16 november 2021

Bibob procedure bij vergunning wegtransport

Categorie: Bestuursrecht

Bij veel vergunningen toetst de overheid de integriteit van de aanvrager. Dat is de procedure zoals geregeld in de Wet Bibob. Ook bij de NIWO-vergunning voor wegtransport vindt een Bibob toets plaats. Nadat de vergunning is verleend kan een nieuwe Bibob toetsing leiden tot intrekking van de vergunning voor beroepsvervoer. Daarnaast kan wegens ontbreken van ‘betrouwbaarheid’ de vergunningsinstantie NIWO een vergunning van een transportbedrijf intrekken indien het bedrijf teveel strafpunten heeft opgelopen in het Erru register. Ik noem in deze blog 3 voorbeelden van rechtszaken waarbij de Bibob procedure tot intrekking van de vergunning voor wegtransport leidde. In de beroepsprocedure toetst de bestuursrechter objectief het NIWO besluit tot intrekking van de vergunning. Indien acuut een probleem ontstaat door intrekking van de NIWO vergunning kan ook in kort geding de intrekking geschorst worden door de bestuursrechter.

Zaak 1: intrekking communautaire vergunning bij de voorzieningenrechter

Deze kort geding procedure ziet op de intrekking door NIWO van de communautaire vergunning die de transporteur nodig heeft om internationaal vervoer te verrichten. De intrekking van de vergunning heeft NIWO gebaseerd op de zogeheten a-grond en b grond Wet Bibob. Dat zijn de cruciale bepalingen waar de Bibob toetsing van en vergunninghouder of aanvrager van de vergunning op is gebaseerd. In artikel 3 lid 1 Wet Bibob is bepaald dat bestuursorganen zoals NIWO, een vergunning kunnen intrekken, indien ernstig gevaar bestaat dat de vergunning voor beroepsvervoer mede zal worden gebruikt om:

  1. uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten, of
  2. strafbare feiten te plegen.

Schorsing besluit intrekking vergunning door voorzieningenrechter

Het Bibob advies aan de vergunninginstantie NIWO in deze zaak ziet een verband met faillissementen. Het transportbedrijf stelt dat NIWO kan concluderen dat sprake is van een zakelijke samenwerkingsverband in de zin van artikel 3 van de Wet Bibob. Het bedrijf vraagt een voorlopige voorziening bij de bestuursrechter. De voorzieningenrechter is kritisch en meent dat in dit stadium van de procedure nog niet geheel is onderbouwd 1) dat de faillissementen hebben geleid tot op geld waardeerbare voordelen voor de vergunninghouder en 2) dat die voordelen zijn of worden verkregen met strafbare feiten. Met hetgeen NIWO nog heeft aangevoerd, is niet geheel zeker te achten dat het besluit tot intrekking en de beslissing op de bezwaren daartegen in de bodemprocedure in stand zullen blijven. Gelet het ingrijpende karakter van de intrekking van de vergunning is de voorzieningenrechter van oordeel dat de twistpunten niet zodanig zijn dat de bodemprocedure niet zou kunnen worden afgewacht. Daarom ziet de rechter aanleiding om het besluit tot intrekking van de vergunning te schorsen. De voorzieningenrechter veroordeelt NIWO in de gemaakte proceskosten. In de beroepsprocedure bij de bestuursrechter wordt een definitief oordeel gegeven over het beroep tegen de intrekking van de vergunning.

Zaak 2: Wet wegvervoer goederen hanteert de Bibob-toetsing

In artikel 3.4 Wet wegvervoer goederen (Wwg) is over de Wet Bibob bepaalt:

  1. De NIWO gaat over tot schorsing of intrekking van de communautaire vergunning, in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
  2. Voordat de NIWO toepassing geeft aan het eerste lid, kan zij het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen (wet Bibob) door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet vragen.

Intrekking vergunning wegtransport na Bibob advies

In deze zaak over intrekking van  de communautaire vergunning wegtransport door NIWO gebeurde dat ook op grond van de Wet Bibob. Op basis van de Bibob-adviezen heeft de NIWO geconcludeerd dat er een ernstig gevaar bestaat dat de communautaire vergunning mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen voordelen te benutten (de a-grond) en om strafbare feiten te plegen (de b-grond). De wegtransporteur stelt bezwaar en beroep in tegen de intrekking van de vergunning.

