27 december 2012

Toelichting advocaat bestuursrecht over formele rechtskracht besluit en bezwaar

Categorie: Bestuursrecht

Bezwaar maken tegen besluit gemeente

In de bestuursrecht praktijk blijkt toch vaak dat derden zich niet bewust zijn van hun recht om bezwaar of beroep in te stellen tegen besluit van de gemeente dat hen ook in hun belang raakt. De derde moet wel een aantoonbaar belang hebben om als belanghebbende gekwalificeerd te worden. Een advocaat bestuursrecht kan daar mede aan de hand van de jurisprudentie over adviseren. In deze zaak had de voormalig egenaar van een horecapand bezwaar moeten maken tegen een vrijstelling van het bestemmingsplna die “persoonsgebonden” was. Omdat geen bezwaar werd aangetekend was ook de koper van het pand daaraan gebonden.
Het huurpand was met ingang van 1 december 2002 verhuurd aan A, die in het pand een eetcafé heeft gevestigd. In de huurovereenkomst is ten behoeve van A een koopoptie opgenomen. De Gemeente heeft aan A een aan haar als persoon gebonden vrijstelling voor vestiging van het eetcafé in het pand verleend. B koopt het pand.
In de koopovereenkomst is opgenomen: “Het bedrijfspand heeft als bestemming horeca-eetcafé restaurant, het is de koper tevens bekend dat de exploitatie vergunningen persoon gebonden zijn en op naam van nieuwe eigenaar en of pachter zullen worden aangevraagd bij de gemeente Rijswijk.”

Ontbinding koopovereenkomst door advocaat van de koper

Na de koop wil de koper zelf een vrijstelling krijgen voor gebruik als horeca. Die wordt dan geweigerd door de gemeente. De advocaat van koper heeft de koopovereenkomst met verkoper ontbonden op grond van non-conformiteit, omdat verkoper het pand niet had geleverd met een horecabestemming. Bij brief van 28 september 2005 heeft de advocaat van koper “de nietigheid” van de koopovereenkomst ingeroepen op grond van dwaling.

De rechtbank gaat ervan uit dat koper de Gemeente schadeplichtig acht op grond van haar besluit van 19 februari 2003. Koper acht dit besluit jegens hem onrechtmatig aangezien hij zijns inziens ervan heeft mogen uitgaan dat de Gemeente een aan het pand in plaats van een aan de persoon gebonden vrijstelling voor horeca zou verlenen.

Advocaat kan ook voor derde belanghebbbende kan tegen besluit bezwaar maken

Voorop staat dat de taakverdeling tussen de civiele rechter en de bestuursrechter meebrengt dat de civiele rechter dient uit te gaan van de rechtmatigheid van een besluit van een bestuursorgaan wanneer tegen dat besluit een bestuursrechtelijke rechtsgang openstaat of heeft gestaan die voldoende rechtsbescherming biedt en indien van deze rechtsgang geen gebruik is gemaakt of deze niet tot vernietiging van het besluit heeft geleid (HR 7 april 1995, LJN: ZC1700). Deze zogenaamde formele rechtskracht geldt in beginsel ook voor anderen dan degene tot wie het besluit is gericht, mits deze derden het rechtens vereiste belang hebben om gebruik te maken van de bestuursrechtelijke rechtsgang (HR 8 september 1995, LJN: ZC1799).

Bezwaar en beroep instellen nodig om schadevergoeding te vorderen

In dit geval was het besluit van de gemeente van 19 februari 2003 gericht aan de eigenaar van het pand en deze is aan te merken als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 lid 1 Algemene wet bestuursrecht (Awb). De eigenaar heeft onder meer gesteld dat hij de bestuursrechtelijke rechtsgang niet heeft kunnen benutten omdat hij niet in de gemeente Rijswijk woont en de Gemeente hem het besluit niet heeft meegedeeld. Dit baat hem echter niet. Gelet op artikel 6:11 Awb en de vaste jurisprudentie van de bestuursrechter (onder meer ABRvS 15 mei 2001, LJN: AN6754) had de eigenaar immers, om niet in verzuim te raken, binnen twee weken nadat hij van dit besluit op de hoogte raakte (althans behoorde te zijn) bezwaar daartegen moeten instellen. Uitgaande van zijn eigen stellingen heeft koper medio 2005 van het besluit kennisgenomen, toen [B] hem benaderde naar aanleiding van de afwijzende reactie van de Gemeente in haar brief van 15 juli 2005 (r.o. 2.8). Vast staat dat de eigenaar de bestuursrechtelijke rechtsgang niet heeft benut. De rechtbank dient daarom ook jegens (voormalig) eigenaar uit te gaan van de rechtmatigheid van het besluit van 19 februari 2003. De vordering wordt afgewezen. De ingeroepen ontbinding en het beroep op dwaling is daarom niet geldig. Koper blijft eigenaar van het pand.

Rechtbank ’s-Gravenhage, 20 december 2012,
LJN: BY7003