9 juni 2013

Hinder en schade door plaatsing UMTS-mast

Categorie: Bestuursrecht

Antennemast tegen erfgrens onrechtmatig

De vergunning voor een anttennemast vraagtom uiteg door onze advocaat bestuursrecht over verschil bestuursrecht en civielrecht.

De rechtbank heeft geoordeeld dat sprake is van onrechtmatige hinder. De gevraagde verklaring voor recht heeft zij dan ook toegewezen. De vordering tot verwijdering van de mast heeft de rechtbank afgewezen op de grond dat aan de belangen vande buren voldoende recht kan worden gedaan via vergoeding van de geleden schade. Vervolgens heeft de rechtbank de buurman veroordeeld tot vergoeding van de door gedupeerden als gevolg van de onrechtmatige hinder geleden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet. Het beroep tegen de ontheffing c.q. vergunning voor de mast heeft niets opgeleverd. Bestuursrechtelijk is de mast derhalve toegestaan, maar dat geldt zekr niet overal. In de uitspraak van 5 juni 2013 (LJN: CA2162) heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden nu de onrechtmatigeheid van de geplaatste UMTS-mast beoordeeld. Voor een beoordeling van de geldigheid van een vergunning kunt u een advocaat bestuursrecht om een analyse vragen.

Criteria voor onrechtmatige hinder bij bouwen met bouwvergunning

De advocaat van de buren heeft hoger beroep ingesteld. Het hof citeert de rechtspraak over onrechtmatige hinder, waaronder de uitspraak over burenrecht van 21 oktober 2005, LJN: AT8823 (Ludlage/Van Paradijs) geformuleerde criteria:
“Het antwoord op de vraag of er sprake is van onrechtmatige hinder, hangt af van de aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor toegebrachte schade in verband met de verdere omstandigheden van het geval, waarbij onder meer rekening moet worden gehouden met het gewicht van de belangen die door de hinder toebrengende activiteit worden gediend, en de mogelijkheid – mede gelet op de daaraan verbonden kosten – en de bereidheid om maatregelen ter voorkoming van schade te treffen.

Kan vergunninghouder aansprakelijk zijn?

De aansprakelijkheid van degene die overeenkomstig de hem verstrekte vergunning handelt, doch daarbij schade of hinder toebrengt aan derden, hangt af van de aard van de vergunning en het belang dat wordt nagestreefd met de regeling waarop de vergunning berust, zulks in verband met de omstandigheden van het geval (HR 10 maart 1972, NJ 1972, 278 m.nt. GJS). Daarbij heeft te gelden dat de vergunninghouder er in het algemeen op mag vertrouwen dat de vergunning overeenkomstig de wet is verleend en de overeenkomstig de wet in aanmerking te nemen belangen door de vergunningverlenende instantie volledig en op juiste wijze zijn afgewogen, en dat hij gerechtigd is van die vergunning gebruik te maken (vgl. HR 28 februari 1975, NJ 1975, 423, en HR 17 januari 1997, NJ 1998, 656 m.nt. ARB).

Schade door visuele hinder antennemast

Bepalend in dit soort situaties is met name het zicht vanuit de woning, meer in het bijzonder de leefruimte. Dat de mast vanuit de tuin desondanks duidelijk zichtbaar is, levert naar het oordeel van het hof op zich geen onaanvaardbare mate van visuele hinder op.

Gemeente moet bij ontheffing belangen omwonende meewegen

Bij de vraag of de plaatsing van de hoge mast onrechtmatige hinder oplevert speelt een rol in hoeverre het college van B&W bij het verlenen van deze ontheffing het belang van omwonenden, heeft meegewogen. De belangen van omwonenden zijn op dusdanige wijze zijn meegewogen door de gemeente bij het verlenen van de ontheffing van het bestemmingsplan en het verlenen van de lichte bouwvergunning, dat het gebruik maken van de vergunning niet als onrechtmatige hinder is te beschouwen.

Gerechtshof vindt plaatsing antennemast niet onrechtmatig

Het ingestelde beroep heeft succes. Het gerechtshof vindt ander dan de rechtbank, de plaatsing van de antennemast tegen de erfgrens niet onrechtmatig. De buren worden veroordeeld in de proceskosten. Als u twijfelt op een bouwwerk in uw omgeving wel rechtmatig is gebouwd kunt u een advocaat bestuursrecht van Blenheim vragen een onderzoek in te stellen.