27 juni 2013

Borg: toestemming echtgenoot

Categorie: Bestuursrecht

Feiten: borg, toestemming echtgenoot

Vaststaat dat Beheer en haar dochteronderneming ZON – door wie een horecagroothandel voor pizzeria’s en shoarmazaken werd geëxploiteerd – voorafgaand aan de door de bank verstrekte financiering bankierden bij een andere bank. Bij die bank had Aldaar had ZON een rekening-courantkrediet van EUR 50.000. Sinds hun oprichting in 2001 hadden Beheer en ZON nimmer meer vreemd vermogen aangetrokken dan EUR 60.000. Lees ook: hoofdelijkheid en borgtocht.

Met de onderhavige financiering – verstrekt in de vorm van twee geldleningen en twee kredietfaciliteiten – was een bedrag gemoeid van in totaal EUR 855.000. Daarenboven moest appellant, op grond van de financieringsafspraken met de bank, zelf een bedrag van EUR 100.000 inbrengen. Van het gefinancierde bedrag zou EUR 50.000 worden aangewend om het krediet van de andere bank af te lossen en was een bedrag van EUR 740.000 bestemd om te investeren in onroerende zaken (Beheer zou met dat geld op een aangekocht perceel een bedrijfspand bouwen; tot dan toe huurde ZON een bedrijfspand).

Uit voormelde omstandigheden valt volgens het Hof Arnhem af te leiden dat de onderhavige financiering werd aangetrokken voor een uitzonderlijke investering van de onderneming. Waar de onderneming tot die tijd draaide met een rekening-courantkrediet van EUR 50.000 (althans maximaal EUR 60.000) ten behoeve van de normale bedrijfsvoering, werd met de onderhavige financiering een veelvoud van dat bedrag geleend (in ieder geval grotendeels) ten behoeve van zeer substantiële investeringen in (de ontwikkeling van) onroerende zaken.

Vaststaat volgens het Hof Arnhem dat een dergelijke investering nooit eerder was gedaan. De risico’s voor die vennootschappen (en appellant als borg) waren daarmee ook veel groter dan de risico’s die zij gebruikelijk liepen. De door de bank nog genoemde omstandigheden dat appellant al geruime tijd ondernemer was, een zakelijk motief had bij de borgtocht en zich ter zake het aantrekken van deze financiering heeft laten bijstaan door adviseurs, is voor de onderhavige beoordeling niet van belang. Het gaat immers om de vraag of de kredietverstrekking naar haar aard, omvang en risico, gangbaar en gebruikelijk was bij de uitoefening van het bedrijf van Beheer en Zon. Om diezelfde reden wordt ook weinig gewicht toegekend aan het feit dat in de overeenkomst van borgtocht – klaarblijkelijk bij wege van standaardclausule – is opgenomen dat “de borg verklaart de borgtocht te hebben gesteld handelend ten behoeve van de normale uitoefening van het bedrijf van de debiteur”.

Ook het feit dat in de doelomschrijving van Beheer tevens het verkrijgen, beheren en exploiteren van onroerende zaken staat vermeld, betekent nog niet dat (financiering ten behoeve van) de aankoop en realisatie van (kostbare) onroerende zaken, binnen de bedrijfsvoering van Beheer als normaal kan worden beschouwd. De enkele aard en omvang van deze eenmalige investering (in vergelijking tot het tevoren aangetrokken krediet) en het daarmee gemoeide risico, maken dat niet kan worden gesproken van kredietverstrekking die in de normale bedrijfsuitoefening van Beheer en ZON pleegde te worden verricht.

Conclusie Hof Arnhem: borgstelling, toestemming echtgenoot

Uit het voorgaande volgt volgens het hof Arnhem dat de echtgenote van appellant de borgstelling op goede gronden buitengerechtelijk heeft vernietigd.

Indien u vragen heeft over het aangaan van een borg, borgstelling, de toestemming van een echtgenoot voor de borg, dan wel het vernietigen van een borgstelling, dan kunt u geheel vrijblijvend contact opnemen met advocaat vennootschapsrecht mr. Jeroen Latour (020-5210100).