13 april 2014

Omgevingsvergunning en woonark

Categorie: Vergunningen

Woonark roerend of registergoed ?

In zijn arrest van 15 januari 2010, 07/13305 ECLI:NL:HR:2010:BK9136, heeft de Hoge Raad, in het geval van een woonark, welke door middel van beugels was verbonden met in de bodem verankerde meerpalen, geoordeeld dat het bij die woonark gaat om een zaak die blijkens zijn constructie bestemd is om te drijven en drijft, zodat sprake is van een schip in de zin van artikel 8:1 BW, dat een schip in het algemeen een roerende zaak is en dat een verbinding tussen een schip en de onder dat schip gelegen bodem, die toelaat dat het schip met de waterstand meebeweegt, niet kan leiden tot het oordeel dat het schip met de bodem is verenigd in de zin van artikel 3:3, lid 1, BW.

Drijvende woningen in recreatiepark

In een uitspraak van 9 maart 2012, 11/01761, ECLI:NL:HR:2012:BV8198 heeft de Hoge Raad betrof het waterwoningen en belasting darover. Het betrof drijvende waterwoningen (marina’s) in een recreatiepark. Door de rechter wordt het standpunt van de Inspecteur verworpen dat het recreatiepark en de marina’s zozeer bij elkaar hoorden en op elkaar waren afgestemd, dat moest worden geconcludeerd dat de marina’s onroerend waren met toepassing van artikel 3:4 BW, omdat de marina’s naar verkeersopvatting konden worden aangemerkt als bestanddeel van het recreatiepark. Niet het recreatiepark dient als mogelijke hoofdzaak in aanmerking te worden genomen bij de beantwoording van de vraag of een marina bestanddeel is van een onroerende zaak in de zin van artikel 3:4 BW, maar de grond onder en naast die marina, aldus de Hoge Raad. De Hoge Raad vervolgde dat de verkeersopvatting daarbij alleen in aanmerking kan worden genomen in de gevallen dat onzekerheid bestaat of die marina kan worden beschouwd als duurzaam met de grond verenigd.

Pontons

De Hoge Raad heeft in het in arrest van 15 januari 2010, 07/13305 ECLI:NL:HR:2010:BK9136 voorts geoordeeld dat bij de beantwoording van de vraag of een marina bestanddeel is van een onroerende zaak in de zin van artikel 3:4 BW, de grond onder en naast die marina als mogelijke hoofdzaak in aanmerking dient te worden genomen. Daarbij kan de verkeersopvatting alleen in aanmerking worden genomen in de gevallen dat onzekerheid bestaat of die marina kan worden beschouwd als duurzaam met de grond verenigd, aldus de Hoge Raad.

In het geval van een ponton bestaat die onzekerheid niet. De pontons waren, gelet op hetgeen dienaangaande in 4.11 is overwogen, niet duurzaam met de grond verenigd. Ook de grond onder en naast de pontons komt niet in aanmerking als hoofdzaak bij de beantwoording van de vraag of de pontons bestanddelen zijn van een onroerende zaak in de zin van artikel 3:4 BW.

Roll-on roll-of pontons zijn niet duurzaam met de grond verbonden. Daardoor kunnen de pontons ook geen bestanddeel vormen van de grond onder en naast de pontons. De haventerminal als geheel kan niet als mogelijke hoofdzaak in aanmerking worden genomen bij de vraag of de pontons onroerend zijn (vgl. HR 9 maart 2012, 11/01761, ECLI:NL:HR:2012:BV8198). Waardevaststelling gebeurt door het Hof in goede justitie (Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 14 maart 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:799).

Onduidelijke regels voor woonarken

Een woonboot of woonark kan een bouwwerk zijn volgens de Raad van State. Dan dient een omgevingsvergunning aangevraagd te worden voor bouw of verbouw van de woonark. Bouwwerken moeten aan het Bouwbesluit voldoen. In het Bouwbesluit zijn geen regels/criteria voor woonboten opgenomen. Voorschriften voor woningen zijn volgens de VNG ongeschikt voor toepassing op woonschepen. De woonark Als advocaat bestuursrecht merk ik dat woonarken en woonschepen wel vaker problemen opleveren voor de overheid.