15 november 2015

Bibob-toets weigering vergunning

Categorie: Bibob-procedure

Bibob- weigering van een exploitatievergunning horeca is onderwerp van deze uitspraak De weigering de exploitatie- en een horecavergunning te verlenen burgemeester van Laren was nodig omdat volgens de burgemeester sprake was van “ernstig gevaar dat de vergunningen zouden worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verk regen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten”. Dat betreft een weigering van vergunning wegens de Wet Bibob. De bestuurder van het horecabedrijf zou het restaurant gefinancierd hebben, maar die is volgens de burgemeester strafrechtelijk veroordeeld voor witwassen en deelname aan een criminele organisatie. Lees ook: intrekking horecavergunning.

Bestuurder horeca B.V en Wet Bibob

Het horecapand is eigendom van een B.V. De bestuurder van dit bedrijf zou het restaurant gefinancierd hebben, maar die is volgens de burgemeester strafrechtelijk veroordeeld voor witwassen en deelname aan een criminele organisatie. Het horecabedrijf en de bestuurder zijn het niet eens met de weigering en dienden eerst bezwaar in bij de burgemeester. Die verklaarde het bezwaarschrift van het horecabedrijf ongegrond. Het bezwaar van de bestuurder verklaarde de burgemeester niet-ontvankelijk, omdat hij alleen een ‘afgeleid’ belang zou hebben bij het besluit. Beiden zijn met hun advocaat in hoger beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. deze vinden dat de bestuurder wel belanghebbende is in deze horecazaak.Lees hier meer over: Bibob procedure.

Besluit weigering horecavergunning

Verder voeren zij tegen het weigeringsbesluit aan dat de burgemeester te weinig onderzoek heeft gedaan voordat hij zijn besluit tot weigering vergunning nam. Voor zover er al sprake zou zijn van ‘zwart geld’ zou dat niet zijn gebruikt voor de financiering van het restaurant. Verder houden de strafbare feiten waarvoor de bestuurder is veroordeeld geen verband met de horeca-activiteiten.. De rechtbank Midden‑Nederland stelde het horecabedrijf en de bestuurder in november 2014 in het ongelijk. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het horecageschil in hoger beroep behandeld.

Wet Bibob en directeur horeca

De bezwaarmaker heeft bij de BIbob toets de schijn tegen. De Financial Intelligence Unit heeft drie transacties als verdacht aangemerkt en de indicator ‘witwassen’ meegegeven. Met de strafbare feiten is groot financieel voordeel behaald. Het onderzoek door het Bureau heeft zorgvuldig plaatsgevonden en de adviezen van het Bureau over de horeca-onderneming zijn deugdelijk onderbouwd, zodat geen aanleiding bestaat de adviezen niet te volgen, zodat de burgemeester bij het besluit tot weigering vergunning dit in aanmerking mocht nemen.

Beroep horeca-directeur terecht; besluit weigering vergunning vernietigd

Het besluit tot weigering van de exploitatievergunning is in belangrijke mate gebaseerd op gedragingen van de bestuurder van de horeca B.V. die belanghebbende – al dan niet als directeur of aandeelhouder van diverse vennootschappen – heeft verricht. Daarom is het belang van de bestuurder rechtstreeks bij deze besluiten tot weigering vergunning betrokken (uitspraak van de Afdeling van 12 oktober 2011 in zaak nr. 201102309/1/H3). De rechtbank heeft dan ook ten onrechte overwogen dat de burgemeester de horeca-bestuurder terecht niet als belanghebbende heeft aangemerkt en het bezwaar. De horeca-directeur was dus ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Op dat punt wordt het beroep toegewezen en wordt het besluit tot weigering van de horecavergunning vernietigd door de Raad van State. Lees hier meer over vergunning en Bibob onderzoek.

Uitspraak weigering vergunning horeca , nr 201410398/1/A3 van 4 november 2015.