Kan de overheid zo maar informatie van mijn bedrijf openbaar maken na WOO verzoek?
Categorie: Privacyrecht, Procederen en advies
Met een verzoek op grond van de Wet Open Overheid (voorheen Wet Openbaar Bestuur) kan iedereen gegevens opvragen. Het gaat om publieke informatie waar ook gegevens van derden zoals die van een bedrijf of prive-persoon bij kunnen zitten. Deze blog benoemt de keypoints voor het bezwaar maken tegen openbaarmaking van gegevens via een WOO verzoek.
Bezwaar maken tegen openbaarmaking informatie via WOO verzoek
Wanneer een overheidsinstantie besluit informatie openbaar te maken waar een derde partij een belang bij heeft (bijvoorbeeld concurrentiegevoelige of privacygevoelige informatie), dan wordt deze derde partij hiervan op de hoogte gesteld door die instantie. De Wet Open Overheid (Woo) een duidelijk kader waarmee derde partijen hun belangen kunnen beschermen door bezwaar te maken op basis van de in de wet genoemde uitzonderingsgronden.
De WOO-procedure waarbij een derde geïnformeerd wordt dat bezwaar gemaakt kan worden
De procedure waarbij de overheidsinstantie een derde moet informeren dat gegevens van deze betrokkene openbaar worden door een WOO verzoek ziet er als volgt uit: werkt als volgt:
- Melding aan derde partij: als het bestuursorgaan van plan is informatie te verstrekken, dan stelt het de derde partij, wiens belangen mogelijk worden geraakt, hiervan in kennis.
- Zienswijze indienen tegen voornemen openbaarmaking: een derde kan in een zienswijze bedenkingen uiten waarom openbaarmaking van gegevens haar belangen zou schaden
- Opschorting: als er een zienswijze door de derde is ingediend dan wordt de openbaarmaking van de informatie opgeschort totdat de behandeling van de zienwijze is afgerond.
- Bezwaar: de belanghebbende derde partij kan vervolgens ook bezwaar maken tegen het openbaarmakingsbesluit waarbij belangen worden geschaad. Dit moet doorgaans binnen zes weken na de bekendmaking van het besluit.
- Voorlopige voorziening: de derde partij kan ook een verzoek om een voorlopige voorziening indienen bij de voorzieningenrechter van de rechtbank om de openbaarmaking (tijdelijk) tegen te houden, hangende de bezwaar- of beroepsprocedure.
De mogelijkheid om door middel van een zienswijze bedenkingen kenbaar te maken is bedoeld om de belangen van derden te beschermen tegen onrechtmatige openbaarmaking op basis van de in de WOO genoemde uitzonderingsgronden (zoals bedrijfs- en fabricagegegevens, of privacybelangen).
Zienswijze om bedenkingen te uiten en bezwaarprocedure tegen uiteindelijk WOO-besluit
Een derde partij kan met een zienswijze bezwaar maken tegen de openbaarmaking van gegevens op basis van de uitzonderingsgronden zoals vastgelegd in hoofdstuk 5 van de Wet open overheid (Woo). De wettelijke basis voor het maken van bezwaar door een belanghebbende derde partij (de zienswijzeprocedure en het opschorten van openbaarmaking) is te vinden in artikel 4.4 lid 5 en 6 , van de Woo. Deze zienswijze procedure moet onderscheiden worden van de bezwaarprocedure die na het uiteindelijk WOO besluit wort genomen over de openbaarmaking n.a.v. van het WOO verzoek. Ook tegen dit besluit kunt u als derde partij waarvan (gevoelige) informatie wordt
De gronden waarop bezwaren geuit in de zienswijze inhoudelijk gebaseerd kan worden, zijn dezelfde uitzonderingsgronden als die het bestuursorgaan zelf hanteert om openbaarmaking te weigeren. Hierom noemen we die gronden.
