28 maart 2012

Koopovereenkomst van een paard. Paard met verborgen gebrek? Advocaat geeft toelichting op consumentenkoop.

Categorie: Bestuursrecht

Aansprakelijkheid verkoper van paard wegens verborgen gebrek

De vraag die koper en verkoper van het paard is of het paard ook ten tijde van de aflevering aan koper op 31 augustus 2010 al kreupel was, nu verkoper stelt dat de kreupelheid ook nadien kan zijn ontstaan. Niet in geschil is tussen partijen dat de kreupelheid zich heeft geopenbaard binnen zes maanden na aflevering van het paard. Zie ook: verborgen gebrek.

Keuring paard dierenarts

Verkoper heeft aangevoerd dat het paard bij aankoop op initiatief van koper van het paard is goedgekeurd door een door haar ingeschakelde dierenarts en paardendeskundige, drs. A. Volgens verkoper heeft het paard na aflevering een trauma opgelopen waardoor het kreupel is geworden. Aannemelijk is volgens de verkoper dat dit het gevolg is van een trap van een ander paard of een botsing dat het paard op enig moment is overkomen. Verder voert hij aan dat het paard na de aflevering nog gezien is door de hoefsmid, de zadelmaker en de dierenarts.

Wat speelt er juridisch bij de koop van een paard met gebrek?

Ingevolge artikel 7:17 lid 1 BW moet de afgeleverde zaak aan de overeenkomst beantwoorden. Lid 2 bepaalt dat een zaak niet beantwoordt aan de overeenkomst indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen. Verder mag de koper verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die nodig zijn voor een bijzonder gebruik dat bij de overeenkomst is voorzien, aldus nog steeds lid 2 van artikel 7:17 BW.

Koop paard door particulier is consumentenkoop

De koper van het paard beroept zich in dit verband op artikel 7:18 lid 2 BW, dat bepaalt dat bij een consumentenkoop wordt vermoed dat de zaak bij aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord, indien de afwijking van het overeengekomen zich binnen een termijn van zes maanden na aflevering openbaart, tenzij de aard van de zaak of de aard van de afwijking zich daartegen verzet. De verkoper probeert van aansprakelijkheid als verkoper af te komen door zich op de “tenzij-clausule” te beroepen.
Bij de aard van de afwijking moet gedacht worden de situatie waarin duidelijk is dat de afwijking is ontstaan door de handelwijze van de koper (bijvoorbeeld een overduidelijk door een val niet meer functionerende videorecorder).
De stelling van verkoper dat vanwege de aard van de zaak, te weten een levend dier, het wettelijke bewijsvermoeden zoals neergelegd in artikel 7:18 lid 2 BW niet zou gelden, gaat, gelet op de hiervoor genoemde wetsgeschiedenis, volgens de rechter niet op. Hetzelfde geldt voor de gestelde aard van het gebrek. Dat kreupelheid op korte termijn kan ontstaan door diverse oorzaken, waaronder oorzaken die in de risicosfeer van de koper liggen, rechtvaardigt geen succesvol beroep op de tenzij-clausule.

Gebrek paard binnen zes maanden voor rekening verkoper

Rechtbank: uit het voorgaande volgt dat het wettelijke bewijsvermoeden dat is neergelegd in artikel 7:18 lid 2 BW onverkort moet worden toegepast. Dat betekent dat, nu het gebrek zich binnen zes maanden na aflevering heeft geopenbaard, het ervoor moet worden gehouden dat het paard bij de aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord, tot de verkoper het tegendeel heeft bewezen. De rechter laat de verkoper toe om te bewijzen dat het paard kreupel is geworden na aflevering. Als dat lukt dan zal de vordering van de koper van het paard afgewezen worden. Geen makkelijke bewijslast nu het paard niet meer leeft. Getuigen kunnen echter wel verklaringen afleggen over hetgeen hen bekend is van het paard nadat het aan de koper was afgeleverd.

Uitspraak op rechtspraak.nl; LJN: BV9721, Rechtbank Almelo, 22 maart 2012.