1 september 2014

Beëindiging managementovereenkomst statutair directeur

Categorie: Bestuursrecht

Beëindiging managementovereenkomst statutair directeur

Wel of geen analoge toepassing “15-april arresten”?
[Statutair directeuren](http://www.advocaten-amsterdam.nl/365/ontslag-statutair-directeur) hebben naast een vennootschapsrechtelijke band vaak ook een contractrechtelijke relatie met de werkgever. Naast de benoeming als bestuurder wordt vaak een arbeidsovereenkomst of een managementovereenkomst gesloten.
De arbeidsovereenkomst van een statutair directeur eindigt van rechtswege door een geldig aandeelhoudersbesluit door de algemene vergadering van aandeelhouders (“AVA”) ter zake zijn vennootschapsrechtelijke positie vanwege de verwevenheid van de vennootschapsrechtelijke en de arbeidsrechtelijke verhouding. Dit volgt uit de “15-april arresten” van de Hoge Raad gewezen in 2005.
Indien de statutair directeur een managementovereenkomst heeft dan is dit in beginsel niet het geval. Het Hof oordeelde bij [arrest](http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHAMS:2013:3960&keyword=+200.114.170%2f01) van 12 november 2013 nog zeer duidelijk dat een vennootschapsrechtelijk ontslag (aandeelhoudersbesluit door de AVA) niet leidt tot een beëindiging van de managementovereenkomst, tenzij de managementovereenkomst een bepaling bevat dat een ontslag door de AVA ook een beëindiging van de managementovereenkomst met zich meebrengt.
De rechtbank Midden-Nederland heeft recent op 7 juli 2014 een opvallende [uitspraak](http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBMNE:2014:2798&keyword=managementovereenkomst+15+april) gedaan die de uitspraak van het Hof op dit punt passeert. De voorzieningenrechter te Utrecht was van oordeel dat in dit geval, waarin partijen een managementovereenkomst hadden gesloten, hetzelfde zou moeten gelden als bij een arbeidsovereenkomst, namelijk dat deze eindigt na een geldig ontslagbesluit.
In deze zaak ging het om het volgende:
Tussen de opdrachtgever en de management BV van de manager bestaat een managementovereenkomst, waarin is bepaald dat de management BV de manager aan de opdrachtgever ter beschikking stelt voor het uitoefenen van managementtaken.
De manager richt vervolgens in 2013 samen met een werknemer een concurrerende onderneming op. Zodra de opdrachtgever dit ontdekt schorst hij de manager met onmiddellijke ingang en roept hem op voor een aandeelhoudersvergadering met als agendapunt; zijn ontslag. De manager vordert in kort geding opheffing van het schorsingsbesluit.
Vaststaat dat het schorsingsbesluit niet rechtsgeldig is genomen en daardoor vernietigbaar is.
Toch oordeelt de rechter dat het aannemelijk is dat de manager op 9 juli 2014 als bestuurder zal worden ontslagen door de aandeelhoudersvergadering, er is sprake van een vertrouwensbreuk. Van de opdrachtgever kan niet worden verlangd dat hij de manager nog voor iets meer dan twee dagen per week zijn werkzaamheden als bestuurder laat verrichten.
Ten aanzien van de contractuele relatie tussen de opdrachtgever en de management BV is de rechter van oordeel dat de “15 april-arresten” van de Hoge Raad analoog moeten worden toegepast op de situatie, wat betekent dat het vennootschapsrechtelijke besluit om de manager als bestuurder te ontslaan tevens leidt tot het einde van de managementovereenkomst tussen de management BV en de opdrachtgever.
De verwevenheid tussen de vennootschapsrechtelijke betrekking en de contractuele betrekking is vergelijkbaar met de verwevenheid tussen de vennootschapsrechtelijke betrekking en de arbeidsbetrekking zoals bedoeld in de “15 april-arresten”, aldus de rechtbank.
Deze uitspraak staat op zichzelf en is afkomstig van een lagere instantie dan het Hof, maar het laat wel zien dat er in lagere rechtspraak kennelijk anders tegen dit vraagstuk kan worden aangekeken en dat de omstandigheden van het geval daarin medebepalend kunnen zijn.
Voor vragen over de beëindiging van een managementovereenkomst of ontslag en benoeming van een statutair directeur kunt u contact opnemen met: