13 mei 2015

Enquêteprocedure; de mogelijkheden

Categorie: Bestuursrecht

Enqueteprocedure: benoeming bestuurder

Hommeles in de hotellerie houdt de Nederlandse rechter bezig. Eerst was er een complex in Mexico dat leidde tot de bekende Cancun-beschikkingen van de Hoge Raad. Thans is er dichter bij huis een Maltese gelegenheid, ondergebracht in een Nederlandse BV. De Ondernemingskamer beval vorig jaar – op verzoek van een aandeelhouder – een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van deze holdingmaatschappij, Phoenicia Hotel (Holding) BV.
De door de Ondernemingskamer benoemde onderzoeker ondervindt de nodige tegenwerking. Zijn kosten blijven onbetaald, een voorschot eveneens. Daarnaast weigert (het bestuur van) de vennootschap de door hem gevraagde informatie te verstrekken. De onderzoeker ziet geen andere uitweg dan de Ondernemingskamer te verzoeken hem te ontheffen van zijn benoeming. Dit verzoek is voor aandeelhouder die de enquêteprocedure entameerde, reden om (te beloven) de benodigde gelden ter beschikking te stellen. Tevens verzoekt de verzoekende aandeelhouder de Ondernemingskamer bij wijze van onmiddellijke voorziening de huidige bestuurder te schorsen en een derde tot bestuurder te benoemen.
De Ondernemingskamer honoreert het laatste. Het feit dat de bestuurder de onderzoeker de opgevraagde stukken onthoudt, is reden er iemand “*naast te zetten*”.

### Advocaat vennootschapsrecht over enqueteprocedure

De Ondernemingskamer benoemt een onafhankelijke derde als bestuurder aan wie in het bestuur een doorslaggevende stem toekomt. Deze derde is tevens zelfstandig bevoegd de vennootschap te vertegenwoordigen. De Ondernemingskamer treft de onmiddellijke voorziening “*in het belang van het onderzoek*”.
Meestal worden voorzieningen in verband met de toestand van de rechtspersoon gevraagd en toegewezen. Denk aan impasses in organen, waardoor de vennootschap stuurloos is. De benoeming van een tijdelijk bestuurder of commissaris, dan wel de overdracht van enkele aandelen ten titel van beheer zijn dan de maatregelen die de Ondernemingskamer vaak treft. Zo ook in een [procedure](http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHAMS:2012:BX0362) die advocaat vennootschapsrecht voor zijn client bij de Ondernemingskamer voerde.
Nu is het dus die ándere grond van art. 2:349a lid 2 BW: het belang van het onderzoek noopt tot ingrijpen. In een enquêtezaak uit 2006 benoemde de OK eveneens een nieuwe bestuurder om het onderzoek vlot te trekken.
De grond “*in het belang van het onderzoek*” wordt soms ook stilzwijgend toegepast. Denk aan de OK-bestuurder die mag bezien of de vennootschap (een voorschot op) de onderzoekskosten kan betalen.
De belangenafweging die de aanhef van lid 2 van art. 2:349a BW sinds 1 januari 2013 vereist, geldt voor de beide gronden voor het treffen van onmiddellijke voorzieningen. De belangen van de rechtspersoon en die van degenen die krachtens wet en de statuten bij zijn organisatie zijn betrokken, zijn volgens de wet in het geding. Deze belangenafweging lijkt op het eerste gezicht meer toegesneden op de eerste grond voor het treffen van onmiddellijke voorzieningen, de toestand van de rechtspersoon. Laatstgenoemde worden immers expliciet genoemd als onderdeel van de afweging. Toch moet de belangenafweging ook plaatsvinden als “*het belang van het onderzoek*” in het geding is. In de bovenstaande beschikking laat de Ondernemingskamer een uitdrukkelijke belangenafweging achterwege.
Indien u vragen heeft over de [enqueteprocedure](http://www.blenheim.nl/nl/vennootschapsrecht/corporate-litigation) en de mogelijkheden van een enqueteprocedure, neemt u dan geheel vrijblijvend contact met advocaat [vennootschapsrecht](http://www.advocaten-amsterdam.nl/nl/advocaten/ondernemingsrecht.html) mr. Jeroen Latour op.