21 augustus 2015

Bij beleggingsadvies bank geldt bijzondere zorgplicht

Categorie: Bestuursrecht

Op 14 augustus 2015 heeft de Hoge Raad zich uitgesproken over de bijzondere zorgplicht bij beleggingsadvies en aansprakelijkheid banken bij particuliere beleggers.

Die bijzondere zorgplicht brengt met zich mee dat de bank de klant behoort te waarschuwen voor risico’s die verbonden zijn aan risicovolle financiële instrumenten en brengt met zich mee dat de bank zich daadwerkelijk moet vergewissen dat de klant zich van die risico’s bewust is.

Stop loss order: bank bijzondere zorgplicht om klant te waarschuwen

In dit geval ging het om een belegger die bij ABN Amro belegde op basis van beleggingsadvies. Op vrijdag 19 september 2008 heeft de belegger een ‘stop loss order’ afgegeven aan ABN Amro met betrekking tot 57.500 ING-aandelen. Dit betrof nagenoeg zijn gehele aandelenportefeuille. Door een fout van de bank is de order niet uitgevoerd. De belegger heeft echter geen bezwaar gemaakt, omdat het niet uitvoeren van de order juist positief was. Uit het arrest blijkt dat de belegger spreekt over: “fantastische move”. Daaropvolgend is gesproken met de accountmanager van ABN Amro over een eventuele verkoop van de ING-aandelen. Er is een aantal telefoontranscripties overgelegd waaruit uiteindelijk volgt dat nog even wordt afgewacht. Dat afwachten is niet goed uitgepakt omdat de ING-aandelen flink daalden en de belegger een flink verlies heeft geleden.

Belegger claimt schade beleggen bij ABN AMRO

Vervolgens claimt de belegger dit verlies bij ABN Amro, waarbij wordt gesteld dat de bank de bijzondere zorgplicht heeft geschonden. Hij stelt de bank aansprakelijk voor het koersverlies, stellende dat de ‘stop loss order’ toch ten onrechte niet is uitgevoerd, althans in ieder geval ten onrechte en dat de bank daarna had moeten adviseren alsnog te verkopen. Dat zou de bijzondere zorgplicht van de bank met zich meebrengen. Bij het hof verloor de belegger. Het hof overwoog dat partijen geen vermogensbeheerrelatie waren aangegaan maar een adviesrelatie en dat daarom de belegger uiteindelijk zelf verantwoordelijk is voor het beheer van zijn belegd vermogen. Het enkele feit dat de ‘stop loss order’ niet is uitgevoerd en dat de bank vervolgens nadien niet heeft geadviseerd om de aandelen alsnog te verkopen, doet daar volgens het hof niet aan af en maakt niet dat ABN AMRO haar bijzondere zorgplicht heeft geschonden.

Hoge Raad over bijzondere zorgplicht banken

De Hoge Raad oordeelt echter anders. De Hoge Raad stelt dat eerst gekeken moet worden naar de ‘stop loss order’ en oordeelt of deze ‘stop loss order’ kan worden gewijzigd door een daartoe strekkende mededeling van de ene partij aan de andere partij. Dat hangt er volgens de Hoge Raad vanaf of de partij die mededeling deed erop mocht vertrouwen dat de wederpartij instemde met de wijziging. Oftewel ABN Amro had de mededeling gedaan dat de ‘stop loss order’ niet was uitgevoerd. Hier gaat de Hoge Raad echter verder in die zin, dat de bijzonder zorgplicht moet worden meegenomen bij die beoordeling. De Hoge Raad overweegt:

“Volgens vaste rechtspraak rust op de bank als professionele en bij uitstek deskundige dienstverlener een bijzondere zorgplicht bij beleggingsadviesrelaties met particuliere beleggers. Die zorgplicht strekt mede ter bescherming van de cliënt tegen het gevaar van een gebrek aan kunde en inzicht of van eigen lichtvaardigheid. (HR 8 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY4600, NJ 2014/497, rov. 4.3.1) De omvang van deze bijzondere zorgplicht is afhankelijk van de omstandigheden van het geval (HR 9 januari 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2536, NJ 1999/285).

Deze zorgplicht kan meebrengen dat de bank de cliënt behoort te waarschuwen voor de risico’s die zijn verbonden aan voortzetting van een bepaald beleggingsbeleid en dat zij pas erop mag vertrouwen dat de cliënt ermee instemt bepaalde risico’s te lopen als hij, na uitdrukkelijk door de bank op die risico’s te zijn gewezen, daarmee instemt. Daarbij kan de bank verplicht zijn zich ervan te vergewissen dat de cliënt zich daadwerkelijk van die risico’s bewust is.

(vgl. HR 3 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU4914, NJ 2012/95, rov. 3.6.2)”

Volgens de Hoge Raad had tegen deze achtergrond het hof niet, althans niet zonder nadere motivering ervan uit moeten gaan dat de ‘stop loss order’ helemaal niet meer aan de orde was. Daarbij was van belang dat de belegger als onervaren belegger blindelings op het advies van de bank afging. Juist dan had de bank – gelet op haar bijzondere zorgplicht – minder snel mogen uitgaan van de instemming van de belegger bij het niet meer uitvoeren van de ‘stop loss order’. En zelfs als de ‘stop loss order’ daadwerkelijk was ingetrokken, dan stelt de Hoge Raad dat de bijzondere zorgplicht in de gegeven omstandigheden ook met zich meebrengt, dat de bank zich de belangen van de belegger had moeten blijven aantrekken. Dat wil zeggen dat de bank na de intrekking van de ‘stop loss order’ de belegger uitdrukkelijk de risico’s had moeten voorhouden die waren verbonden aan het aanhouden van aandelen en bij hem moest informeren of hij een nieuwe opdracht wilde geven. Het is de bank die als bij professioneel en bij uitstek deskundige partij dit doel continue voor ogen moet houden.

Uit de telefoontranscripties kan men inderdaad twijfelen over de vraag of de belegger zich wel was bewust van het feit dat hij grote risico’s nam. De Hoge Raad heeft nu geoordeeld dat juist bij het twijfelen bij het bewustzijn van deze risico’s de bank als deskundig adviseur zich had moeten vergewissen dat de klant zich bewust was van deze risico’s.

http://www.advocaten-amsterdam.nl/721/zorgplicht-banken-aansprakelijkheid-advocaat-claim-schade