23 augustus 2012

Een bouwstop overtreden kan tot last onder dwangsom en boete leiden.

Categorie: Bestuursrecht

Bouwstop en last onder dwangsom of boete

Tijdens controle kan de toezichthouder de eigenaar (of de aannemer) mondeling een bevel gegeven de bouw stil te leggen: de bouwstop. Hierbij moet de toezichthouder precies aangegeven over welke bouwwerkzaamheden het gaat. Ook moet hij aangeven wanneer het bevel tot het stilleggen van bouwwerkzaamheden ingaat. De mondelinge stillegging wordt altijd schriftelijk bevestigd door de gemeente. In de schriftelijke bevestiging (het besluit) legt hij u ook direct een last onder dwangsom op. Tegen dat besluit kan bezwaar aangetekend worden. Het is ook ook een strafbaar feit. Dit feit worden bestraft met een hechtenis van ten hoogste zes maanden of een boete van ten hoogste € 4.500,–.

Storten beton leidt tot bouwstop

Een geval uit de rechtspraak over het storten van beton ondanks bouwstop. De boete viel uiteiendelijk erg mee. De bouwstop werd hem kort voor de bouwvakantie opgelegd. Als hij het beton toen niet had gestort, had het weken geduurd voordat het beton alsnog gestort had kunnen worden en was alles gaan roesten, aldus de verdachte. Hem is door de gemeente een dwangsom opgelegd, maar het betreffende besluit is later ingetrokken. Tegen zo’n dwangsombesluit kan bezwaar gemaakt worden en dat volgt een bezwaarprocedure. De politierechter had de verdachte vrijgesproken.

Bouwstop kan alleen door bevoegde ambtenaar gegeven worden

Voor een veroordeling ter zake van artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht (niet opvolgen ambtelijk gegeven bevel) dient de rechter vast te stellen dat er sprake is geweest van een bevoegd gegeven bevel waar opzettelijk geen gevolg aan is gegeven. In deze zaak is sprake van een rechtsgeldig bevel, gegeven door een bevoegd ambtenaar, gebaseerd op de voorwaarden van een vergunning die formele rechtskracht had verkregen.

Bevel bouwstop leidt tot boete

Aan dit bevel had de verdachte dus gevolg dienen te geven. Dat de burgemeester en wethouders het besluit tot het geven van een bouwstop naderhand hebben ingetrokken maakt dat volgens de rechter in dit geval niet anders. Immers, het bevel is gegeven in overeenstemming met de bevoegdheid die berust op artikel 100 en 100d (oud) Woningwet. De intrekking van het besluit naderhand is, zo blijkt uit de motivering van die intrekking, ingegeven door een hernieuwde (belangen)afweging van burgemeester en wethouders, welke belangenafweging in het voordeel van de verdachte is uitgevallen. Uit de motivering blijkt dat niet van de aanvang sprake is geweest van een onjuist besluit, integendeel zelfs. De verdachte had daarom aan het bevoegd gegeven ambtelijk bevel dienen te voldoen aldus de rechter. De verdachte wordt dan toch nog in hoger beroep veroordeel tot betaling van een boete van € 120,– voor het niet voldoen aan de opgelegde bouwstop.

LJN: BV6254, Gerechtshof Amsterdam, 30 januari 2012. Te vinden op rechtspraak.nl
Lees ook: gedogen gemeente