24 juni 2022

Zorgvuldigheid besluit overheid gecheckt door advocaat bestuursrecht

Categorie: Bestuursrecht

 

Met betrekking tot het formele zorgvuldigheidsbeginsel houdt artikel 3:2 Awb in dat het bestuursorgaan bij de voorbereiding van een besluit de nodige kennis omtrent de relevante feiten en af te wegen belangen vergaart. Het zorgvuldigheidsbeginsel is een van de beginselen van behoorlijk bestuur waar de overheid aan is gebonden. De overheid moet zich een goed beeld vormen van de bij een besluit betrokken belangen. Dit is noodzakelijk om vervolgens de betrokken belangen tegen elkaar af te kunnen wegen. Tevens dient op grond van art. 3:9 Awb het bestuursorgaan zich ervan vergewissen of een onderzoek voorafgaande aan de totstandkoming van de beleidsregels zorgvuldig heeft plaatsgevonden.

Onzorgvuldig besluit overheid kan in beroep door rechter vernietigd worden

Een paar voorbeelden waarde overheid in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel (en wel de formele zorgvuldigheid):

– indien de gemeente geen tot weinig inzicht heeft in de effecten van haar beleid en hiernaar wel onderzoek naar had behoren te doen (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11-06-2013, 104.002.018).
– indien blijkt dat de gemeente enkel Beleidsregels heeft toegepast en niet heeft gekeken naar de bijzondere situatie van betrokkene. Van bijzondere omstandigheden dient dan sprake te zijn, van een dergelijke omstandigheid is sprake indien de burger gerechtvaardigd op een mededeling mocht vertrouwen en daar ook naar heeft gehandeld. De Raad vindt dat de Beleidsregels dan niet toegepast kunnen worden zonder oog te hebben voor de individuele positie van betrokkene (Centrale Raad van Beroep, 31 10 2001, ECLI:NL:CRVB:2001:AD7125).
– indien de overheid een aanvulling op een ontwerpbesluit niet opnieuw ter inzage legt waardoor derden zijn benadeeld. Deze zaak is interessant, omdat daarin een beroep op het vertrouwensbeginsel wordt gehonoreerd en het handelen van de gemeente tevens strijdig werd bevonden met de formele zorgvuldigheid.

Kon gemeente in redelijkheid tot besluit komen: marginale toetsing rechter na beroep tegen besluit

De overheid en dus een gemeente zal soms moeten afwijken van standaardbeleid als de feiten daar aanleiding toe geven. Zorgvuldige toetsing van de feiten en omstandigheden en de belangen van de overheid en de betrokkene dienen zorgvuldig afgewogen te worden. Sluiting van een bedrijf, stilleggen van de bouw (bouwstop), intrekken exploitatievergunning van horeca, of het opleggen van bestuursdwang of bestuurlijk boete hebben vergaande (financiële) gevolgen. Afwijking van het beleid kan soms nodig zijn om geen onnodig schade te betrokken met en handhavend besluit. Degene die geconfronteerd worden met een ingrijpend besluit van de overheid (bijvoorbeeld sluiting van horecabedrijf) kan een advocaat bestuursrecht laten toetsten of met succes beroep aangetekend kan worden tegen het besluit. In een spoedeisend geval kan een advocaat bestuursrecht schorsing van het besluit vorderen in een voorlopige voorziening.

Zorgvuldigheid bij toepassen beleid of afwijken van beleid

In deze zaak overwoog de rechter over het toepassen van beleid bij een besluit van de gemeenten (m.b.t. coffeeshops): een beleidsregel dient in grote mate de rechtszekerheid, in de zin dat inzichtelijk en voorspelbaar is hoe een bestuursorgaan zal optreden. In normale gevallen hoort niet van een beleidsregel te worden afgeweken. In bijzondere gevallen kan een afwijking van een beleidsregel noodzakelijk zijn, namelijk als toepassing van de beleidsregel zou leiden tot nadelige of voordelige gevolgen voor een of meer belanghebbenden die onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Afwijking van het beleid ten nadele van burgers vraagt van het bestuursorgaan zorgvuldige besluitvorming en aan de motivering van een besluit waarin tot afwijking van een beleidsregel wordt besloten, moeten hoge eisen worden gesteld (Rechtbank Middelburg, 11-12-2008, 08/1049 VV ECLI:NL:RBMID:2008:BG6660).

Zorgvuldigheidsbeginsel; gemeente onzorgvuldig met beleid t.a.v. erfpacht

In deze zaak staan koopprijzen die de erfpachters hebben betaald voor de bloot eigendom van percelen ter discussie. De gemeente zou door het opnemen van een protestclausule, bewust zijn van een voorbehoud en dat door de koopovereenkomst geen afstand zou zijn gedaan het recht de koopprijs van de bloot eigendom. Dit zou in strijd zijn met de formele zorgvuldigheid. In een tussenarrest overweegt het gerechtshof: “ten aanzien van het zorgvuldigheidsbeginsel heeft de gemeente geen tot weinig inzicht lijkt te hebben in de effecten van haar beleid, zodat de gemeente naar het voorlopige oordeel van het hof op dit punt in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel heeft gehandeld door te weinig onderzoek te doen.

Te weinig onderzoek voorafgaande aan besluit: onzorgvuldig volgens rechter

In haar eindoordeel in het slepende erfpachtgeschil overweegt het hof dan: “Op grond van het voorgaande maakt het hof thans zijn voorlopige oordeel definitief dat de gemeente in strijd heeft gehandeld met het formele zorgvuldigheidsbeginsel, nu zij ten tijde van de bepaling van de waarde van de erfpachtgrond ten behoeve van de verkoop van de blote eigendom aan de erfpachters te weinig onderzoek heeft gedaan, waardoor zij geen tot weinig inzicht heeft gehad in de effecten van haar grondwaarderingsbeleid (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11-06-2013, 104.002.018).

Indringend toetsten van besluit aan evenredigheidsbeginsel

De bestuursrechter dient de evenredigheid van bestuurlijke maatregelen sinds 7 juli 2021 te toetsen zoals dat in het Europese recht gebeurt. Verder kan de bestuursrechter de intensiteit van zijn toets moeten laten afhangen van de concrete belangen die bij een bestuurlijke maatregel zijn betrokken en van de vraag in hoeverre die maatregel de grondrechten aantast.

De belangrijkste aanbevelingen van de staatsraden advocaat-generaal zijn de volgende: bij het toetsen van de evenredigheid van een bestuurlijke maatregel, zoals een woningsluiting of een dwangsom, zou de bestuursrechter moeten aansluiten bij de drietraps-evenredigheidstoets uit het Europese recht. Dat betekent dat een bestuurlijke maatregel moet worden beoordeeld op

(1) geschiktheid voor het nagestreefde doel,

(2) noodzakelijkheid (is er geen minder ingrijpende maatregel die even effectief is?) en

(3) de maatvoering van de bestuurlijke maatregel (bijvoorbeeld de duur van een sluiting van een pand of de hoogte van een dwangsom).

Indien u twijfels heeft over de zorgvuldigheid of evenredigheid van een besluit van de overheid neemt u dan contact op met het team bestuursrecht van Blenheim