Miljarden voor Defensie: wie wil participeren, moet op tijd voorbereid zijn
Categorie: Defensie
Vandaag staat het nieuwe kabinet op het bordes. D66, VVD en CDA hebben aangekondigd de defensie-uitgaven fors op te voeren. Reuters rapporteerde daarbij dat dit is gericht op circa 5 miljard euro per jaar en dat de totale extra defensie-inspanning uiteindelijk kan oplopen tot ongeveer 19 miljard euro per jaar, met een groeipad richting 2,8% van het bbp in 2030 en 3,5% in 2035.
Hiermee ontstaat een grote vraag naar ondernemers die zich richten op de defensiemarkt. Deze vraag biedt veel kansen voor ondernemers die goed zijn voorbereid op de toenemende vraag van het Ministerie van Defensie.
Voor ondernemers is de toenemende vraag het zichtbare deel. Het minder zichtbare deel is hoe de ambities van het minderheidskabinet zich vertalen naar opdrachten, selecties en vergunningen. Opereren op de defensiemarkt gaat niet alleen over het ‘kunnen leveren’ van strategische en dual-use goederen. De juridische vraagstukken die spelen zijn wellicht nog groter.
De vragen die u kunt stellen zijn: welke routes moet uw onderneming volgen, welke informatie mag en moet u delen, welke eisen gelden rond leveringszekerheid en veiligheid, en welke regelgeving gaat spelen zodra u opschaalt, zoals investeringsscreening en exportcontrole.
Betreden van de defensiemarkt is voor bedrijven geen uniform proces
Wanneer een onderneming de defensiemarkt betreedt, komt zij niet terecht op een klassieke markt met openbare aankondigingen en heldere procedures. In de praktijk is het een genuanceerd proces waarbij kennis en ervaring essentieel is.
TenderNed heeft dat onlangs in cijfers inzichtelijk gemaakt. Over de periode 2023 tot en met 2025 werd in 19% van de gevallen een defensie- en veiligheidskader gebruikt. Dit betekent dat er vaak geen sprake is van openbare procedures en onderhandelingen omdat er sprake is van gevoelige informatie. Bij deze procedures worden partijen vooraf geselecteerd waarbij streng wordt gecontroleerd op veiligheidsrisico’s.
Hiermee wordt dus vooraf bepaald wie een voorstel mag doen en welke onderneming de kans krijgt de defensiemarkt te betreden.
Tot slot signaleert TenderNed dat defensieaanbestedingen gemiddeld minder inschrijvingen aantrekken door de hogere drempels en strengere toetredingseisen.
Welke procedure moet u gebruiken voor toegang tot de defensiemarkt?
De eerste keuze waarmee een onderneming te maken krijgt, is de procedure die zij dient te gebruiken om kans te maken de defensiemarkt te kunnen betreden. Deze drie sporen zijn tevens uitgebreid toegelicht in ons artikel over defensie en veiligheidsaanbestedingen.
Het eerste spoor is het reguliere aanbestedingsrecht voor opdrachten die, juridisch en feitelijk, niet primair als defensie of veiligheidsopdracht kwalificeren. Het tweede spoor is het specifieke defensie en veiligheidskader, dat aansluit op de Europese richtlijn voor defensie en veiligheidsopdrachten en ruimte biedt voor een procedurele inrichting die beter past bij vertrouwelijkheid en leveringszekerheid.
Het derde spoor is een uitzonderingsroute: het beroep op artikel 346 VWEU. Er wordt soms gedacht dat dit artikel kan worden gebruikt om aanbestedingsregels die zien op veiligheid te omzeilen. Dat is onjuist. De Europese Commissie heeft al langer benadrukt dat het om een strikt uit te leggen uitzondering gaat die per geval moet worden gemotiveerd, in het licht van de rechtspraak, en niet als generieke vrijstelling aanbestedingen op de defensiemarkt.
Voor ondernemers is dit geen vrijblijvende keuze. De gekozen route is essentieel om een kans te maken de defensiemarkt te betreden. Fouten in dit proces zijn fataal en kunnen ervoor zorgen dat uw onderneming al voordat zij de defensiemarkt heeft betreden, kansloos is om te participeren.
De fase vóór publicatie door Ministerie van Defensie
De fase vóór publicatie wordt vaak onderschat. TenderNed rapporteert dat het Ministerie van Defensie in de afgelopen drie jaar gemiddeld 56 marktconsultaties per jaar publiceerde en dat bij ongeveer één op de vijf aanbestedingen een consultatie voorafging. Dat is relevant, omdat in die fase de contouren van de opdracht, de haalbaarheid van de leveringstermijnen en de veiligheidseisen die aan de opdracht zullen worden gesteld kenbaar worden.
Wanneer uw onderneming verschijnt met een traditionele verkooppitch, mist de kern. Het Ministerie van Defensie selecteert niet alleen op “wat” u kunt leveren, maar ook op “hoe” u aantoonbaar kunt leveren binnen de randvoorwaarden van veiligheid, ketenbeheersing en continuïteit.
Naast deze randvoorwaarden zijn tijdens dit proces ook de juridische vraagstukken direct van belang. Welke informatie kan worden gedeeld ondanks vragen over geheimhouding, hoe beschermt u uw eigen positie zonder onvoldoende transparant te zijn, en hoe kunt u voldoende aantonen dat u voldoende zekerheid kunt bieden om te leveren wat u belooft.
