10 december 2012

Precontractuele fase naar Nederlands en Duits recht: een korte rechtsvergelijking

Categorie: Bestuursrecht

De figuur van Culpa in Contrahendo is in de Duitse jurisprudentie ontwikkeld, maar is sinds enkele jaren ook in het BGB verankerd, in § 311 Abs. 2:

*(2) Ein Schuldverhältnis mit Pflichten nach § 241 Abs. 2 entsteht auch durch:

  1. die Aufnahme von Vertragsverhandlungen,
  2. die Anbahnung eines Vertrags, bei welcher der eine Teil im Hinblick auf eine etwaige rechtsgeschäftliche Beziehung dem anderen Teil die Möglichkeit zur Einwirkung auf seine Rechte, Rechtsgüter und Interessen gewährt oder ihm diese anvertraut, oder
  3. ähnliche geschäftliche Kontakte.*

    Kortom, de volledige vrijheid om met partijen gesprekken te voeren over (bijvoorbeeld) een mogelijke bedrijfsovername houdt op zodra je begint te onderhandelen.

    Als dwarsstraat kan voorts worden gewezen op Gläubiger Verhandlungen. Hieruit volgt hoe vergaand de consequenties kunnen zijn van onderhandelen: § 203 BGB (Hemmung der Verjährung bei Verhandlungen):

    „Schweben zwischen dem Schuldner und dem Gläubiger Verhandlungen über den Anspruch oder die den Anspruch begründenden Umstände, so ist die Verjährung gehemmt, bis der eine oder der andere Teil die Fortsetzung der Verhandlungen verweigert. Die Verjährung tritt frühestens drei Monate nach dem Ende der Hemmung ein.“

    Opgemerkt dient te worden dat onderhandelingen in Nederland (mede) worden beheerst door de redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 BW). Bij de beoordeling van klachten over afgebroken onderhandelingen naar Nederlands recht en de schadevergoedingsplicht heeft te gelden dat ieder van de onderhandelende partijen – die verplicht zijn hun gedrag mede door elkaars gerechtvaardigde belangen te laten bepalen – vrij is de onderhandelingen af te breken, tenzij dit op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij in het totstandkomen van de overeenkomst of in verband met de andere omstandigheden van het geval onaanvaardbaar zou zijn.

    Daarbij dient rekening te worden gehouden met de mate waarin en de wijze waarop de partij die de onderhandelingen afbreekt tot het ontstaan van dat vertrouwen heeft bijgedragen en met de gerechtvaardigde belangen van deze partij. Hierbij kan ook van belang zijn of zich in de loop van de onderhandelingen onvoorziene omstandigheden hebben voorgedaan, terwijl, in het geval onderhandelingen ondanks gewijzigde omstandigheden over een lange tijd worden voortgezet, wat betreft dit vertrouwen doorslaggevend is hoe daaromtrent ten slotte op het moment van afbreken van de onderhandelingen moet worden geoordeeld tegen de achtergrond van het gehele verloop van de onderhandelingen.