Belangrijkste gronden voor een derde partij om bezwaar te maken tegen openbaarmaking
De meest relevante gronden voor een derde partij wiens informatie openbaar gemaakt dreigt te worden, zijn:
- Vertrouwelijke bedrijfs- en fabricagegegevens (Artikel 5.1, eerste lid, onderdeel c, Woo)
Dit is een absolute uitzonderingsgrond. Als de informatie kwalificeert als vertrouwelijke bedrijfs- of fabricagegegevens die vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld; (en het gaat niet over milieu-informatie), dan mag het bestuursorgaan deze informatie niet openbaar maken. - Onevenredige benadeling van een ander belang (Artikel 5.1, tweede lid, onderdeel e, Woo)
Dit is een relatieve uitzonderingsgrond en daarbij gaat het om een belangenafweging. De derde partij kan aanvoeren dat openbaarmaking leidt tot een onevenredige benadeling van een ander (financieel, economisch of anderszins) belang, waarbij dit belang zwaarder weegt dan het algemeen belang van openbaarheid. Specifiek noemt de wet: de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer; bescherming van andere dan in het eerste lid, onderdeel c, genoemde concurrentiegevoelige bedrijfs- en fabricagegegevens; de beveiliging van personen en bedrijven en het voorkomen van sabotage. - Persoonlijke levenssfeer / persoonsgegevens (Artikel 5.1, tweede lid, onderdeel e, Woo)
Als de openbaarmaking de persoonlijke levenssfeer van natuurlijke personen onevenredig benadeelt, kan dit een grond voor weigering zijn, op basis van een belangenafweging tussen privacy en openbaarheid. - Informatie over inspectie, controle en toezicht (Artikel 5.2, eerste lid, onderdeel c, Woo)
Als openbaarmaking het goed uitoefenen van de taak van inspectie, controle of toezicht door bestuursorganen schaadt, kan dit ook een grond zijn.
Actiepunten voor derde om zienswijze in te dienen tegen gevoelige informatie in WOO-procedure
- Artikel 4.4 lid 5 Woo: Bepaalt dat, als het bestuursorgaan besluit informatie te verstrekken waar een belanghebbende bezwaar tegen kan hebben, de informatie pas twee weken na de bekendmaking van het besluit wordt verstrekt.
- Artikel 4.4 lid 6 Woo: Impliceert het recht van bezwaar voor de belanghebbende. Als er een verzoek om een voorlopige voorziening (bij de rechter) wordt ingediend, wordt de openbaarmaking opgeschort totdat de rechter uitspraak heeft gedaan.
Wanneer kan een instantie weigeren informatie openbaar te maken na een WOO-verzoek?
In de Wet open overheid (Woo) staat het algemeen belang van openbaarheid centraal, maar de wet kent ook diverse uitzonderingsgronden (in de artikelen 5.1 en 5.2) die openbaarmaking in de weg kunnen staan. Deze redenen worden vaak aangeduid als “gewichtige redenen” of “zwaarwegende belangen”.
De uitzonderingsgronden zijn onderverdeeld in absolute en relatieve gronden.
Absolute Uitzonderingsgronden voor openbaarmaken informatie na WOO-verzoek (Artikel 5.1 lid 1 WOO)
Bij deze gronden mag het bestuursorgaan de informatie niet openbaar maken, ongeacht hoe zwaar het algemeen belang van openbaarheid weegt. Het belang van geheimhouding is hier per definitie zwaarder. Het gaat om:
- De eenheid van de Kroon.
- De veiligheid van de Staat.
- Vertrouwelijke bedrijfs- en fabricagegegevens (niet zijnde milieu-informatie). Dit is een cruciale grond voor derde partijen, zoals bedrijven, om bezwaar te maken.
Relatieve Uitzonderingsgronden voor openmaking informatie (artikel 5.1 lid 2 en 5 en 5.2 WOO)
Bij deze gronden maakt het bestuursorgaan een belangenafweging. Openbaarmaking blijft achterwege als het belang dat met geheimhouding wordt gediend zwaarder weegt dan het algemeen belang van openbaarheid. Hieronder vallen onder andere:
- De internationale betrekkingen van Nederland.
