24 december 2015

Boete Wet Arbeid Vreemdelingen (WAV boete)

Categorie: Bestuursrecht

WAV boete inspectie SZW Wet arbeid vreemdelingen

Door een arbeidsinspecteur van de Inspectie SZW is in deze zaak een boeterapport opgemaakt waarin is vastgesteld dat veertien vreemdelingen van Roemeense nationaliteit in de periode van 1 januari 2013 tot en met 28 februari 2013 werkzaamheden als ijzerwerker of elektricien hebben verricht aan boord van een schip. Er is een buitenlands bedrijf ingeschakeld, die de vreemdelingen op de werkzaamheden heeft ingezet. Voor het laten verrichten van de werkzaamheden zijn geen tewerkstellingsvergunningen afgegeven. Er is sprake van dienstverlening die bestaat uit het ter beschikking stellen van arbeidskrachten, aldus het boeterapport. De werkgever heeft bezwaar en daarna beroep ingesteld tegen de boetebeschikking van de inspectie SZW.
Lees ook: boete inspectie szw.

Bevoegdheid inpectie SZW handhaving werk vreemdelingen met WAV boete

Op grond van artikel 19d, derde lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), heeft de minister beleidsregels vastgesteld waarin de boetebedragen voor de overtredingen bij werk door vreemdelingen zijn vastgesteld. Ook bij de toepassing van deze beleidsregels en de daarin vastgestelde boetebedragen dient de minister in elk voorkomend geval te beoordelen of dat in de gegeven situatie redelijk is. Indien dat niet het geval is, dient de bestuurlijke boete wegens tewerkstelling vreemdeling(en), in aanvulling op of in afwijking van het beleid, zodanig te worden vastgesteld dat het bedrag daarvan passend en geboden is.

Beroep tegen WAV boete werkgever ingeleende werknemers

De rechter toetst zonder terughoudendheid of het besluit van het bestuur met betrekking tot de boete voldoet aan deze eisen en dus leidt tot een evenredige sanctie. In de uitspraak van 4 november 2015 in zaak nr. 201501899/1/V6, heeft de Afdeling hetzelfde verweer van de werkgever ten aanzien van vreemdelingen met de Bulgaarse nationaliteit verworpen. Nu voormelde regelingen ten aanzien van vreemdelingen met de Roemeense nationaliteit gelijk zijn aan die ten aanzien van vreemdelingen met de Bulgaarse nationaliteit. De werkgever had ingeleend personeel en er is sprake van terbeschikkingstelling van werknemers. Dan blijft de ter beschikking gestelde werknemer in dienst blijft van de dienstverrichtende onderneming. Lees ook: bestuurlijke boete.

Hoogte WAV boete Wet Arbeid Vreemdelingen

Gelet op hetgeen ter zake van de hoogte van de boete is aangevoerd, overweegt de rechter, onder verwijzing naar de uitspraak van 7 oktober 2015 in zaak nr. 201409962/1/V6, dat de beleidsregel 2013 onredelijk is voor zover de minister zijn beleid op het punt van het aan te houden boetenormbedrag niet nader heeft gedifferentieerd. Zolang de minister dit gebrek niet heeft hersteld, ziet de Afdeling aanleiding de minister in dit geval te houden aan het in de Beleidsregels boeteoplegging Wav 2012 neergelegde boetenormbedrag van € 8.000,00 per persoon per overtreding. Volgens artikel 10 van de beleidsregel 2013 kan de boete wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wav met 25%, 50% of 75% worden gematigd, afhankelijk van de aard en de ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid en de evenredigheid.

Bezwaar WAV boete ingevolge Wet Arbeid Vreemdelingen

Dat werkgever in dit geval geen financieel voordeel van de overtredingen is behaald, de voor de werkzaamheden verschuldigde belastingen en premies zijn voldaan, zich geen situatie van onderbetaling en uitbuiting heeft voorgedaan, geen schending van de normen op het gebied van de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden heeft plaatsgevonden, de vreemdelingen rechtmatig in Nederland verbleven en de werkzaamheden in alle openheid hebben plaatsgevonden en geen sprake was van een schijnconstructie, biedt op zichzelf geen grond voor matiging van de boete

Rechter bepaalt matiging boete inspectie SZW

Het hoger beroep van de werkgever in deze zaak is gegrond. De aangevallen uitspraak over de boet van € 168.000 wordt vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep tegen het besluit van 17 maart 2014 alsnog gegrond verklaren en dat besluit vernietigen. Het besluit van 5 augustus 2013 zal worden herroepen. De Afdeling zal zelf in de zaak voorzien, door de boete, gelet op hetgeen onder 8. is overwogen, vast te stellen op € 112.000,00.

Uitspraak Raad van State, woensdag 23 december 2015, 201501330/1/V6