28 februari 2013

Exhibitieplicht en conservatoir bewijsbeslag

Categorie: Bestuursrecht

Hoe kan advocaat bewijs veilig stellen om vordering aan te tonen?

In de eerste plaats biedt de zogenaamde ‘exhibitieplicht’ van artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in dergelijke gevallen mogelijk uitkomst.

Op grond van dit artikel kan een partij die een rechtmatig belang heeft, op zijn kosten, inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde (specifiek omschreven) bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij partij is, vorderen van degene die deze gegevens te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft. Deze bescheiden kunnen schriftelijke stukken zijn, maar ook gegevens die zich in een mailbox of op een harde schijf, cd-rom, dvd, USB-stick of op andere gegevensdragers bevinden.

Bewijsmateriaal vorderen bij tegenpartij

Op grond van dit artikel moet de eiser voldoen aan drie cumulatieve vereisten: (i) de eiser moet een rechtmatig belang hebben bij inzage, uittreksel of afschrift, (ii) het moet gaan om bepaalde bescheiden, en (iii) de vordering moet bescheiden betreffen aangaande een rechtsbetrekking waarin de eiser partij is. Hieronder zullen de drie punten kort worden besproken:

(1) Rechtmatig belang bij bewijsstukken

In de rechtspraak wordt aangenomen dat sprake is van een rechtmatig belang wanneer een procespartij de betreffende stukken nodig heeft voor het bepalen van zijn rechtspositie. Het rechtmatig belang wordt daarmee ruim ingevuld. Het gaat daarbij in de eerste plaats om een bewijsbelang, dat dient te corresponderen met de op hem rustende bewijslast. Het ligt daarbij op de weg van de eiser om voldoende concrete feiten en omstandigheden te stellen waaruit dit belang blijkt. Daarbij wordt getoetst of een partij een onredelijk voordeel geniet dan wel of zijn wederpartij een onredelijk nadeel lijdt, doordat een bepaald (bewijs)stuk in de procedure als bewijsmiddel ter beschikking komt. Dit artikel kan echter niet in stelling worden gebracht voor zogenoemde ‘fishing expeditions’; een eiser kan geen ongespecificeerde bescheiden opvragen om vervolgens te kijken of deze voldoende aanknopingspunten bieden voor een nadere onderbouwing van zijn stellingen of voor nadere bewijsvoering.

(2) Specifieke bewijsstukken bij tegenpartij benoemen

Er geldt geen ‘algemeen’ inzagerecht. Dit betekent dat in bepaalde mate vast moet komen te staan om welke bescheiden het precies gaat; deze bescheiden moeten met naam en toenaam worden benoemd. Wanneer de bescheiden te algemeen geformuleerd worden omschreven, kan er worden betoogd dat dit, zoals gezegd, een “fishing expedition’” betreft en kan het verzoek worden afgewezen.

(3) Relatie met tegenpartij grond voor beslag op bewijsmateriaal

De derde cumulatieve voorwaarde voor de toepassing van artikel 843a Rv is dat de opgevraagde bescheiden “een rechtsbetrekking waarin verzoeker of zijn rechtsvoorganger partij is” moet aangaan. Deze rechtsbetrekking kan in elk geval een rechtsbetrekking uit overeenkomst zijn of een uit onrechtmatige daad. Overigens geldt dat voor een beroep op de exhibitieplicht het niet noodzakelijk is dat het bestaan van een rechtsbetrekking al in rechte vaststaat; een partij kan er namelijk juist belang bij hebben om bepaalde bescheiden op te vragen om juist de rechtsbetrekking te kunnen beoordelen.

Indien aan deze eisen wordt voldaan, kan een partij (bijvoorbeeld de wederpartij) worden verplicht de bescheiden ter beschikking te stellen aan de eiser. Dit is slechts anders indien er gewichtige redenen zijn om niet aan deze vordering te voldoen of indien een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van deze gegevens is gewaarborgd.

Conservatoir bewijsbeslag door advocaat

Tegenwoordig bestaat in bijzondere omstandigheden de mogelijkheid om bewijs op voorhand veilig te stellen door middel van een beslag op het bewijs zelf. Dit gebeurt dus voordat een bodemprocedure aanhangig wordt gemaakt en houdt feitelijk in dat aan de voorzieningenrechter van de bevoegde rechtbank wordt verzocht bepaalde bescheiden alvast veilig te laten stellen bij een ‘gerechtelijke bewaarder’, totdat in de procedure ex artikel 843a Rv (zoals hierboven omschreven onder “exhibitieplicht”) op het verzoek is beslist. Gedurende de periode dat in deze verzoekschriftprocedure nog niet is beslist op het verzoek, krijgt de verzoeker nog geen toegang tot deze bescheiden. Het bewijsbeslag voorkomt (enkel) dat bescheiden worden verduisterd of anderszins onbeschikbaar raken voor de verzoeker. Eerst na het doorlopen van de verzoekschriftprocedure wordt duidelijk of het beslag doel heeft getroffen (of de relevante bewijsstukken onder het beslag vallen).
Nadat de voorzieningenrechter verlof tot beslaglegging heeft verleend, kan de gerechtelijk bewaarder, bijgestaan door een deurwaarder, dit bewijs bij de (weder)partij laten doorzoeken door deskundigen en de bescheiden in beslag nemen en opslaan totdat in de 843a Rv- procedure is beslist.

Meer informatie over bewijslevering en beslag?

Ons kantoor heeft de nodige ervaring met verzoeken ex artikel 843a Rv en conservatoire bewijsbeslagen dan wel eventuele verweren daartegen. Wij adviseren u graag over de mogelijkheden die u heeft. Neemt u hiertoe vrijblijvend contact met advocaat Mark van Weeren.