- De financiële en economische belangen van de Staat of andere bestuursorganen.
- De opsporing en vervolging van strafbare feiten.
- Inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen.
- Het goed functioneren van de Staat, de provincies, gemeenten of andere bestuursorganen.
- Onevenredige benadeling van een ander belang dan de specifiek genoemde belangen.
- Persoonlijke beleidsopvattingen: informatie die is opgesteld ten behoeve van intern beraad kan worden geweigerd. Feiten, prognoses en beleidsalternatieven vallen hier niet onder.
- Privacy van natuurlijke personen: openbaarmaking van persoonsgegevens blijft achterwege indien een onevenredige benadeling van de persoonlijke levenssfeer het gevolg is.
De term “gewichtige redenen” wordt vooral gebruikt bij de relatieve gronden, waar de afweging van de belangen bepaalt of de informatie openbaar wordt gemaakt of niet.
De wettelijke termijnen van artikel 4.4 WOO van beslissing en bezwaar door derde tegen vrijgeven informatie
(Lid 1 en 2 laten we hier achterwege).
(3) Onverminderd artikel 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de termijn voor het geven van een beschikking opgeschort gerekend vanaf de dag na die waarop het bestuursorgaan de verzoeker meedeelt dat toepassing is gegeven aan artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht, tot en met de dag waarop door de belanghebbende of belanghebbenden een zienswijze naar voren is gebracht of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.
(4) Indien de opschorting eindigt, doet het bestuursorgaan daarvan zo spoedig mogelijk mededeling aan de verzoeker, onder vermelding van de termijn binnen welke de beschikking alsnog moet worden gegeven.
(5) Indien het bestuursorgaan heeft besloten informatie te verstrekken, wordt de informatie verstrekt tegelijk met de bekendmaking van het besluit, tenzij naar verwachting een belanghebbende bezwaar daartegen heeft, in welk geval de informatie wordt verstrekt twee weken nadat de beslissing is bekendgemaakt. Indien wordt verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt de openbaarmaking opgeschort totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan of het verzoek is ingetrokken.
(6) Indien het bestuursorgaan heeft besloten informatie te verstrekken die rechtstreeks betrekking heeft op een derde of die van een derde afkomstig is, deelt het bestuursorgaan dit besluit gelijktijdig mede aan deze derde.
Artikel 4:8 Awb gaat over kennisgeving aan derde belanghebbende die mogelijk bedenkingen heeft
1 Voordat een bestuursorgaan een beschikking geeft waartegen een belanghebbende die de beschikking niet heeft aangevraagd naar verwachting bedenkingen zal hebben, stelt het die belanghebbende in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen indien:
- de beschikking zou steunen op gegevens over feiten en belangen die de belanghebbende betreffen, en
- die gegevens niet door de belanghebbende zelf ter zake zijn verstrekt.
2 Het eerste lid geldt niet indien de belanghebbende niet heeft voldaan aan een wettelijke verplichting gegevens te verstrekken.
Artikel 4:9 bepaalt dat bij toepassing van de artikelen 4:7 en 4:8 de belanghebbende naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren kan brengen.
Bescherming van bedrijfsinformatie of privegegevens met uw advocaat
Er zijn grenzen aan wat iemand openbaar wil maken aan infotamtie die hem- of haarzelf of je bedrijf betreffen. En dat is begrijpelijk. De wetgeving zoals Wet Open Overheid geeft anderen de mogelijkheid om informatie op te vragen maar ook degene wiens informatie die openbaar wordt de mogelijkheid hun belangen kenbaar te maken. Dat is iets dat wij als advocaten ter harte nemen bij ons werk en de behartiging van de belangen van onze clienten.
Blenheim is sparring partner voor veel bedrijven en investeerders. De belangen van onze cliënten beschermen met onze specialisme. We delen onze expertise graag met u.