7 februari 2012

Aansprakelijkheid aannemer voor verborgen gebreken

Categorie: Bestuursrecht

Regeling voor verborgen gebrek in UAV – aannemer aansprakelijk?

In een aannemingsovereenkomst zla de aannemer vaak de UAV-voorwaarden toepassen. Inzake verborgen gebreken die na de bouw ontdekt worden is een regeling opgenomen in de UAV. De UAV voorwaarden bij een aannemingsovereenkomst kennen specifieke regels die van belang zijn voor de oplevering en tekortkomingen of gebreken in het werk. Er is een aparte regeling voor verborgen gebreken. Artikel 12.1 UAV bepaalt:

Na de dag, waarop het werk overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 10, eerste of tweede lid, als opgeleverd wordt beschouwd, is de aannemer niet meer aansprakelijk voor de tekortkomingen van het werk”.

Klachtplicht om na ontdekking verborgen gebrek dit direct aan aannemer te melden

In paragraaf 12.2 UAV is vervolgens een aantal uitzonderingen gemaakt, waaronder het geval waarin er sprake is van een verborgen gebrek. Alsdan moet de vordering binnen vijf jaar worden ingesteld zoals hiervoor uiteengezet. De opdrachtgever zal bij oplevering het werk zorgvulidg moeten controleren op tekortkomingen. De dienen direct gemeld te worden aan de aannemer. Gebreken die niet ontdekt worden, ofwel verborgen gebreken, dienen direct na ontdekking gemeld te worden aan de aannemer. Indien dat later dan vijf jaar na oplevering wordt gedaan kan de aannemer zocht op de volgende bepaling uit het UAV beroepen.

In paragraaf 12.4 UAV is het volgende bepaald:
De rechtsvordering uit hoofde van een verborgen gebrek is niet ontvankelijk, indien zij wordt ingesteld op van vijf jaren na de in het eerste lid bedoelde dag”.

Kan een claim wegens verborgen gebrek verjaren?

Er wordt in het algemeen vanuit gegaan dat het bepaalde in paragraaf 12.4 UAV moet worden aangemerkt als een vervaltermijn en niet als een verjaringstermijn. Het verschil tussen verval en verjaring is ondermeer dat voor het tenietgaan van een rechtsvordering ten gevolge van verjaring nodig is dat de wederpartij een beroep doet op de verjaring terwijl het verstrijken van een vervaltermijn het recht doorgaans van rechtswege teniet doet gaan. Daarbij komt dat de bepalingen in de wet omtrent verjaring niet van toepassing zijn op vervaltermijnen. Dat betekent dat ook de bepalingen omtrent stuiting van een lopende verjaringstermijn niet toepasselijk zijn op vervaltermijnen. Met andere woorden; een lopende vervaltermijn kan in beginsel niet worden gestuit (onderbroken), tenzij de wetgever daarin heeft voorzien. Dat laatste is niet het geval. Het instellen van een procedure bij de rechtbank brengt dus geen stuiting van de lopende vervaltermijn met zich mee. Raadpleeg een advocaat bouwrecht als u vragen heeft.
In geval van geschillen is in de UAV-voorwaaarden bouwarbitrage van toepassing verklaard.