8 mei 2024

Geschil bij bedrijfsovername: verlaging koopprijs ter opheffing is dwalingsnadeel

Categorie: Bedrijfsovername, Fusies en overnames, Ondernemingsrecht

Bij fusies en overnames kunnen zich complexe juridische vraagstukken voordoen die zowel koper, verkoper als de rechter voor uitdagingen stellen. Een recente zaak illustreert dit perfect, waarbij partijen betrokken waren bij een overname die resulteerde in een langdurig juridisch geschil over de berekening van de koopprijs. De Hoge Raad oordeelde dat uitsluitingsbepalingen uit de koopovereenkomst geen belemmering vormen voor de rechter om de koopprijs aan te passen als gevolg van dwaling. Deze zaak werpt licht op de cruciale rol van correctiemechanismen in koopovereenkomsten en benadrukt het belang voor ondernemers van grondig juridisch advies bij fusies en overnames.

Feiten & valkuilen bij bedrijfsovernames

In deze zaak (ECLI:NL:HR:2023:1429) draaide het om een overname in 2008 waarbij Maetis – een bedrijf gespecialiseerd in Arbodienstverlening – aandelen heeft gekocht in tweetal bedrijven die tevens dienstverlening aanbieden. Voorafgaand aan de transactie vond een due diligence plaats waarbij verkopers een lijst verstrekten van klanten die hun contract met één van de vennootschappen hadden opgezegd. Later bleek deze lijst niet compleet te zijn. Maetis startte een procedure en beriep zich op dwaling, waarbij ze primair aanpassing van de koopprijs door de rechter eiste en subsidiair schadevergoeding.

De focus van deze zaak lag op het berekenen van het dwalingsnadeel en het verlagen van de koopprijs. Het hof besloot het nadeel niet te compenseren door de parameters van het koopprijsmechanisme aan te passen en zo de koopprijs te verlagen. In plaats daarvan heeft het hof het dwalingsnadeel begroot op basis van de omzetdaling. Dit laat zien dat het berekenen van een dwalingsnadeel bij de aankoop van aandelen complex is en meerdere benaderingen kent.

In de praktijk besteden partijen tijdens onderhandelingen vaak aandacht aan verschillende aspecten zoals het definiëren van schade, het opstellen van garanties en vrijwaringen, en het uitvoeren van een grondig due diligence-onderzoek. Hoewel er meestal eerlijk en open wordt onderhandeld, kunnen er na de overdracht genoeg redenen zijn waarom partijen de overname willen ontbinden. Een ongeluk zit althans in een klein hoekje. Ervaring leert dat het dan knap lastig kan zijn om de overeenkomst ongedaan te maken nadat de onderneming zich enige tijd onder de koper bevond. Mocht later toch onenigheid zijn over de waarde van de onderneming, dan is het goed om te weten dat een beroep op dwaling als laatste redmiddel kan dienen.

Deze uitspraak – die hieronder inhoudelijk besproken zal worden – leert ons dat het voor partijen verstandig is om op voorhand een correctiemechanisme op te nemen in de koopovereenkomst. Vooral wanneer partijen de mogelijkheid om het nadeel op grond van dwaling middels een gerechtelijke procedure op te heffen, contractueel hebben uitgesloten. De Hoge Raad maakte duidelijk dat voor het opheffen van het nadeel de parameters van het koopprijsmechanisme kunnen worden aangepast, om de koopprijs te berekenen zoals die zou zijn overeengekomen zonder de dwalingssituatie. Met een tweede verwijzing door de Hoge Raad – en dus een derde behandeling door het Hof – kunnen de meningen hierover echter verschillen zijn met een lange juridische nasleep als gevolg.

Eerste behandeling door Hoge Raad: dwaling, maar aanpassing koopprijs wordt afgewezen

In het eerste hoger beroep stelt het hof vast dat Maetis terecht een beroep doet op dwaling, maar wijst desalniettemin de vordering tot aanpassing van de koopprijs af. Het hof oordeelde dat de door Maetis voorgestelde berekeningsmethoden niet geschikt waren, aangezien het dwalingsnadeel zich pas na het boekjaar 2008 voordeed en de koopovereenkomst aanpassing van de koopprijs uitsloot. In cassatie slaagde Maetis met het argument dat de bepalingen in de koopovereenkomst geen belemmering vormen voor aanpassing van de koopprijs door de rechter. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof.

Tweede behandeling door Hoge Raad: arrest vernietigd en doorverwezen naar het hof Den Haag

Bij de tweede cassatieprocedure wordt de berekening van het dwalingsnadeel door het hof opnieuw betwist. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte weigerde de door Maetis voorgestelde aanpassingen van de EBIT (Earnings Before Interest and Tax) of de multiplier te accepteren. Het hof baseerde de koopprijsverlaging van 14%, op klanten die goed waren voor 14% van de omzet en waarvan de opzegging niet was gemeld. In de koopovereenkomst werd aangenomen dat de EBIT ‘duurzaam’ was, maar dit bleek niet het geval te zijn vanwege niet-gemelde opzeggingen wat uiteindelijk leidde tot een omzetdaling. Maetis betoogde dat deze daling een versterkt effect had op de EBIT vanwege variabele kosten. De Hoge Raad vond het daarom onbegrijpelijk dat het hof niet koos voor een verlaagde EBIT voor de berekening van het dwalingsnadeel. Dit gold ook voor de multiplier. Maetis betoogde dat het niet-duurzaam zijn van de EBIT een verhoogd risico met zich meebracht dat moest worden meegenomen in een verlaagde multiplier. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof Den Bosch en verwees de zaak naar het hof Den Haag voor verdere behandeling. Wordt vervolgd.

Belang voor de ondernemer

Voor ondernemer is deze zaak belangrijk omdat het de manier belicht waarop een dwalingsnadeel bij (bijvoorbeeld) de koop van aandelen wordt berekend. Het benadrukt het belang van het opnemen van een correctiemechanisme in de koopovereenkomst waardoor ondernemers zich beter kunnen beschermen tegen dwaling en geschillen achteraf worden voorkomen. Dit is vooral relevant voor ondernemers die betrokken zijn bij overname- en investeringstransacties, waarbij een juiste berekening van de koopprijs cruciaal is voor het waarborgen van een eerlijke deal. Het kan duidelijks kader bieden voor het beoordelen van dwalingsnadeel en het aanpassen van de koopprijs. Bijvoorbeeld bij niet-gemelde opzeggingen die invloed hebben op de financiële prestaties van de overgenomen onderneming. Dit geeft ondernemers mee (rechts)zekerheid bij transacties.

Voor een ondernemer is het essentieel om zich vooraf bewust te zijn van alle mogelijke valkuilen die zich kunnen voordoen bij een overname. Het Corporate/M&A-team van Blenheim staat klaar om u te ondersteunen. Voor eventuele vragen kunt u vrijblijvend contact met ons opnemen.