28 april 2014

Bestuurdersaansprakelijkheid; persoonlijke aansprakelijkheid bestuurder

Categorie: Bestuursrecht

Bestuurdersaansprakelijkheid; de Hoge Raad

In het arrest van 4 april 2014 ging het – kort gezegd – om het volgende.
Air Holland heeft vliegreizen verzorgd voor een vennootschap waarvan thans eisers tot cassatie bestuurders waren. Nadat de vennootschap was veroordeeld tot betaling aan Air Holland wegens het onbetaald laten van de facturen van een aantal reizen, is Air Holland failliet verklaard, met aanstelling van verweerders in cassatie als curatoren. In het geding vorderen de curatoren dat de vennootschap en de bestuurders hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling.
Aan de vordering van de curatoren op de bestuurders hebben zij ten grondslag gelegd dat de bestuurders onrechtmatig hebben gehandeld, omdat (i) ofwel sprake is van betalingsonwil bij hen, ofwel (ii) zij ten tijde van de totstandkoming van de overeenkomst tussen Air Holland en de vennootschap wisten dat laatstgenoemde niet aan haar verplichtingen kon voldoen en geen verhaal zou bieden.
Voor zover in cassatie van belang heeft het hof de bestuurders veroordeeld om aan de curatoren het door hen gevorderde bedrag te betalen, verminderd met een bedrag ter zake van verrekening van een deels toegewezen vordering van de vennootschap op Air Holland die de vennootschap in reconventie had ingesteld. Het hof overweegt dat de bestuurders onvoldoende gemotiveerd hebben gesteld dat zij goede grond hadden om met voldoende mate van zekerheid te kunnen aannemen dat de tegenvordering de betalingsverplichting van de vennootschap zou overtreffen en dat aan hen van het (desondanks) bewerkstelligen dan wel toelaten dat de vennootschap haar betalingsverplichtingen jegens Air Holland niet kon nakomen, een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Hiertegen hebben de bestuurders cassatieberoep ingesteld.
De onderdelen betogen dat de bestuurders in redelijkheid hebben kunnen menen dat per saldo geen vordering van Air Holland zou resteren en dat, wanneer slechts ernstig rekening moet worden gehouden met het bestaan van een vordering, het handelen of nalaten van de bestuurders niet zodanig onzorgvuldig kan worden geacht dat aan hen daarvan een ernstig verwijt kan worden gemaakt. De onderdelen falen omdat zij de toepasselijkheid van een andere norm verdedigen dan de Hoge Raad ook voor een geval als het onderhavige heeft aanvaard in zijn [arrest ](http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2006:AZ0758)van 8 december 2006.
Het gaat er namelijk om of de aansprakelijk gestelde bestuurder wist of redelijkerwijs had behoren te begrijpen dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelwijze van de vennootschap tot gevolg zou hebben dat deze haar verplichtingen niet zou nakomen en geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade. Dit betekent dat, anders dan de onderdelen betogen, voor een ernstig verwijt als in voormeld arrest van de Hoge Raad bedoeld, voldoende is dat de bestuurder ten tijde van het hem verweten handelen of nalaten ernstig rekening had moeten houden met de mogelijkheid dat ondanks de gestelde tegenvordering een vordering op de vennootschap zou resteren.

### Advocaat ondernemingsrecht over bestuurdersaansprakelijkheid

Het arrest van de Hoge Raad van 4 april 2014 toont eens te meer aan dat u als bestuurder de zeilen dient bij de te zetten, wanneer u in zwaar weer komt te verkeren. Immers, te allen tijde dient u als bestuurder de langere termijn in het achterhoofd te houden. Ik heb daar al meer over geschreven. Zie ook mijn andere [blogs](http://www.advocaten-amsterdam.nl/665/bestuurdersaansprakelijkheid) over bestuurdersaansprakelijkheid.
Indien u vragen heeft over bestuurdersaansprakelijkheid, neemt u dan geheel vrijblijvend contact op met een van onze [advocaten ondernemingsrecht](http://www.advocaten-amsterdam.nl/nl/advocaten/ondernemingsrecht.html).