De rechter geeft aan dat volgens vaste rechtspraak een bestuursorgaan zoals NIWO in beginsel van het advies van Landelijke Bureau Bibob (LBB) mag uitgaan. Dit neemt niet weg dat het bestuursorgaan zich ervan moet vergewissen dat het Bibob advies en het ingestelde onderzoek naar de feiten op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen en de feiten de conclusies kunnen dragen (zie de uitspraak Raad van State, 4 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2676). Dat zal bijvoorbeeld niet het geval zijn indien de feiten voor de conclusies van NIWO te weinig of te weinig directe aanwijzingen bieden of omdat ze in verschillende richtingen wijzen, onderling tegenstrijdig zijn of niet stroken met overige feiten en omstandigheden (zie uitspraak Raad van State van 6 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:350).

Bibob beoordeling n.a.v. strafrechtelijk onderzoek of veroordeling strafbaar feit

In de uitspraak  van 20 juli 2011 (ECLI:NL:RVS:201:BR2279) heeft de Raad van State overwogen dat als een persoon door de strafrechter voor het plegen van een strafbaar feit is veroordeeld, dat enkele feit in het algemeen reeds de conclusie zal kunnen dragen dat aannemelijk is dat dat strafbare feit door die persoon is begaan. Maar als het opsporingsonderzoek naar een strafbaar feit nog niet is afgerond, zal, bij gebreke van een uitspraak van de strafrechter, in het advies van het LBB geconcretiseerd moeten worden uiteengezet dat aannemelijk is dat een strafbaar feit is gepleegd en dat de tegen de vermoedelijke dader of daders bestaande verdenking zo ernstig is dat aannemelijk is dat deze het strafbare feit heeft, dan wel hebben begaan. In zoverre rust op het NIWO een zwaardere last om zich ervan te vergewissen dat de desbetreffende feiten de conclusie van het advies kunnen dragen.

Bibob oordeel NIWO over communautaire transportvergunning

NIWO is in deze zaak op basis van 31 in aanmerking genomen  strafbare feiten tot dezelfde conclusie gekomen als het LBB, namelijk dat sprake is van ernstig gevaar dat de communautaire vergunning zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen voordelen te benutten (de a-grond) en om strafbare feiten te plegen (b-grond) Wet Bibob. In het besluit tot intrekking van de vergunning heeft de NIWO de gewijzigde omstandigheden tussen het uitbrengen van het aanvullende Bibob-advies en het bestreden besluit uitdrukkelijk en in toereikende mate in haar besluitvorming betrokken.

Zaak 3: Besluit tot intrekking communautaire vergunning

De bestuursrechter stelt  in deze rechtszaak over intrekking van de vergunning voorop dat volgens vaste rechtspraak een bestuursorgaan, gelet op de bijzondere expertise van Landelijk Bureau Bibob (LBB), in beginsel van het advies van het LBB mag uitgaan. Op grond van het Bibob-advies moet worden aangenomen dat ernstig gevaar bestaat dat de communautaire vergunning door het transportbedrijf mede zal worden gebruikt om uit door X gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten (de a-grond van art. 3 Wet Bibob) en om strafbare feiten te plegen (de b-grond van art. 3 Wet Bibob). Probleem is dat de volgens het Bibob-advies aanwezig geachte relatie van vergunninghouder met de strafbare feiten bestaat uit een zakelijk samenwerkingsverband. Dat langdurig samenwerkingsverband is pas na het verschijnen van het Bibob-advies beëindigd door het uitschrijven van X uit het handelsregister. De Wet Bibob ziet volgens de rechter ook op een eerder en inmiddels beëindigd zakelijk samenwerkingsverband. De rechter moet ook toetsen of een besluit tot intrekking van de vergunning niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel; in dit geval vindt de rechter het besluit van NIWO ook niet onevenredig. Dit is naar mijn oordeel  een randgeval: beëindiging van een Bibob relatie (uitschrijven directeur of afstand nemen van aandeelhouder) zou in beginsel voldoende moeten zijn om het negatieve Bibob advies ongedaan te maken.

Advies over Bibob-toets bij vergunningen

Het team bestuursrecht van Blenheim behandelt zaken over intrekking en weigering van vergunningen. De Bibob toetsing is in toenemend mate een bron van geschil met de vergunninginstantie. Het is onze ervaring dat het zinvol is Bibob-toetsing van het bestuursorgaan goed te laten controleren. Regelmatig zien wij dat de toetsing niet zorgvuldig is of onterechte conclusies worden getrokken. Bovendien is het moeilijk voor een vergunninginstantie om het evenredigheidsbeginsel goed toe te passen. Neem vrijblijvend contact op met het team bestuursrecht als u hier vragen over heeft.