15 juli 2016

Brexit: een onvoorziene omstandigheid ex. artikel 6:258 BW

Categorie: Bestuursrecht

Brexit: wat zijn de gevolgen voor contracten?

Is de Brexit een onvoorziene omstandigheid ex artikel 6:258 BW?

Op 23 juni 2016 werd aan al de kiesgerechtigde inwoners van het Verenigd Koninkrijk (“VK”) de vraag voorgelegd of het VK lid moet blijven van de Europese Unie (“EU”) of de EU moet verlaten. Het merendeel koos ervoor de EU te verlaten, hetgeen in de nabije toekomst zal leiden tot een zogenaamde “Brexit”.

Onzekerheid binnen bestaande handelsrelaties

Nederlandse ondernemers doen van oudsher zaken met de Britten. Met de toetreding van het VK tot de EU werden diverse handelsbarrières weggenomen. Hoewel er alom wordt gespeculeerd, is het op dit moment niet te overzien welke gevolgen de Brexit op internationale (handels)contracten tussen enerzijds een Engelse vennootschap en anderzijds een Nederlandse vennootschap zullen hebben. De gevolgen zullen geconcretiseerd moeten worden ter gelegenheid van de uittredingsonderhandelingen tussen de EU en het VK, waardoor ondernemers op dit moment in verband met de uitvoering van de overeenkomst in een hoge mate van onzekerheid verkeren. De gevolgen van een Brexit zijn niet te voorzien en behoren dan ook niet bij de omstandigheden die bij het sluiten van de handelsovereenkomst in deze overeenkomst zijn verdisconteerd.

Brexit: een onvoorziene omstandigheid?

Hoewel rechters terughoudend zijn bij inmenging in handelsrelaties en partijen binnen een dergelijke verhouding zich constructief op dienen te stellen is niemand gehouden tot het onmogelijke. Voorbeelden uit de rechtspraak bevestigen dat de gevolgen van overheidsmaatregelen, zoals een wetswijziging, een omstandigheid kan vormen op grond waarvan redelijkerwijs niet aangenomen kan worden dat een partij een handelscontract nakomt (vgl. HR 10 juli 1989, ECLI:NL:HR:1989:AC1532).
Hetzelfde geldt voor niet te voorziene marktontwikkelingen (vgl. Rechtbank Overijssel, 18 juni 2014, ECLI:NL:RBOVE:2014:3528).

Dergelijke onvoorziene omstandigheden kunnen nopen tot een wijziging of ontbinding van een overeenkomst ex. artikel 6:258 lid 1 BW. Dit is het geval als de onvoorziene omstandigheden “van dien aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten.” Een bepaling uit de overeenkomst kan daarnaast niet van toepassing zijn als de gevolgen daarvan “in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.” Er moet sprake zijn van:

  • Een onvoorziene omstandigheid
  • De wederpartij mag geen instandhouding verwachten
  • De omstandigheid is niet voor rekening van degene die zich op de bepaling beroept.

    Afhankelijk van de gevolgen voor de specifieke handelsrelatie, kan de Brexit een onvoorziene omstandigheid zijn die het doel van de overeenkomst belet. Of dit zo is zal afhangen van de concrete omstandigheden van het geval.
    Blenheim advocaten heeft ervaring met het analyseren van concrete omstandigheden die kunnen noodzaken tot een wijziging of ontbinding van een handelsovereenkomst. In geval van vragen, neemt u gerust contract op met Sharon Zuurveld.

  • E |