26 maart 2012

Opzegging contract, redelijkheid en billijkheid en schadevergoeding

Categorie: Bestuursrecht

Opzegging langlopende overeenkomst bij gewijzigde omstandigheden

In deze zaak gaat het om opzegging door gemeente van duurovereenkomsten met elektriciteitsbedrijf ter zake van kabels en leidingen in gemeentegrond. De verhouding tussen overheid en nutsbedrijven is door liberalisering energiemarkt gewijzigd. Eisen redelijkheid en billijkheid brengen niet mee dat gemeente zwaarwegende grond voor opzegging dient te hebben. Gewijzigde omstandigheden dus.

Beeindiging contract door opzeggin i.v.m wijziging omstandigheden

De overeenkomsten waar het in deze zaak om gaat, worden daardoor gekenmerkt dat de kabels en leidingen van SNU in gemeentegrond liggen, zonder dat SNU daarvoor een tegenprestatie verschuldigd is. Aan deze situatie is, naar de Gemeente aan de opzegging ten grondslag heeft gelegd, een einde gekomen met de liberalisering van de energiemarkt. Nutsbedrijven waren vroeger publiekrechtelijke lichamen, dat is nu niet meer zo. De situatie dat SNU geen tegenprestatie verschuldigd is voor het hebben van de kabels en leidingen in de gemeentegrond, wordt onder de Verordening gecontinueerd. Slechts de regeling van de vergoeding van de kosten van verplaatsing is gewijzigd.

Zwaarwegende grond voor opzegging overeenkomst

De Hoge Raad oordeelt: “indien, zoals hier, wet en overeenkomst niet voorzien in een regeling van de opzegging, geldt dat de overeenkomst in beginsel opzegbaar is. De eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is indien een voldoende zwaarwegende grond voor de opzegging bestaat (HR 3 december 1999, LJN AA3821, NJ 2000/120). Uit diezelfde eisen kan, eveneens in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval, voortvloeien dat een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen of dat de opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding.”
En verder over de uitspraak van het Gerechtshof: “ook voor het overige stelt het hof geen omstandigheden vast die zijn oordeel kunnen dragen dat de Gemeente een zwaarwegende grond voor de opzegging dient te hebben.”

Een redelijke grond hoeft dus niet altijd aanwezig te zijn voor opzegging van een een duurovereenkomst. Dat zal afhangen van de omstandigheden van het geval.

LJN: BQ9854, Hoge Raad, 28 oktober 2011.