3 mei 2017

Inspectie en advocaat

Categorie: Bestuursrecht

Een advocaat kan aanwezig zijn bij inspectie door een toezichthouder bij een bedrijf. Een toezichthouder (of de inspectie van de toezichthouder) is bijvoorbeeld de NVWA, ILT en Inspectie SZW (arbeidsinspectie). Bij een onderzoek door een inspectie kan medewerking verlangd worden van het bedrijf. Hoe ver gaat de plicht tot medewerking aan de inspecteur of toezichthouder? Dat is niet op voorhand voor alle gevallen te zeggen. Een advocaat bestuursrecht is gespecialiseerd in rechtsbescherming bij toezicht- en handhaving door een bestuursorgaan. Eerst zal vastgesteld moeten wordt in welke capaciteit de toezichthouder een onderzoek bij een bedrijf wenst te doen, welke bevoegdheden de inspectie heeft en in het kader van welke wet(ten) het toezicht plaatsvindt. De medewerkingsplicht van een bedrijf geldt dus alleen voor de in de wet aan de inspectie toegekende bevoegdheden. Een Onderzoek door de inspectie mag geen fishing expedition zijn.

Cautie bij onderzoek inspectie

Als de overtreding aan een bedrijf toegerekend kan worden, en dit tot een bestraffende sanctie (boete of andere straf) kan leiden, dan bent u niet verplicht om mondelinge vragen over de overtreding te beantwoorden. De toezichthouder moet u dit ook vertellen, formeel wordt dit de cautie genoemd. De inspecteur dient u dan letterlijk te zeggen dat u niet verplicht te antwoorden. U heeft een zwijgrecht. U kunt natuurlijk altijd uw mening over de zaak geven. Ook als de overtreding u niet kan worden aangerekend bent in beginsel verplicht om medewerking te verlenen aan het onderzoek door de toezichthouder. Maar doorgaans zal niet duidelijk zijn of u iets wordt toegerekend. In geval van twijfel of u aan de inspectie medewerking moet verlenen kunt u uw advocaat bellen voor advies. Indien ten onrechte de cautie niet is gegeven dat dient de betrokkene aan te tonen dat hij benadeelt wordt door het verder medewerking gegevens en te antwoorden opvragen van de inspecteur, ofwel dat hij in zijn verdediging tegen de inspectie is geschaad.

Zwijgrecht bij inspectie overheid

Het zwijgrecht betekent dat iemand niet gehouden is tegen zichzelf te getuigen of een bekentenis af te leggen. Het recht om jezelf niet te beschuldigen van een overtreding volgt ook uit het beginsel van fair trial (artikel 6 lid 1 EVRM). Het zwijgrecht ziet op een verklaring die iemand aflegt aan de inspectie. Los daarvan staat de mogelijk voor de inspecteur of toezichthouder om inzage te verlangen in boekhouding, computer materiaal of ander bewijsmateriaal. Iemand kan zicht op dat zijgrecht beroepen als redelijkerwijs uit de handelwijze van de inspectie is af te leiden dat een boete of andere straf wordt opgelegd. Vanaf dat moment is er geen verplichting enige verklaring af te leggen aan de inspectie. U heeft ook recht op een advocaat als de inspectie plaatsvindt.

Advocaat of andere gemachtigde inschakelen

U kunt een advocaat of andere gemachtigde inschakelen als de inspectie een onderzoek doet. De advocaat kan aanwezig zijn bij het onderzoek. De inspectie die de controle of het onderzoek doet mag u dat niet weigeren. Daarbij zal de advocaat er op toezien dat de inspecteur de rechten die het bedrijf/werkgever heeft worden nageleefd. U mag als burger zelf de procedure voeren tot aan de rechtbank aan toe. Het is vaak wel verstandig om bijstand in te roepen van een deskundige advocaat bestuursrecht gelet op de aard en complexiteit van de regelgeving.

