tijdig deponeren van de jaarstukken.

De bestuurder probeerde zich op de commissaris te verhalen. Dat lukt hem in deze procedure. Uit de wet volgt dat een bestuurder die aansprakelijk wordt gehouden door de curator een beroep kan doen op de collectieve of individuele matigingsmogelijkheid (artikel 2:248 lid 4 BW). De bestuurder heeft op grond van artikel 6:10 BW regres op de overige hoofdelijke schuldenaren, de feitelijk beleidsbepalers.

De rechtbank is van oordeel dat ook de feitelijk beleidsbepalers/commissaris onvoldoende feiten en omstandigheden hebben gesteld, waaruit blijkt dat deze niet nalatig zou zijn geweest in het treffen van voldoende maatregelen.

De commissaris wordt derhalve mede aansprakelijk gehouden als ware hij bestuurder.

De rechtbank concludeert dan ook dat sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur dat een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Er is niet vast komen te staan dat aan één van de partijen in overwegende mate heeft bijdragen aan het kennelijk onbehoorlijk bestuur. De rechter bepaald dan dat zij ieder de helft van de schade aan de curator moeten vergoeden.