12 februari 2013

Klachtplicht vordering bank

Categorie: Bestuursrecht

Zorgplicht van de bank

Als professionele en bij uitstek deskundige dienstverlener, heeft de bank bij (bijvoorbeeld) beleggingsadviesrelaties met particuliere beleggers een bijzondere zorgplicht. Die zorgplicht is in rechtspraak ontwikkeld en behelst onder meer dat de bank vooraf onderzoek doet naar de financiële mogelijkheden, de deskundigheid en doelstellingen van de belegger en dat zij de belegger waarschuwt voor eventuele risico’s verbonden aan beleggingen. Een onderdeel daarvan is dat de bank eveneens nagaat of (bijvoorbeeld) een toegepaste beleggingsstrategie past bij de financiële mogelijkheden of doelstellingen, risicobereidheid of deskundigheid van de belegger. Deze zorgplicht van banken strekt ter bescherming van de belegger, te weten tegen gevaar van gebrek aan inzicht of eigen lichtvaardigheid. Deze zorgplicht geldt te meer als het gaat om de handel in risicovolle financiële instrumenten, bijvoorbeeld opties, futures en/of andere derivaten.

Klachtplicht bij vordering

Indien een bank (of een financiële instelling) haar zorgplicht heeft geschonden, rust op de belegger wel de plicht om dat te onderzoeken en daar tijdig bij de bank over te klagen.

Het is namelijk zo dat in de Wet is bepaald dat een schuldeiser (in dit geval: een belegger) op een gebrek in de prestatie (bijvoorbeeld schending van de zorgplicht) geen beroep meer kan doen, indien niet binnen bekwame tijd nadat het gebrek is ontdekt (of redelijkerwijs had moeten zijn ontdekt) bij de schuldenaar (in dit geval: de bank) is geprotesteerd/geklaagd. In feite bestaat dat uit twee verplichtingen, namelijk de zogenaamde onderzoeksplicht (of er sprake is van een gebrek) en de klachtplicht (het op de hoogte stellen van de bank van een eventueel gebrek).

De Hoge Raad heeft bepaald dat de gedachte achter deze klachtplicht (artikel 6:89 BW jo 7:23 lid 1 BW) is:

“dat de schuldenaar wordt beschermd doordat hij erop mag vertrouwen dat de schuldeiser met bekwame spoed onderzoekt of de prestatie aan de verbintenis beantwoordt en, indien dit niet het geval blijkt te zijn, zulks, eveneens met spoed, aan de schuldenaar meedeelt.”

Simpel gezegd: het is niet de bedoeling dat na ontdekking van een gebrek te lang stil wordt gezeten, omdat de wederpartij/schuldenaar dan te lang in onzekerheid verkeert.
Recent heeft de Hoge Raad wel bepaald dat de belegger dan wel moet weten dat de bank iets te verwijten valt. Deze uitspraak treft u hier aan:

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2013:BY4600

De sanctie op te laat klagen is zwaar. Het is zelfs zo dat, indien zou vast komen te staan dat u als belegger te laat heeft geklaagd/geprotesteerd, dat dit verval van recht betekent. Het is dus van groot belang om zowel te onderzoeken of de bank wat te verwijten valt, en of u daarover moet klagen. Als advocaat financieel recht kan ik beoordelen of de aan de klachtplicht is voldaan en kan ik u ook bijstaan in het klagen en/of het opstarten van een procedure tegen de bank. Als advocaat financieel recht sta ik u daarin graag bij en kan uw juridische positie bepalen.