Deze fase is essentieel om überhaupt een kans te maken op het moment dat de opdracht door het Ministerie van Defensie wordt gepubliceerd.
Leveringszekerheid is voor Defensie een belangrijke toets
Het geld dat naar defensie gaat wordt aanzienlijk meer. Hierdoor zullen ondernemingen die op de defensiemarkt (willen) opereren moeten opschalen. Hierbij wordt al snel gedacht aan het vergroten van de capaciteit, de personeelsbezetting en de productie.
Op de defensiemarkt zijn dit alleen vragen die minder relevant zijn. Op de defensiemarkt wordt opschalen vooral afgemeten aan beheersbaarheid. Het Ministerie van Defensie kan eisen stellen die verder gaan dan wat in civiele trajecten gebruikelijk is, juist omdat het Ministerie van Defensie leveringszekerheid, kwaliteit en betrouwbaarheid juridisch wil kunnen afdwingen.
Dat werkt door in de bewijsvoering die u moet kunnen leveren. Denk aan aantoonbare kwaliteitsborging, controleerbare ketenafspraken, en een governance-inrichting die past bij de gevoeligheid van de opdracht.
Wie die onderbouwing pas bij inschrijving bijeen zoekt, loopt al snel achter de procedure aan. Wie die onderbouwing structureel op orde heeft, kan sneller reageren, consistenter antwoorden en voorkomt dat een tender strandt op randvoorwaarden die niets met de techniek te maken hebben.
Europees militair inkopen wordt concreter door EDIP
De ambitie van het nieuwe kabinet staat niet op zichzelf. Op Europees niveau wordt in dezelfde richting gestuurd: gezamenlijke inkoop, industriepolitiek en het verminderen van strategische afhankelijkheden. In december 2025 heeft de Raad van de EU het European Defence Industry Programme (EDIP) definitief aangenomen, in een eerder artikel gingen we hier al uitgebreid op in.
Het programma voorziet in 1,5 miljard euro aan subsidies voor 2025 tot en met 2027, waarvan 300 miljoen euro is geoormerkt voor Oekraïne.
Voor ondernemers is vooral van belang dat EDIP niet alleen geld beschikbaar maakt, maar ook voorwaarden stelt die het speelveld concreet veranderen. In de verordening en de toelichting daarop ziet u bijvoorbeeld eisen die raken aan vestiging, zeggenschap en toeleveringsketens.
Van belang is dat EDIP onder meer werkt met toelatingseisen rond vestiging in de EU of geassocieerde landen en beperkingen wanneer sprake is van zeggenschap door een niet geassocieerd derde land. De Raad benadrukt daarnaast een ketenvoorwaarde: componenten van buiten de EU en geassocieerde landen mogen in beginsel niet meer dan 35% van de totale componentkosten van het eindproduct vormen.
Dat soort voorwaarden werkt door tot in uw bestuurskamer. Want zodra u gaat opschalen, komen investeerders, leverancierskeuzes en internationale partnerschappen sneller in beeld. De lijn die de Raad heeft ingezet, maakt die onderwerpen onderdeel van de toelaatbaarheid tot de defensiemarkt.
Opschalen raakt screening- en exportcontrole
De investeringsscreening en de exportcontrole van ondernemingen komen in de beginfase al snel aan de orde.
Sinds 1 juni 2023 is de Wet Vifo van kracht. De Wet Vifo heeft een veiligheidstoets voor investeringen, fusies en overnames die risico’s kunnen vormen voor de nationale veiligheid geïntroduceerd. De Rijksoverheid benoemt daarbij expliciet dat de wet zich momenteel richt op specifieke technologieën, waaronder dual use en militaire goederen.
Daarnaast is de controle op export van groot belang. In de praktijk gaat het niet alleen om fysieke goederen, maar ook om technologie, kennisdeling, bemiddeling en technische bijstand. De Europese samenvatting van het dual use kader benadrukt dat het controlesysteem ziet op onder meer export, doorvoer, tussenhandel en technische bijstand.
In ons vorige artikel hebben wij de Wet Vifo in praktische context geplaatst: strategische goederen en daarmee samenhangende diensten vragen om voorafgaande toetsing, vergunningen en strakke contractuele afspraken over informatie en samenwerking.
Wat dit betekent voor uw positie in de defensiemarkt
De plannen van het nieuwe kabinet zorgen dus niet simpelweg voor meer opdrachten. Het effect is een versnelling van trajecten waarin juridische randvoorwaarden eerder en zwaarder inwerken.
De kernvraag die u zichzelf vroeg in het proces moet stellen, is daarom niet alleen of u technisch kunt leveren, maar of u aantoonbaar kunt leveren binnen het juiste regime, met een dossier dat bestand is tegen selectie, contractdruk en toezicht.
Blenheim begeleidt ondernemingen die leveren aan het Ministerie van Defensie of zich in de defensiemarkt willen positioneren, onder meer bij aanbestedingsstrategie, contractvorming en vergunningen.
Wilt u uw onderneming positioneren of verder uitbreiden op de defensiemarkt, neem dan gerust contact op met één van onze specialisten.