17 juli 2013

Geen wettelijke handelsrente over buitengerechtelijke incassokosten

Categorie: Bestuursrecht

Wettelijke (handels)rente is vergoeding van de misgelopen rente in de betaling van een geldsom uit hoofde van een (handels)overeenkomst en kan worden gevorderd wanneer er in een (zakelijke) partijverhouding betalingsvertragingen voordoen.

De wettelijke handelsrente vindt zijn oorsprong in het Europese recht en is vervat in een EG-richtlijn. Als gezegd, de handelsrente kan worden gevorderd van uw professionele contractspartij, zoals een eenmanszaak, een rechtspersoon dan wel andere beroepsbeoefenaars. In voornoemde zaak bij de Hoge Raad is erover geklaagd dat het gerechtshof ’s-Gravenhage de veroordeling tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten heeft vermeerderd met de wettelijke handelsrente (art. 6:119a BW). De Hoge Raad heeft in zijn arrest geoordeeld dat deze klacht slaagt.

De beoordeling van de Hoge Raad is in lijn met eerdere arresten. Immers, buitengerechtelijke kosten dienen te worden gekwalificeerd als vermogensschade (Ik verwijs hiervoor naar art. 6:96 lid 2, aanhef en onder c, BW). De wettelijke handelsrente als bedoeld in art. 6:119a BW heeft echter uitsluitend betrekking op verplichtingen tot betaling uit handelsovereenkomsten. Een verplichting tot vergoeding van schade kan daartoe niet worden gerekend (dit blijkt onder meer uit de considerans onder 13 van de EG-Richtlijn 2000/35, waarop art. 6:119a BW stoelt, alsmede Kamerstukken II 2001-2002, 28 239, nr. 3, p. 10). Gelet op het voorgaande heeft de Hoge Raad het arrest van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 22 november 2011 (terecht) vernietigd.

Meer informatie?

Mocht u verdere vragen hebben over wettelijke (handels)rente en (of) incassokosten, dan kunt u te allen tijde contact met mij opnemen.