14 augustus 2013

Eerste raadsheer-commissaris benoemd in enquêteprocedure

Categorie: Bestuursrecht

In een recente uitspraak van de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam van 2 april 2013 (LJN BZ9688) heeft de Ondernemingskamer voor het eerst, conform het sinds 1 januari 2013 geldende artikel 2:350 lid 4 BW, een “raadsheer- commissaris” benoemd in een enquêteprocedure.

Rol raadsheer-commissaris

De raadsheer-commissaris is volgens het bovengenoemde wetsartikel belast met “het geven van aanwijzingen over de wijze waarop het onderzoek wordt uitgevoerd”. De raadsheer-commissaris zal derhalve toezicht houden op de procesgang gedurende de onderzoeksfase.

De raadsheer-commissaris kan, indien de goede gang van zaken van het onderzoek dit vereist, op verlangen van de verzoeker of belanghebbenden aanwijzingen geven over de wijze waarop het onderzoek wordt uitgevoerd. De raadsheer-commissaris beslist niet dan nadat hij de onderzoekers in de gelegenheid heeft gesteld hun zienswijze aangaande het verlangen te geven. De raadsheer-commissaris kan ook de met het onderzoek belaste personen op hun eigen verzoek een aanwijzing geven. De raadsheer-commissaris beslist niet dan nadat hij de rechtspersoon die in de procedure is verschenen in de gelegenheid heeft gesteld zijn zienswijze aangaande het verlangen te geven. De raadsheer-commissaris kan ook anderen in de gelegenheid stellen hun zienswijze te geven. Tegen beslissingen van de raadsheer-commissaris als bedoeld in dit lid staat geen beroep in cassatie open.

Dat het tot 2 april 2013 heeft moeten duren voordat het zover was, ligt aan het feit dat het nieuwe recht eerst van toepassing is op enquêteverzoeken die na 1 januari 2013 zijn ingediend. In eerdere uitspraken op verzoeken die onder de vigeur van het nieuwe enquêterecht waren ingediend, is afwijzend beschikt en dan komt een benoeming van een raadsheer-commissaris uiteraard niet aan de orde.

Wel raadsheer-commissaris, maar geen onderzoeker(s)

Er is nog een ander bijzonder aspect aan deze uitspraak van de Ondernemingskamer. Op grond van het aangehaalde wetsartikel benoemt de Ondernemingskamer de raadsheer-commissaris “tegelijk met de met het onderzoek belaste personen.” In de bovengenoemde uitspraak van de Ondernemingskamer echter wordt al wel een onderzoek bevolen, maar nog geen onderzoeker(s) benoemd. Dat zal eerst gebeuren indien een van partijen daarom verzoekt; een dergelijk verzoek lijkt echter nog niet te zijn gedaan. Dat de Ondernemingskamer in deze beschikking dan toch vast mr. Makkink tot raadsheer-commissaris heeft benoemd, is dus wat opmerkelijk, De wet bepaalt immers niet dat de raadsheer-commissaris moet worden benoemd tegelijk met het bevelen van het onderzoek, maar juist tegelijk met de benoeming van de onderzoeker(s). Zolang er geen onderzoekers zijn benoemd, heeft de raadsheer-commissaris ook geen functie, omdat het onderzoek nog niet wordt uitgevoerd. Wordt vervolgd…

Wilt u vrijblijvend nadere informatie ontvangen over de raadsheer-commissaris of de enqueteprocedure bij de Ondernemingskamer, neemt u dan contact op met: