30 januari 2014

Uitspraak rechter binnen redelijke termijn

Categorie: Bestuursrecht

Advocaat bestuursrecht over uitspraak bestuursrechter binnen redelijke termijn

Inmiddels is de uitspraak gedaan, die betrekking heeft op de redelijke termijn waarbinnen in het bestuursrecht een uitspraak gedaan moet worden. In de uitspraak van vandaag, 29 januari 2014, heeft de Raad van State bepaald dat in een bestuursrecht procedure de einduitspraak binnen 4 jaar door de hoogste instantie gedaan moet zijn. Een bezwaarschriftprocedure (bezwaar bij het bestuursorgaan) en de beroepsfase (beroep bij de rechtbank) moet binnen 2 jaar afgerond zijn. Als deze termijn overschreden wordt, dient de overheid € 500,– immateriële schadevergoeding te betalen voor ieder half jaar dat de termijn wordt overschreden. In een bezwaarschrift procedure bij het bestuursorgaan moet een beslissing op bezwaar binnen ½ jaar genomen zijn. Bij het hoger beroep mag dat maximaal 1,5 jaar duren. Als die redelijke termijn wordt overschreden, dan is een schadevergoeding van € 500,– verschuldigd.

Huidige regeling en overgangsregeling voor besluiten bestuursorgaan na 1 februari 2014

Deze regeling volgt pas op besluiten die na 1 februari 2014 zijn genomen. Voor besluiten van bestuursorganen vóór 1 januari 2014 is er een redelijke termijn van 5 jaar. Bij een bezwaarschrift procedure bestaat een redelijke termijn van 1 jaar; voor het hoger beroep bij de rechtbank tegen een beslissing op bezwaar een periode van 2 jaar. Het daarop volgende hoger beroep bij het College van Beroep voor Bedrijfsleven of de Raad van State bestaat nu eveneens een redelijke termijn van 2 jaar. In de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep 26 januari 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BH1009 werd beslist dat bij overschrijding van de redelijke termijn met twee jaar en ruim een maand een schadevergoeding van vijf maal € 500,–, ofwel € 2.500,–, gerechtvaardigd was. Niet was gebleken van bijzondere feiten of omstandigheden op grond waarvan zou moeten worden aangenomen dat geen sprake is geweest van spanning en frustratie die als immateriële schade voor vergoeding in aanmerking komt.

Schadevergoeding wegens onredelijke termijn in bestuurszaak

In alle gevallen kan aanspraak gemaakt worden op de schadevergoeding wegens termijnoverschrijding. Aan artikel 6 van het EVRM kan een aanspraak op schadevergoeding worden ontleend in de situatie dat sprake is van een (te) lange behandelingsduur in de bezwaarfase zonder dat het geschil daarna aan de rechter is voorgelegd. De Centrale Raad van Beroep heeft ook geen andere geschreven (internationale of nationale) rechtsregel en evenmin enige ongeschreven rechtsregel of enig algemeen rechtsbeginsel aangetroffen die de rechtsgrond voor een dergelijke aanspraak zou zijn. De complexiteit van de zaak kan met zich meebrengen dat de overschrijding van een redelijke termijn gerechtvaardigd is. Ook het inschakelen van een deskundige kan reden zijn dat niet binnen redelijke termijn uitspraak kan worden gedaan. Per geval zal dus beoordeeld moeten worden of een zaak in aanmerking komt voor een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.