17 september 2025

Inzagerecht bij banken: sneller toegang tot cruciale informatie voor cliënten

Categorie: Financieel recht

Sinds 1 januari 2025 is het vernieuwde inzagerecht van kracht, als onderdeel van de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht (Wet van 6 maart 2024). Deze wetswijziging heeft directe gevolgen voor banken en hun klanten. Banken moeten rekening houden met een toename van inzageverzoeken en zijn verplicht hier sneller en adequater op te reageren dan voorheen. Tegelijkertijd is de positie van de bank als derde partij in het proces duidelijker en sterker geworden. Hierdoor mogen banken in meer gevallen een verzoeker doorverwijzen naar diens eigen wederpartij, mits die partij zelf over de gevraagde gegevens beschikt. Wanneer de bank wél verplicht is om informatie te verstrekken, speelt de bescherming van persoonsgegevens (AVG/UAVG) een doorslaggevende rol.

Wat is er veranderd in het inzagerecht?

Met de invoering van artikel 194 Rv zijn de eisen voor het verkrijgen van inzage versoepeld. Er gelden nu drie kernvoorwaarden:

  1. Voldoende belang: De verzoeker moet aantonen dat er een reëel belang is bij het opvragen van de gegevens.
  2. Bepaalde gegevens: Het verzoek moet betrekking hebben op duidelijk omschreven informatie, waaronder nu ook digitale bestanden, geluidsopnamen en andere elektronische data vallen.
  3. Rechtsbetrekking: Er moet een juridische relatie bestaan tussen de verzoeker en degene die over de gegevens beschikt.

In tegenstelling tot het oude artikel 843a Rv, waar “rechtmatig belang” en “bepaalde bescheiden” centraal stonden, is de drempel nu lager. De eis van “voldoende aannemelijkheid” van de rechtsbetrekking is losgelaten. De wet hanteert een ‘ja, tenzij’-principe: als aan de voorwaarden is voldaan, moet inzage worden verleend, tenzij er een geldige weigeringsgrond bestaat. Dit sluit aan bij het doel van de wet: het bevorderen van waarheidsvinding en het moderniseren van het bewijsrecht.

Inzagerecht buiten de rechter om

Een belangrijke vernieuwing is dat het inzagerecht niet langer alleen via de rechter kan worden afgedwongen. Artikel 194 lid 2 Rv legt een zelfstandige verplichting op aan degene die over de gegevens beschikt – vaak de bank – om inzage, afschrift of uittreksel te verstrekken zodra aan de wettelijke eisen is voldaan en er geen uitsluitingsgrond geldt. Wordt hier niet (of niet voldoende) aan voldaan, dan kan dit in onze opvatting mogelijk leiden tot aansprakelijkheid of sancties. Dit maakt het inzagerecht tot een krachtig instrument voor cliënten die snel duidelijkheid willen bij een bankgeschil.

Banken als derde partij: doorverwijzen of verstrekken

Banken verzamelen en bewaren grote hoeveelheden data, onder andere vanwege wettelijke verplichtingen zoals de Wft, Wwft en diverse compliance-regels. Hierdoor krijgen zij steeds vaker te maken met inzageverzoeken, ook in zaken waarbij ze niet direct partij zijn. Het nieuwe bewijsrecht biedt banken meer mogelijkheden om verzoekers door te verwijzen naar hun eigen wederpartij, mits die partij zelf eenvoudig toegang heeft tot de gevraagde gegevens. Is de bank echter de enige die over de relevante informatie beschikt, dan blijft de inzageplicht van kracht. In gerechtelijke procedures moet volgens artikel 195a Rv ook de wederpartij worden betrokken, zodat het debat over de reikwijdte en proportionaliteit van het verzoek tussen de betrokken partijen kan plaatsvinden.

Weigeringsgronden en privacy: wat zijn de grenzen?

Inzage kan worden geweigerd op basis van een verschoningsrecht of gewichtige redenen. Hieronder vallen onder andere persoonlijke, medische en financiële gegevens, vertrouwelijke bedrijfsinformatie en wettelijke geheimhoudingsplichten. Doordat de drempel voor inzage lager is, zal vaker een inhoudelijke belangenafweging moeten plaatsvinden. Vooral wanneer het verzoek betrekking heeft op persoonsgegevens, is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van toepassing. De bank moet dan toetsen of het verstrekken van gegevens noodzakelijk en evenredig is (art. 6 lid 1(f) en 6 lid 4 AVG), passende privacymaatregelen treffen (zoals beperkte inzage of pseudonimisering) en betrokkenen vooraf informeren met een bezwaarrecht (art. 13, 14 en 21 AVG). Volledig anonimiseren is vaak niet mogelijk zonder dat de informatie haar waarde verliest.

Praktische toepassing: breed inzetbaar bij bankgeschillen

Het vernieuwde inzagerecht is breed toepasbaar en niet beperkt tot zorgplichtschendingen. Cliënten kunnen het middel inzetten bij uiteenlopende bankzaken, zoals:

  • Fraude en betalingsverkeer: Inzicht krijgen in interne meldingen, blokkades en communicatie rondom verdachte transacties.
  • Kredietverlening en opzegging: Opvragen van risicobeoordelingen, interne memo’s en belangenafwegingen bij kredietbesluiten.
  • Beleggingsadvies: Inzage in klantprofielen, adviezen en documentatie over passendheid en risicowaarschuwingen.
  • WWFT, WFT en klantonderzoek: Dossiervorming, proportionaliteit en alternatieven bij offboarding of compliance-trajecten.

Een goed onderbouwd verzoek – met een voldoende belang, bepaalde gegevens en een rechtsbetrekking – kan doorslaggevende feiten boven tafel krijgen. Dit zorgt voor sneller inzicht in interne besluitvorming en versterkt de positie van de cliënt in onderhandelingen of procedures.

Conclusie: meer transparantie en bewijs bij bankzaken

Het vernieuwde inzagerecht (art. 194–196 Rv) is een belangrijke stap richting transparantie en waarheidsvinding in het bewijsrecht. Voor bankklanten betekent dit sneller en eenvoudiger toegang tot relevante bankgegevens, ook buiten de rechter om, binnen de kaders van privacy en weigeringsgronden. Banken zullen vaker en voortvarender moeten reageren op inzageverzoeken. Of het nu gaat om fraude, kredietverlening, beleggingsadvies of andere bankgeschillen: het inzagerecht is een effectief middel om feiten boven tafel te krijgen en uw dossier juridisch te versterken.

Heeft u vragen over het inzagerecht, wilt u bankgegevens opvragen of zoekt u advies bij een bankgeschil? Neem gerust contact op met advocaat Julia van Kuijk, specialist Financieel Recht, voor deskundige begeleiding en een helder juridisch advies.