13 juni 2013

Afgebroken onderhandelingen: wanneer is de afbrekende partij schadeplichtig?

Categorie: Bestuursrecht

Afbreken onderhandelingen

Bij de vraag of contractsonderhandelingen kosteloos mogen worden, speelt een kwalificatie van de actuele rechtsverhouding tussen partijen een doorslaggevende rol. Immers, het moment van afbreken is leidend bij de beoordeling van de vraag of het beëindigen van het onderhandelingstraject toelaatbaar is. In het buitenland wordt met gefronste wenkbrauwen gekeken naar het Nederlandse recht. Immers, naast een kostenvergoeding bestaat er in Nederland eveneens de optie om een vordering te entameren waarbij (naast de kosten) tevens de gederfde winst wordt gevorderd (het zogenaamde positief contract belang). In het Anglo-Amerikaanse recht zijn kostenvergoedingen nauwelijks denkbaar (behoudens onder meer, maar zonder volledig te willen zijn, misrepresentation, unjust enrichment en promissory estoppels). Relativerend dient overigens wel te worden opgemerkt dat in de Nederlandse rechtspraak slecht in beperkte mate gederfde winst is toegewezen

Als partijen besluiten met elkaar in onderhandeling te treden moet men rekening houden met elkaars gerechtvaardigde belangen. Dit betekent onder meer dat men weliswaar een goed contract mag bedingen, maar men niet zonder meer de wederpartij op het verkeerde been mag zetten. De Hoge Raad heeft hieromtrent reeds in 1957 een principieel arrest gewezen. Het onderhandelingstraject kan zich in bepaalde fasen bevinden. Zo kunnen partijen net met elkaar in contact zijn gekomen (hetzij door acquisitie, hetzij anderszins). Ook kan er een situatie zijn ontstaan dat partijen al geruime tijd met elkaar in onderhandeling zijn, waarbij diverse kosten zijn gemaakt voor deskundigen, onderzoeken, besprekingen enzovoorts. Het behoeft weinig toelichting dat de wederpartij van de afbrekende partij onder die omstandigheden schade lijdt. Immers, alle tijd en energie die is gestoken in het bereiken van een overeenkomst met deze partij, is ten koste gegaan van het benutten en (of) aanschrijven van andere (mogelijke) contacten.

Een klassiek arrest in dit verband is “Plas/Valburg”. Kortgezegd werden hier de onderhandelingen afgebroken met een exploitant van zwembaden, zulks nadat het vertrouwen was gewekt ‘in het welslagen van de overeenkomst’. In voornoemd arrest worden een drietal situaties opgesomd waarin partijen zich kunnen bevinden:

i) de onderhandelingen kunnen zonder schadevergoeding worden beëindigd;
ii) de onderhandelingen mogen worden beëindigd, maar de redelijkheid en billijkheid brengen mee dat het negatief contractsbelang moet worden vergoed (dit betekent eventueel ook een kostenvergoeding voor misgelopen contracten met derde partijen);
iii) de redelijkheid en billijkheid nopen tot vergoeding van het positief contract belang, inhoudende de gemaakte kosten en een vergoeding voor de gederfde winst;

In de rechtspraak na Plas/Valburg is er een aantal verdere nuanceringen, c.q. relativeringen aangebracht op voornoemde fasen. Van belang is eveneens om op te merken dat de ‘drie fasen’ niet per definitie in elkaar overlopen. Aan de hand van de omstandigheden van het geval zal steeds moeten worden bezien in welke situatie de onderhandelingen zich bevinden. Als gezegd, het moment van afbreken is leidend voor de vraag of er al dan niet sprake is van een ongeoorloofd afbreken.
Voorts spelen de mate waarin en de wijze waarop de afbrekende partij aan enig totstandkomingsvertrouwen van de overeenkomst, alsmede overige onvoorziene omstandigheden, een rol van betekenis. Het is inmiddels vaste rechtspraak dat de maatstaf of er sprake is van totstandkomingsvertrouwen een strenge en tot terughoudendheid nopende is.
Ten slotte dient te worden opgemerkt dat ook een ‘goede reden’ bij de afbrekende partij ertoe kan leiden dat het kosteloos afbreken sneller legitiem is. Hiermee wordt aansluiting gevonden bij andere rechtssystemen.

De hiervoor beschreven tweede situatie (ii) is na het (nieuwe) standaardarrest “JPO/CBB” verder teruggedrongen. Immers, de Hoge Raad heeft er bewust voor gekozen om een aantal arresten samen te brengen en voornoemde fase niet meer expliciet te vermelden. Of er nog gesproken kan en mag worden van een situatie waarin het afbreken van onderhandelingen geoorloofd is en desalniettemin er een verplichting tot kostenvergoeding bestaat, is in deze zaak niet uitgemaakt.

Kortom, de vraag of, en zo ja in welke mate, de afbrekende partij schadeplichtig is hangt af van de omstandigheden van het specifieke geval. Hierbij spelen de gewekte verwachtingen omtrent de totstandkoming een belangrijke rol, maar kunnen ook overige (onvoorziene) omstandigheden bijdragen aan de vraag of afbreken geoorloofd is. Ook het moment wanneer wordt afgebroken is van belang. Er zijn diverse tips om de omvang van de schade te beperken. Daarbij dient er een zorgvuldige analyse plaats te vinden van uw specifieke situatie.

Voor verdere vragen kunt u hierover contact opnemen met mr. Fabian Raven. Hij adviseert en procedeert regelmatig op het gebied van contractenrecht en precontractuele aansprakelijkheden.