15 februari 2012

Schadeclaim beleggers toegewezen; bestuurdersaansprakelijkheid directie Fortis

Categorie: Bestuursrecht

Bestuurdersaansprakelijkheid directie bank door onjuiste informatie

In de periode tussen 22 mei en 26 juni 2008 zijn meerdere malen onjuiste en misleidende mededelingen door de voormalige CEO en financiële topman openbaar gemaakt over de solvabiliteit van Fortis. Daarmee werd een veel rooskleuriger beeld voorgesteld dan de werkelijke toestand van Fortis. Bestuurders hebben daarmee, volgens de rechtbank Utrecht, onrechtmatig gehandeld ten opzichte van de beleggers, die een procedure aangespannen hebben bij de rechtbank. De beleggers stellen dat zij schade hebben geleden door de onjuiste mededelingen over Fortis.

De uitspraak is hier te lezen:

http://zoeken.rechtspraak.nl/detailpage.aspx?ljn=BV3753&u_ljn=BV3753

De CFO is in het bijzonder aansprakelijk wegens onjuiste uitlatingen die hij op 22 mei 2008 heeft gedaan op een voorlichtingsdag voor beleggers met een persbericht een dag daarna. De uitlatingen die de CEO van Fortis in die periode heeft gedaan, waren misleidend volgens de rechtbank. Overigens is ook de rechtspersoon Fortis zelf aansprakelijk voor de uitlatingen.

Fortis had ook een non-executive voorzitter. Deze heeft zelf geen onjuiste mededelingen gedaan. Om die reden werd hij door de rechtbank niet aansprakelijk geacht.

Aansprakelijkheid van bestuurder van een vennootschap

Over aansprakelijkheid van bestuurders in het algemeen overweegt de rechtbank het volgende:

“4.51 Bij benadeling van een derde door toedoen van een vennootschap, kan naast de aansprakelijkheid van de vennootschap ook, afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval, grond zijn voor aansprakelijkheid van degene die als bestuurder (voor zover in deze zaak van belang) heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt. In dat geval mag in het algemeen alleen dan worden aangenomen dat de bestuurder jegens de derde onrechtmatig heeft gehandeld, waar hem, mede gelet op zijn verplichting tot een behoorlijke taakuitoefening als bedoeld in art 2:9 BW, een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt. Als maatstaf geldt daarbij of het handelen of nalaten als bestuurder van de betrokken bestuurder ten opzichte van de derde in de gegeven omstandigheden zodanig onzorgvuldig is, dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Aldus geldt voor het oordeel dat een bestuurder in persoon aansprakelijk is – temeer in het hier voorhanden geval dat de derde een aandeelhouder van de desbetreffende vennootschap is, gezien diens zelfgekozen betrokkenheid bij de gang van zaken binnen de vennootschap – een hoge drempel.

4.52. Of van een dergelijk persoonlijk ernstig verwijt sprake is, dient telkens te worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval. Tot de in aanmerking te nemen omstandigheden behoren onder meer de aard van de door de rechtspersoon uitgeoefende activiteiten, de in het algemeen daaruit voortvloeiende risico’s, de taakverdeling binnen het bestuur, de eventueel voor het bestuur geldende richtlijnen, de gegevens waarover de bestuurder beschikte of behoorde te beschikken ten tijde van de aan hem verweten beslissingen of gedragingen, alsmede het inzicht en de zorgvuldigheid die mogen worden verwacht van een bestuurder die voor zijn taak berekend is en deze nauwgezet vervult. Met name zal van het genoemde persoonlijke ernstige verwijt sprake kunnen zijn indien de bestuurder, in het licht van deze omstandigheden in redelijkheid niet tot het gewraakte handelen heeft kunnen komen.”