30 november 2012

Advocaat vastgoed bespreekt kort geding kraker tegen ontruiming slooppand

Categorie: Bestuursrecht

Eigenaar kraakpand volgens advocaat vastgoed afhankelijk van oordeel voorzieningenrechter

De kraker van het slooppand in Groningen kreeg een aankondiging van de Officier van Justitie:
(…) Hierbij wil ik u aankondigen dat ik al degenen die thans wonen of vertoeven in dit pand aanmerk als verdachten terzake overtreding van de artikelen 138, 138a en/of 139 van het wetboek van strafrecht. In ben voornemens om dit pand te ontruimen. Deze ontruiming zal plaatsvinden binnen acht weken na de dagtekening van deze aankondiging, te weten uiterlijk op 22 oktober 2012.

Als u een oordeel van de rechter over deze voorgenomen ontruiming wenst te verkrijgen kunt u een kort geding aanhangig maken. Ik zal de eerste zeven dagen van de termijn van acht weken na heden daarom niet over gaan tot ontruiming. Gedurende die zeven dagen heeft u de gelegenheid een kort geding te starten. (…)

Eigenaar kraakpand in kort geding gedagvaard

Zoals eerder door de rechter bepaald (Hoge Raad arrest van 28 oktober 2011) mogen de krakers nog een rechtsmiddel aanwenden in de vorm van een kort geding. Dat gebeurde ook. De Voorzieningenrechter heeft dan als taak: de wederrechtelijkheid te toetsen en vast te stellen of de in abstracto door de wetgever gegeven voorrang van het belang van de openbare orde en de bescherming van de rechten van derden boven het huisrecht van de kraker, in de concrete omstandigheden van het geval de proportionaliteitstoets kan doorstaan.

Woonrecht kraker beschermd wegens ontbreken vergunningen eigenaar

De gemeente Groningen was eigenaar van het kraakpand. Er was ook een sloopvergunning. De gemeente was op grond van het koopcontract verplicht binnen 6 maanden tot sloop over te gaan. Echter de bouwplannen. waren volgens de rechter “in de ijskast gezet”. En de kraker veroorzaakte geen overlast: Zij heeft goed contact met haar overbuurman, aldus de rechter. De rechter meende in dit geval het woonrecht van de kraker te moeten beschermen.

De Officier van Justitie (“de Staat”) die de wet moet toepassen en illegale situatie moest beëindigen voerde van alles aan om tot ontruiming van de gekraakte woning te kunnen overgaan. De rechter overwoog onder meer: “De stelling van de Staat dat omwonenden hebben geklaagd over een onveilig gevoel door de aanwezigheid van [A] in de woning is niet onderbouwd met redegevende stukken. Het door de Staat gevoerde verweer dat de sloop ter voorkoming van leegstand en verloedering moet worden doorgezet is onbegrijpelijk nu het bewuste pand juist door [A] wordt bewoond. Onder de gegeven omstandigheden is de voorzieningenrechter van oordeel dat de aangekondigde ontruiming de proportionaliteitstoets niet kan doorstaan.”

Geen ontruiming gelet op woonrecht kraker in dit specifieke geval

“Naar het oordeel van de voorzieningenrechter dient het woonrecht van [A] voorshands zwaarder te wegen dan het belang van de Staat bij ontruiming van de woning. De Staat heeft weliswaar toegelicht dat een vergunning voor de sloop is verkregen en het terrein is bestemd voor ontwikkeling maar concrete plannen daartoe zijn in de ijskast gezet. Voorts is niet inzichtelijk gemaakt of en op welke termijn tot exploitatie van het gebied zal worden overgegaan.”

De rechter kan dus wegens de specifiek omstandigheden van het geval een strafbaar feit dulden indien daar een groter goed (woonruimte voor de kraker) tegenover staat. Die situatie zal wijzigen als na de voorgenomen sloop van het kraakpand wel direct met de bouw begonnen wordt.
Uitspraak LJN: BX9276, Voorzieningenrechter Rechtbank Groningen, 5 oktober 2012