20 februari 2012

Aansprakelijkheid van bestuurders bij faillissement; advocaat bespreekt rechtspraak

Categorie: Bestuursrecht

Aansprakelijkheid van bestuurders vindt veel plaats bij faillissement. Er is veel rechtspraak over bestuurdersaansprakelijkheid in geval van faillissement. De curator kan de bestuurders aansprakelijk stellen en prive personen achter de holding.

In de uitspraak van 11 mei 2011 aan de Rechtbank Den Haag (LJN BQ6042) is sprake van een vennootschap welke er financieel slecht voorstond. De solvabiliteit kwam in gevaar door managementvergoedingen, welke uitgekeerd werden. Er was ook geen rechtsgrond voor deze managementvergoeding. De bank had daar al op gewezen. De bestuurder van de vennootschap wilde echter geen hypotheek op het bedrijfspand vestigen en ook niet meewerken aan achterstelling van een vordering van de bestuurder (tevens de enig aandeelhouder).

Nu de holding de enige aandeelhouder en bestuurder was, rust op deze een bijzondere zorgplicht. De rechtbank overweegt:

Als enig aandeelhouder ruste op Bouwman Holding de wettelijke plicht om slechts dividend aan zich te laten uitkeren binnen de grenzen van de wettelijke vereisten van artikel 2:216 BW.
Vanwege de hechte concernstructuur en de wettelijke verplichtingen en taken die Bouwman Holding als enig aandeelhouder had, had zij tevens een bijzondere zorgplicht ten opzichte van crediteuren van ZGH.

Bestuurder heeft ook niet voldaan aan de publicatieplicht. De jaarrekening is niet (tijdig) gepubliceerd. Ook de privé personen achter de holding worden aansprakelijk gehouden. Er is sprake van hoofdelijke aansprakelijkheid. De vordering bestuurder/aandeelhouder wordt niet gematigd. De rechtbank ziet daar geen redenen voor. Tussen de andere bestuurders van de holding wordt de schade verdeeld. Ook de feitelijk beleidsbepaler die dat slechts in een korte periode was, is mede verantwoordelijk voor de financiële moeilijkheden en dient 14% van het schadebedrag te betalen. De beweerde betalingsonmacht van de bestuurder/holding wordt verworpen.