11 januari 2013

Aansprakelijkheid gemeente bij intrekking vergunning

Categorie: Vergunningen

Aansprakelijkheid gemeente door intrekking vergunning door gemeente

Er doet zich wel de situatie voor dat de overheid de betrokken burger door de enkele vergunningverlening “op het verkeerde been” heeft gezet, door het ten onrechte honoreren van een aanvraag voor een vergunning of een ander besluit. De aanvrager mag ervan uitgaan dat het college van B&W juist hebben gehandeld en dat de hem verleende vergunning dus niet in strijd is met de wet. Indien de regels van het bestemmingsplan onjuist zijn toegepast en ten onrechte de vergunning is verleend kan de gemeente gedwongen worden de vergunning in te trekken. Overheidsaansprakelijheid ligt dan op de loer. Bijvoorbeeld als een derde bezwaar aantekent tegen de vergunning en schorsing van de vergunning verzoekt. Of de beroepsrechter de verleende vergunning later vernietigd. Lees ook: schadevergoeding overheid.

Aansprakelijkheid overheid ontstaat door intrekking vergunning

Schade ontstaat dan bij de vergunninghouder wanneer vervolgens het ten onrechte verkregen voordeel weer ongedaan wordt gemaakt doordat aan het onjuiste besluit zijn rechtsgeldigheid wordt ontnomen. Indien het bestuur eenmaal een aanvraag voor vergunning heeft toegewezen, is het in beginsel gebonden aan zijn besluit. Het mag dus een vergunning of een uitkering niet zonder meer intrekken indien het naderhand bemerkt dat het een onjuist besluit heeft genomen.

Als dat besluit (en dus de vergunning) wel wordt ingetrokken dat is de overheid aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door het intrekken van de vergunning. Een advocaat bestuursrecht kan gevraagd worden om een procesadvies voor schadevergoeding.

Vernietiging vergunning door rechter leidt tot overheidsaansprakelijkheid

In geval van vernietiging van de vergunning wegens overtreding van dergelijke normen is óók een zorgvuldigheidsnorm jegens de vergunninghouder geschonden. Dat is de norm volgens welke de vergunningverlenende instantie het vertrouwen van de burger in de rechtmatigheid van de hem te verlenen vergunning niet mag beschamen. Een overheidsorgaan handelt derhalve onrechtmatig door een vergunning te verlenen die later wordt vernietigd. De overheid is dan in principe aansprakelijk voor de dientengevolge door de vergunninghouder geleden schade. Die aansprakelijkheid strekt niet verder dan tot vergoeding van de schade die de vergunninghouder heeft geleden ten gevolge van de omstandigheid dat hij op de rechtmatigheid van de vergunning heeft vertrouwd en heeft mogen vertrouwen.

Schade door vernietiging vergunning

Het moet geen situatie betreffen waar schade wordt geleden doordat met bouwen wordt begonnen voordat de vergunning onherroepelijk is en deze wordt vernietigd of ingetrokken. Dan is sprake van eigen schuld van de vergunninghouder.

Uitgangspunt voor de schadeberekening moet daarom zijn dat indien de Gemeente geen fout zou hebben gemaakt en de aanvrager zou hebben beschikt over een niet aan vernietiging dan wel intrekking blootstaande bouwvergunning.