23 juni 2015

Foute inlichtingen gemeente

Categorie: Bestuursrecht

Aansprakelijkheid gemeente na foute inlichtingen

De vraag is of de Gemeente onjuiste inlichtingen heeft verstrekt en daarom onrechtmatig heeft gehandeld. De maatstaf voor die schadeclaim is geformuleerd in de uitspraak van 25 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW0219, NJ 2012/340 (’s-Hertogenbosch/Van Zoggel). De aansprakelijkheid van de gemeente betreft een mededeling aan een belanghebbende naar aanleiding van een verzoek onjuiste of onvolledige inlichtingen heeft gegeven over de mogelijkheden die haar regelgeving biedt. Of de gemeente om die reden onrechtmatig heeft gehandeld jegens de belanghebbende, hangt af van de omstandigheden van het geval, waaronder in de eerste plaats de inhoud van het gedane verzoek en hetgeen de gemeente daaromtrent heeft moeten begrijpen, en de aard en inhoud van de door de gemeente in antwoord daarop gegeven inlichtingen en hetgeen de belanghebbende daaromtrent heeft moeten begrijpen. Lees ook: schadevergoeding overheid.

Vertrouwen op mededeling gemeente

Alleen indien de belanghebbende in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs erop heeft mogen vertrouwen dat hem juiste en volledige inlichtingen met een bepaalde inhoud werden gegeven, kan aldus de Hoge Raad plaats zijn voor het oordeel dat indien de informatie onjuist of onvolledig is, dit onrechtmatig is jegens de belanghebbende en dat de gemeente deswege jegens de belanghebbende aansprakelijk is doordat deze door die onjuiste of onvolledige inlichtingen, kort gezegd, “op het verkeerde been” is gezet. Dan moet de overheid schadevergoeding betalen ter zake gelden schade.

Schadevergoeding na fout bestemmingsplan

Het causaal verband tussen de tekortkoming van de Gemeente en de schade – in dit geval een ontneming of vermindering van een kans op succes (woonbestemming in bestemmingsplan) – gegeven is. De grondslag van de vordering van eiser betreft enkel de niet-nakoming van de hiervoor in 3.5.2 genoemde toezegging door het College, welke niet-nakoming tot gevolg heeft gehad dat de kans werd weggenomen of verminderd dat de woning in het vast te stellen bestemmingsplan de bestemming ‘woondoeleinden’ zou krijgen (vgl. HR 13 februari 1981, ECLI:NL:HR:1981:AC2891, NJ 1981/456 (Heesch/Reijs)).

Toezegging in principe medewerking te verlenen

Het hof heeft geoordeeld dat de gemeente niet aansprakelijk is voor de gemaakte fout. Het hof heeft kennelijk zwaar laten wegen dat eiser in zijn brief van 10 november 1987 aan de Gemeente heeft gevraagd “in principe medewerking te verlenen” aan de restauratie, en het hierna weer in gebruik nemen als woning van het voormalige gemaal Westbroek, waarop de Gemeente in haar brief van 4 februari 1988 heeft geantwoord tegen het opknappen van de betrokken woning geen principiële bezwaren te hebben, in welk verband zij erop wees dat een bouwvergunning is vereist voor de bouwactiviteiten waarmee de restauratie gepaard zal gaan. Het hof heeft geoordeeld dat de Gemeente met dit schrijven heeft ingestemd met het verzoek van [eiser] om principe-medewerking en dat de Gemeente daarmee geen onjuiste mededeling heeft gedaan nu de Gemeente immers metterdaad medewerking heeft verleend en de plannen van eiser tot aan de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft verdedigd.

Niet nakomen toezegging bestemmingsplan maakt gemeente aansprakelijk

De gemeente heeft de toezegging niet verwerkt in het bestemmingsplan. De gemeente heeft nagelaten een met eiser gemaakte afspraak, althans de jegens hem gedane toezegging, na te komen om de betrokken woning een woonbestemming te geven en vergoeding van de daaruit voortvloeiende schade wordt gevorderd. De Hoge Raad vindt dat schade door het niet nakomen van de toezegging vergoed moet worden. De schade waarvan eiser vergoeding vordert, bestaat in een gemiste kans op verwezenlijking van zijn plannen, en dat het onzekere antwoord op de vraag of het bestemmingsplan destijds met inbegrip van de woonbestemming voor de dienstwoning van eiser tot stand zou zijn gekomen tot uitdrukking dient te komen in de bepaling van de grootte van die kans, derhalve in de schadeberekening.

Hoge Raad, 19 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1683