17 februari 2026

Misbruik van procedures maken wordt door de rechter afgestraft

Categorie: Procederen

Misbruik van recht kan leiden tot afwijzing van een vordering, verzoek of aanvraag. Bijvoorbeeld tergend of roekeloos procederen ondanks eerder afwijzingen; executeren met beslaglegging terwijl er amper opbrengst zal zijn; of in geval van een oneigenlijk WOO verzoek. De overheidsinstantie kan dan een beroep doen op de misbruikbepaling van art 4.6 WOO of art. 3:13 BW. Een beroep op misbruikbepaling art. 4.6 WOO moet wel binnen twee weken gedaan worden door de instantie. In de zaak die ik hieronder bespreek mocht de gemeente door tijdsverloop niet langer gebruik maken van de bevoegdheid om op grond van artikel 4.6. van de Woo het verzoek niet te behandelen. Omdat wel sprake is van misbruik van recht in de zin van artikel 3:13 van het BW, heeft de rechtbank de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand gelaten.

Wetsartikelen die misbruik van recht of procedure tegengaan

Artikel 4.6 WOO – antimisbruikbepaling van Wet Open Overheid (WOO)
Indien de verzoeker kennelijk een ander doel heeft dan het verkrijgen van publieke informatie of indien het verzoek evident geen bestuurlijke aangelegenheid betreft, kan het bestuursorgaan binnen twee weken na ontvangst van het verzoek, dan wel onverwijld nadat is gebleken dat de verzoeker kennelijk een ander doel heeft dan het verkrijgen van publieke informatie, besluiten het verzoek niet te behandelen.

Art. 3:13 BW – misbruik van bevoegdheid
1 Degene aan wie een bevoegdheid toekomt, kan haar niet inroepen, voor zover hij haar misbruikt.
2 Een bevoegdheid kan onder meer worden misbruikt door haar uit te oefenen met geen ander doel dan een ander te schaden of met een ander doel dan waarvoor zij is verleend of in geval men, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen.

Voorbeelden van misbruik van recht

  1. Het indienen van ondermaatse, door AI geproduceerde processtukken, zonder die te controleren op juridische relevantie en juistheid (ECLI:NL:RBOBR:2025:8495)
  2. Iemand start herhaaldelijk procedures tegen dezelfde wederpartij over hetzelfde geschil, ondanks eerdere afwijzingen. De procedures bevatten grotendeels dezelfde argumenten en leiden telkens tot hoge kosten voor gedaagde.
  3. Een procedure starten tegen iemand gebaseerd op stellingen waarvan de eiser weet of redelijkerwijs behoort te begrijpen dat deze juridisch en feitelijk geen kans van slagen hebben.
  4. Een vonnis executeren terwijl dat nooit tot de enig resultaat kan leiden of de onmiddellijke executie tot een noodtoestand zal leiden, zoals bijvoorbeeld acute woningnood, faillissement, of onherstelbare schade ECLI:NL:HR:1983:AG4575 (Ritzen/Hoekstra).

Voorbeeld: WOO verzoek met kennelijk ander doel dan het verkrijgen van publieke informatie

In deze zaak is in het besluit van de gemeente uitgebreid gemotiveerd dat eiser met zijn Woo-verzoek kennelijk een ander doel heeft dan het verkrijgen van publieke informatie (dus sprake is van misbruik van recht). Het college is tot deze conclusie gekomen aan de hand van de uitlatingen van verzoeker in zijn verzoek, het aantal eerder gedane verzoeken van eiser en de aard en de omvang van de door hem gevraagde gegevens. Volgens het college wil eiser door het indienen van een zeer omvangrijk Woo-verzoek het college onder druk zetten om het door hem gewenste traject in te gaan. Verder vindt het college dat eiser het door het college gestelde aantal e-mails en Woo-verzoeken niet heeft bestreden en onvoldoende heeft beargumenteerd dat geen sprake is van misbruik van recht. Ten slotte heeft het college erop gewezen dat eiser door het indienen van steeds nieuwe Woo-verzoeken de indruk wekt dat het hem niet te doen is om het openbaar maken voor eenieder van publieke informatie, maar dat zijn handelwijze voortvloeit uit het feit dat hij zich niet neer kan leggen bij de uitkomst van eerdere procedures.

Onderbouwing van het WOO-verzoek

De eiser stelt dat hij opkomt voor burgerparticipatie en vergroening. Eiser vindt dat de informatievoorziening van de gemeente naar omwonenden en van het college naar de gemeenteraad beperkt is en dat afhandeling van Woo-verzoeken van betrokken omwonenden van (hoog)bouwplannen te wensen overlaat en dat dit indirect ten koste gaat van leefbaarheid en groen. Eiser voert aan dat hij gedreven door zijn ervaringen, het gebrek aan algemene transparantie over de afhandeling door het college en zijn zorgen over de door het college vastgestelde richtlijn veelschrijvers een Woo-verzoek heeft ingediend. Met dit verzoek wil hij met name beter te begrijpen hoe het college wel of niet leert van de afhandeling van Woo-verzoeken en wat het achterliggende doel van de richtlijn veelschrijvers is.

