18 februari 2016

Boete illegale verhuur

Categorie: Bestuursrecht

Boete verhuurder na handhaving gemeente

In deze zaak werd een bestuurlijke boete opgelegd van € 7.500,- aan en verhuurder wegens het zonder vergunning omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimtes (door de huurder). Wie is de dader van de overtreding (verhuren kamers zonder vergunning)? De verhuurder ging met zijn advocaat in hoger beroep. Zoals de Raad van State heeft overwogen (uitspraak van 28 mei 2014 in zaak nr. 201309595/1/A3), is de overtreder bij illegale bewoning degene die het desbetreffende wettelijke voorschrift daadwerkelijk heeft geschonden. Dat is in de eerste plaats degene die de verboden handeling fysiek heeft verricht. Daarnaast kan in bepaalde gevallen degene die de overtreding niet zelf feitelijk heeft begaan, doch aan wie de handeling is toe te rekenen, zoals een eigenaar/verhuurder voor de overtreding verantwoordelijk worden gehouden en derhalve als overtreder worden aangemerkt. Lees ook: handhaving gemeente.

Verweer verhuurder tegen overtreding huurder

van de eigenaar van een pand die dat verhuurt, mag worden gevergd dat hij zich tot op zekere hoogte informeert over het gebruik dat van het verhuurde pand wordt gemaakt. Om niet verantwoordelijk te kunnen worden gehouden voor onrechtmatig gebruik van het door hem verhuurde pand dient de eigenaar aannemelijk te maken dat hij niet wist en niet kon weten dat het pand aldus werd gebruikt. De verhuurder heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij enig concreet toezicht heeft gehouden op het gebruik van de woning. Derhalve heeft hij evenmin aannemelijk gemaakt dat hij niet kon weten dat de woning onzelfstandig werd bewoond.

Controle woning door verhuurder

Het feit dat de verhuurder de woning niet kon betreden zonder toestemming van de huurders, doet niet af aan zijn verantwoordelijkheid zich over het gebruik van het pand adequaat te informeren. Volgens uitspraak van 5 september 2012 in zaak nr. 201109431/1/A1 behoeft het recht op privacy van een huurder niet in de weg te staan aan het kunnen controleren van het eigendom van de verhuurder. Niet aannemelijk is dat het voor [appellant] niet mogelijk was om afspraken met [persoon 3] te maken, teneinde het gebruik van de woning te kunnen controleren. Zeker als een verhuurder al eerder een last onder dwangsom was opgelegd wegens de onzelfstandige bewoning van de woning door kamerverhuur kan (extra) inspanning verlangd worden van de verhuurder om de huurder te controleren wie er bij hem inwoont.

Geen matiging opgelegde boete verhuurder

De verhuurder heeft geen bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 5:46, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht aangevoerd. Dat zou reden kunnen zijn af te wijken van het beleid of een lager boete. De rechtbank heeft derhalve geoordeeld dat niet is gebleken van bijzondere omstandigheden waarin de gemeente aanleiding had moeten zien voor matiging van de opgelegde boete aan de verhuurder. Hierbij wordt overwogen dat de gestelde ‘zeer beperkte financiële draagkracht’ van de verhuurder onvoldoende is onderbouwd.

Uitspraak Raad van State, 17 februari 2016, 201505401/1/A3.