15 september 2016

Boete inspectie SZW wegens illegale tewerkstelling teruggedraaid door rechter

Categorie: Bestuursrecht

WAV Boete (Wet Arbeid vreemdelingen) door rechter vernietigd

De inspectie van SZW had aan ProRail, twee Nederlandse bedrijven, een Duits bedrijf en een bedrijf uit Macedonië geen bestuurlijke boete mogen opleggen vanwege overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (WAV). De advocaat van de bedrijven tekende met succes beroep aan tegen de boetebeschikking van de Minister van SZW. Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak zijn voor de vreemdelingen geen Nederlandse werkvergunningen nodig, omdat ze in dienst waren van het Duitse bedrijf en bovendien over Duitse werkvergunningen beschikten. Dit blijkt uit vijf uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State(14 september 2016). Lees ook: Boete Wet arbeid Vreemdelingen.

Boeterapport arbeidsinspectie over vreemdelingen

Aan boetebeschikking met WAV boete gaat een boeterapport vooraf. Laat een advocaat het rapport kritisch beoordelen met het oog op de zienswijze die u als werkgever kunt indienen. Uit het door een arbeidsinspecteur van de Inspectie SZW op ambtsbelofte opgemaakte boeterapport van 19 september 2011 aanvullende boeterapporten blijkt dat het ging om 61 vreemdelingen van Macedonische nationaliteit en een vreemdeling van Bulgaarse nationaliteit. In de boeterapporten is voorts vermeld dat de vreemdelingen die arbeid verrichtten via een in- en uitleensituatie of aanneming van werk, waarbij ProRail B.V. is aan te merken als opdrachtgever. Het UWV Werkbedrijf heeft aan geen van de werkgevers uit de werkgeversketen een tewerkstellingsvergunning voor deze door de vreemdelingen verrichte werkzaamheden afgegeven, aldus de boeterapporten.

Handhaving inspectie SZW met WAV boete onterecht

De inspectie SZW heeft ten onrechte een boete van € 552.000 aan twee bedrijven opgelegd wegens het ontbreken van de werkvergunning van vreemdelingen. De Raad van State is van oordeel dat de de toezichthouder niet heeft aangetoond dat de vreemdelingen in dienst waren van het bedrijf uit Macedonië. De feiten en omstandigheden wijzen “er veeleer op dat de vreemdelingen gedurende de door hen verrichte werkzaamheden” in dienst waren van het Duitse bedrijf. Zo betaalde het Duitse bedrijf de salarissen van de vreemdelingen. Omdat de vreemdelingen bovendien beschikten over Duitse verblijfs- en werkvergunningen, waren er op grond van het vrij verkeer van diensten binnen de Europese Unie geen Nederlandse werkvergunningen meer nodig. De inspectie SZW van de minister SZW heeft de boetes daarom ten onrechte opgelegd.

Werkvergunning Wet Arbeid vreemdelingen

Degene die een vreemdeling feitelijk arbeid laat verrichten vergunningplichtig werkgever is en daarmee te allen tijde verantwoordelijk voor en aanspreekbaar op het al dan niet aanwezig zijn van de benodigde tewerkstellingsvergunning. Het bestaan van een arbeidsovereenkomst of gezagsverhouding is daarbij niet relevant. Dat een vreemdeling in opdracht of ten dienste van een werkgever arbeid heeft verricht is voor het aannemen van feitelijk werkgeverschap reeds voldoende (Kamerstukken II 1993/94 23 574, nr. 5, blz. 2). als uitgangspunt geldt dat op het bestuursorgaan (de arbeidsinspectie ofwel inspectie SZW) de bewijslast rust van een overtreding.

Raad van State, 14 september 2016, Uitspraak 201506852/1/V6 e.a.