Medewerking aan inspectie

Een inspectie (ongeacht of dat SZW, NVWA. ILT of andere inspectie is) heeft het recht om onderzoek in te stellen tegen een bedrijf dat val onder het toezicht van de betreffende inspectie. Artikel 5:20 van de Awb, betreft alleen een inspanningsverplichting voor het bedrijf of de werkgever, bijvoorbeeld op het verstrekken van inlichtingen aan de inspecteur teneinde alsnog de identiteit van de werkende te kunnen vaststellen. Een bedrijf dient in redelijkheid medewerking te verlenen aan het onderzoek van de inspectie bepaalt art. 5:20 AWB. De inspectie dient een redelijk termijn te stellen voor medewerking. De inspectie mag niet een arbeidsproces zonder bijzonder reden onderbreken. Alleen als er een bijzondere reden is, bijvoorbeeld een onveilige werksituatie is, mag stillegging van het werk plaatsvinden. Een bedrijf dient mee te werken aan het onderzoek, maar hoeft niet mee te werken aan een eigen veroordeling (zie hiervoor). Vooral omdat bij inspectie niet duidelijk is of handhaving via het strafrecht of via het bestuursrecht plaatsvindt (met dwangsom of bestuursdwang) zijn er grenzen aan de medewerkingsplicht van en bedrijf/werkgever.

Medewerking onderzoek in de praktijk

Medewerking die de inspectie verlangd kan bijvoorbeeld zijn: het openen van een deur, het openen van verpakking, het verplaatsen van kisten. Daarbij geldt dat een verzoek daartoe binnen de bevoegdheden van de toezichthouder moet vallen. Ook valt onder medewerking aan de inspecteur het verstrekken van inlichting en afgifte van gegevens en bescheiden. Let wel als daarmee de betrokkene weet dat hij bloot staat aan een boete of andere straf kan hij weigeren mee te werken. Indien er een vordering is gedaan tot medewerking en de betrokkene weigert dan levert dat een strafbaar feit op ex artikel 184 Sr (niet voldoen aan een vordering toezichthouder). Daartoe wordt ook gerekend het geven van toegang tot een computerbestand en het verstrekken van een wachtwoord of toegangscode. Het is dan aan de inspectie om te besluiten welke actie deze wil nemen. In sommige wetten is bepaald dat bij weigering tot medewerking aan de inspectie bestuursdwang of dwangsom opgelegd kan worden, bijvoorbeeld in de Arbeidsomstandighedenwet, Drank- en Horecawet en de Warenwet. Een advocaat bestuursrecht kan hierbij adviseren; de inspecteur dient u toe te staan dat u met uw advocaat belt alvorens het onderzoek door de inspectie wordt voortgezet. Bij beantwoording van een vraag van een inspecteur of zich in een concreet geval een overtreding heeft voorgedaan, geldt wegens artikel 6 lid 2 van het EVRM, als uitgangspunt dat op het bestuursorgaan (de toezichthouder) de bewijslast rust van een overtreding.

Verslag inspectie in boeterapport

Door de inspectie wordt bij een bestuursrechtelijke sanctie ook een boeterapport opgesteld. Hiervoor geldt de procedure zoals op deze site uiteen gezet is. Als er in het boeterapport of de boetebeschikking fouten staan, zoals een verschrijving of een onjuist gespelde naam, dan is dat geen reden om de boete niet op te leggen. Het bestuursrecht staat toe dat onjuistheden in een aanvullend boeterapport van de inspectie of in de beschikking worden hersteld, tenzij er sprake is van een situatie wanneer u wordt belemmerd in uw verdediging (u in uw belang wordt geschaad). Tegen het boeterapport kan bezwaar aangetekend worden. Dan legt toezichthouder van de inspectie een bevel tot staken van de arbeid op. De inspecteur doet dit om de ontstane onveilige situatie op te heffen. De formele beschikking van dit bevel wordt binnen een week aan de werkgever toegezonden. Een advocaat bestuursrecht kan om schorsing of opheffing van het bevel verzoeken en desnoods een voorlopige voorziening van die strekking vorderen in een kort geding bij de bestuursrechter.

Gebruik gegevens verkregen bij onderzoek inspectie

Onder omstandigheden mag bewijs dat onder dwang is verkregen voorafgaand aan een strafsanctie niet worden gebruikt ter onderbouwing van die strafsanctie; dat kan een boete zijn of strafbeschikking. Als gegevens door de inspectie zijn verkregen toen het zwijgrecht biet gold dan mogen die gegevens gebruikt worden bij het opleggen van de strafsanctie. Het is voor de betrokkene dus heel belangrijk vast te stellen wanneer medewerking door antwoorden op vragen betekent dat je in feite meewerkt aan een eigen veroordeling of oplegging van de strafsanctie. Vanaf dat moment geldt in ieder geval het zwijgrecht en dient de inspectie de cautie te geven. Bij schriftelijk vragen van de inspectie behoeft geen cautie gegeven te worden. Bij de beantwoording dient de betrokkene zich ook af te vragen in hoeverre hij meewerkt aan een eigen veroordeling op oplegging strafsanctie door de toezichthouder.