10 oktober 2012

Betaling of levering opschorten; contract ontbinden bij blijvende wanprestatie

Categorie: Bestuursrecht

Advocaat bespreekt opschorting betaling of levering en ontbinding contract

Als je goede grond hebt te menen dat je contractspartij verplichtingen niet zal nakomen (de overeengekomen prestatie te leveren of te betelen) dan mag je betaling opschorten. Dat geldt voor ieder contract, dus ook bij aanneming, koop, levering van bestelde goederen e.d. De bevoegdheid tot opschorten van een betaling of levering kan echter uitgesloten zijn in de algemene voorwaarden. Een advocaat kan de algemene voorwaarden beoordelen of opstellen.

In een brief van een advocaat ziet opschorting van betaling er zo uit:
“U heeft sinds april 2006 niet meer voldaan aan uw verplichtingen onder de Overeenkomst. ( . . .)
Daarom oefen ik namens cliënte de bevoegdheid uit om, gezien deze niet-nakoming sinds april 2006, haar verplichtingen onder de Overeenkomst op te schorten. Als gevolg van deze opschorting hoeft cliënte bovengenoemde factuur niet te betalen voordat u uw verplichtingen onder de Overeenkomst nakomt. Voorts stel ik u namens cliënte, voor zover nodig, in gebreke en geef ik u een termijn van twee weken voor de nakoming van uw verplichtingen onder de Overeenkomst. Na het verstrijken van deze termijn is cliënte gerechtigd om de Overeenkomst onmiddellijk te ontbinden (…).” (zie uitspraak Hoge Raad, LJN: BW8307, 5 oktober 2012).

Ingevolge art. 6:263 lid 1 BW is de partij die verplicht is het eerst te presteren, toch bevoegd de nakoming van haar verbintenis op te schorten, indien na het sluiten van de overeenkomst omstandigheden bekend zijn geworden die haar goede grond geven te vrezen dat de wederpartij haar daartegenover staande verplichtingen niet zal nakomen. Bijvoorbeel de aannemer die na een ruzie ergens anders is gaan werken en dat via een werknemer van de aannemer bekend is geworden. De betalingstermijn die voor de volgende fase o.g.v. het aannemingscontract is verschuldigd mag dan opgeschort worden als de aannemer niet komt opdagen. Het is raadzaam de de opschorting schriftelijk mede te delen.

Als de contractspartij dan toch een vordering tot betaling instelt dan luidt het oordeel van de rechter zoals in de hiervoor genoemde zaak: dit brengt mee dat de X ingevolge art. 6:263 lid 1 BW niet binnen de overeengekomen termijn behoefde te betalen en zich daartoe – ook voor het eerst na het verstrijken van die termijn – kon beroepen op haar in dit artikel bedoelde opschortingsrecht).

Als de contractspartij dan verder niet meer nakomt kan de overeenkomst ook ontbonden worden. Een overeenkomst kan bij aangetekende brief ontbonden worden als de contractspartij is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst (tenzij ontbinding is uitgesloten dan kan de rechter gevraagd worden het contract te ontbinden). Ontbinding kan na opschorting plaatsvinden. De ontbinding heeft geen terugwerkende kracht: een ontbinding bevrijdt immers de partijen van “de daardoor getroffen verbintenissen” (eerste zin van art. 6:271 BW), en blijkens de tweede zin van art. 6:271 BW kan een partij door ontbinding van de overeenkomst ook over een reeds verstreken periode van haar verbintenissen bevrijd worden (vgl. HR 6 juni 1997, LJN ZC2389, NJ [1998/128](<dial: 1998/128>), rov. 3.5). Dat betekent dat facturen die na de datum van ontbinding opeisbaar zouden worden niet verschuldigd zijn.