3 juli 2026

Hoge Raad zet streep door terugvorderingsclaims tegen online gokaanbieders zonder vergunning

Categorie: Aansprakelijkheidsrecht, gaming-law, Kansspelen en gokken

De Hoge Raad heeft op 3 juli 2026 prejudiciële vragen beantwoord over de gevolgen van het zonder vergunning aanbieden van online kansspelen. De kern van het oordeel: het ontbreken van een vergunning op grond van de Wet op de kansspelen (Wok) maakt de tussen de aanbieder en de speler gesloten kansspelovereenkomst niet automatisch nietig of vernietigbaar.

Ontstaan van de gokclaims tegen illegale kansspelaanbieder

Het aanbieden van online kansspelen was in Nederland verboden totdat op 1 oktober 2021 de Wet kansspelen op afstand in werking trad en het voor aanbieders mogelijk werd een Nederlandse vergunning te verkrijgen. In de jaren vóór die datum opereerden buitenlandse aanbieders — zoals PokerStars (TSG Interactive Gaming Europe Limited, gevestigd te Malta) en partycasino.com (Electraworks Europe Limited, eveneens gevestigd op Malta) — zonder een vergunning als bedoeld in de Wet op de kansspelen (Wok). Dat ontbreken van een Nederlandse vergunning leverde een overtreding op van art. 1 lid 1, aanhef en onder a, Wok, dat het verbiedt om zonder vergunning gelegenheid te geven tot deelneming aan kansspelen.

In de jaren die volgden op 2021 werden aanbieders geconfronteerd met rechtszaken. Spelers vorderden terugbetaling van hun geleden verliezen, met als voornaamste juridische grondslag dat de kansspelovereenkomst nietig zou zijn op grond van art. 3:40 BW. De lagere rechtspraak was verdeeld: diverse rechtbanken wezen vorderingen toe en verklaarden overeenkomsten nietig, terwijl andere rechters oordeelden dat slechts sprake was van vernietigbaarheid dan wel van helemaal geen aantasting van de geldigheid. De rechtbanken Amsterdam en Noord-Holland besloten eind januari 2025 de knoop door te hakken en stelden op de voet van art. 392 Rv prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.

De prejudiciële vragen van rechtbanken de veel claims van gokkers moeten behandelen

Beide rechtbanken stelden grotendeels gelijkluidende vragen. De kernvraag was of een kansspelovereenkomst tussen een in Nederland verblijvende consument en een aanbieder zonder vergunning van KSA nietig is op grond van art. 3:40 BW, en zo ja, welke rechtsgevolgen daaraan verbonden zijn, met name of terugvordering op basis van onverschuldigde betaling mogelijk is.

Kansspelovereenkomsten met illegale gokbedrijven: geen nietigheid, geen vernietigbaarheid

Op 3 juli 2026  beantwoordde de Hoge Raad de prejudiciële vragen in voor de sector gunstige zin. De kern van het oordeel is helder en eenduidig: overeenkomsten die zijn aangegaan met een aanbieder van online kansspelen die handelt in strijd met het verbod van art. 1 lid 1, aanhef en onder a, Wok, zijn niet nietig of vernietigbaar op grond van art. 3:40 BW.

De Hoge Raad onderbouwt dit oordeel langs drie lijnen.

  1. Ten eerste volgt uit art. 3:40 lid 3 BW dat strijd met een dwingende wetsbepaling alleen tot nietigheid of vernietigbaarheid leidt als die bepaling de strekking heeft de geldigheid van strijdige rechtshandelingen aan te tasten. Die strekking heeft art. 1 Wok volgens de Hoge Raad nooit gehad: “Uit de tekst en het stelsel van de Wok kan niet worden afgeleid dat de Wok ertoe strekt de geldigheid aan te tasten van overeenkomsten die zijn gesloten met aanbieders van kansspelen die daarvoor niet de vereiste vergunning hebben“. De Wok voorziet uitsluitend in bestuursrechtelijke en strafrechtelijke sancties en bevat geen bepalingen over civielrechtelijke gevolgen van het ontbreken van een vergunning.
  2. Ten tweede is er geen grond voor nietigheid wegens strijd met de openbare orde of de goede zeden (art. 3:40 lid 1 BW). De Hoge Raad wijst erop dat de Nederlandse kansspelregulering geen categorisch verbod op kansspelen kent, maar van oudsher gericht is op het kanaliseren van de speelzucht naar een legaal aanbod. Kansspelovereenkomsten zijn op zichzelf niet ontoelaatbaar en de inhoud van een overeenkomst hoeft niet te verschillen naargelang de aanbieder al dan niet over een vergunning beschikt.
  3. Ten derde heeft de wetsgeschiedenis nooit een aanwijzing bevat dat nietigheid of vernietigbaarheid beoogd was, ook niet bij de totstandkoming van de Wet kansspelen op afstand in 2019. Dat die aanwijzing ontbreekt weegt zwaar: “Het had voor de hand gelegen dat indien de wetgever nietigheid of vernietigbaarheid zou hebben beoogd, daaraan in de tekst of de wetsgeschiedenis van de Wok aandacht zou zijn besteed“.

Wat betekent dit voor de gokbranche: een einde aan vorderingen op basis van nietigheid?

Dit oordeel is van grote praktische betekenis voor online kansspelaanbieders. Vóór de uitspraak was in de lagere rechtspraak een trend zichtbaar waarbij rechtbanken de kansspelovereenkomsten zonder meer nietig verklaarden en aanbieders veroordeelden tot terugbetaling van het volledige nettoverlies. Eén speler slaagde er in 2024 langs die weg in maar liefst € 676.224,76 terug te vorderen van Unibet. De Hoge Raad heeft nu definitief een streep gezet door de nietigheidsroute als collectief instrument.

Dit sluit aan bij het advies van Advocaat-Generaal Lindenbergh, dat op 28 november 2025 werd uitgebracht. Diens conclusie, dat het verbod in de Wok bedoeld is om te voorkomen dat mensen bij illegale aanbieders gaan gokken, maar dat dit verbod niet de overeenkomst zelf regardeert, is door de Hoge Raad overgenomen.

Resterende risico’s: nog wel claims wegens onrechtmatige daad en wilsgebreken (bijvoorbeeld dwaling)

De Hoge Raad sluit niet uit dat aanbieders in individuele zaken toch aansprakelijk worden gesteld. De uitspraak laat uitdrukkelijk ruimte voor vorderingen op grond van onrechtmatige daad en voor vernietiging wegens een wilsgebrek. Het illegaal aanbieden van kansspelen kan immers als onrechtmatige daad worden aangemerkt, en in dat kader kunnen spelers in theorie ook meer vorderen dan alleen hun verloren inzet, denk aan gevolgschade. Deze vorderingen zijn echter sterk persoonsgebonden en vergen een individuele beoordeling van de omstandigheden van het geval, waardoor het grootschalige karakter van de vóór 2024 gevoerde massazaken er niet op dezelfde voet mee herhaald kan worden.

Uitspraak Hoge Raad geeft duidelijkheid voor gokbranche

De prejudiciële beslissing van 3 juli 2026 (ECLI:NL:HR:2026:1159) biedt de online kansspelsector de rechtszekerheid die zij al jaren zocht. De kansspelovereenkomsten die zijn gesloten in de periode vóór 1 oktober 2021 zijn rechtsgeldig. De vrees voor een massale terugbetalingsverplichting op basis van nietigheid of onverschuldigde betaling is door de Hoge Raad weggenomen. De rechtbanken zullen de lopende rechtszaken van gedupeerde gokkers nu voortzetten met inachtneming van dit oordeel.