WOO-verzoek met ander doel van informatieverstrekking

De rechter vindt dat eiser de uitgebreid gemotiveerde conclusie van de gemeente dat sprake is van misbruik van de WOO procedure, niet weerlegd. Uit de inhoud van het Woo-verzoek blijkt dat wat betreft de inhoud van de verzochte stukken géén verband wordt gelegd met burgerparticipatie en vergroening; het WOO-verzoek heeft inzet een gesprek over participatie/belangenafweging bij ruimtelijke initiatieven af te dwingen. Op verschillende punten in zijn verzoek verwoordt eiser dat hij bereid is zijn verzoek te beperken of in te trekken wanneer hij een inhoudelijk gesprek krijgt of een analyse krijgt van wat, zo begrijpt de rechtbank, de gemeente Veldhoven geleerd heeft over afhandeling van Woo-verzoeken. Kortom: eiser wil iets voor elkaar krijgen, namelijk een gedragsverandering van de gemeente. Dit is het doel dat eiser met zijn Woo-verzoek nastreeft. Dat kwalificeert de rechter als misbruik van de Wet Open Overheid (WOO).

Omvangrijk WOO-verzoek als drukmiddel gebruikt

Ook telt mee dat eiser verzoekt om openbaarmaking van informatie met betrekking tot de afdoening van álle tot 1 januari 2020 ingediende Woo c.q Wob-verzoeken. Eiser heeft niet betwist dat hij zelf veelvuldig Woo-verzoeken heeft ingediend zodat in feite eiser nu (mede) openbaarmaking verzoekt van de afhandeling van zijn eigen Woo-verzoeken alsmede verzoeken van derden die verder ook niets met burgerparticipatie en vergroening te maken (hoeven) hebben. Eiser betwist verder ook niet dat zijn verzoek omvangrijk is. De door eiser geuite bereidheid om op punten zijn verzoeken te beperken of zelfs in te trekken wanneer het college gehoor geeft aan zijn wensen, benadrukt dat eiser de druk die vanuit zijn omvangrijke Woo-verzoek uit kan gaan niet is ontgaan. Het doen van een zeer omvangrijk Woo-verzoek als drukmiddel om iets voor elkaar te krijgen of de gemeente tot gedragsverandering aan te zetten is een ander doel dan het verkrijgen van publieke informatie. Het betoog van eiser slaagt daarom niet.

Geconsteerd misbruik moet snel in besluit vermeld worden

De beslissing om een Woo-verzoek op grond van artikel 4.6 van de Woo buiten behandeling te laten, moet twee weken na ontvangst van dat verzoek worden genomen, dan wel onverwijld nadat is gebleken dat de verzoeker kennelijk een ander doel heeft dan het verkrijgen van publieke informatie. In deze zaak motiveert de gemeente dat gaandeweg de behandeling van het verzoek geconcludeerd werd dat eiser kennelijk een ander doel had dan het verkrijgen van publieke informatie. Daarbij is erop gewezen dat eiser geen gebruik heeft gemaakt van de uitnodigingen voor een gesprek.

Hoe kijkt de rechtspraak naar de WOO misbruikbepaling?

De rechtbank komt in deze zaak tot het oordeel dat het beroep gegrond is omdat het college niet langer bevoegd was om nog toepassing te geven aan misbruikbepaling artikel 4.6 van de Woo. Dit betekent dat het bestreden besluit wegens strijd met artikel 4.6 Woo voor vernietiging in aanmerking komt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser met zijn Woo-verzoek echter wel misbruik gemaakt van zijn bevoegdheid zoals bedoeld in artikel 3:13 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Daarom bepaalt de rechtbank bepalen dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven. Per saldo hoeft het college het verzoek van 16 maart 2024 niet hoefde te behandelen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

WOO-verzoek kan misbruik van recht opleveren

Het is vaste rechtspraak dat ingevolge artikel 3:13 en 3:15 BW, de bevoegdheid om informatieverzoeken in te dienen niet kan worden ingeroepen voor zover deze bevoegdheid wordt misbruikt. Deze artikelen verzetten zich tegen inhoudelijke behandeling van een bij een bestuursorgaan ingediend verzoek, dat misbruik van recht behelst, en bieden een wettelijke grondslag voor ongegrondverklaring van een daartegen ingesteld beroep. Daartoe zijn zwaarwichtige gronden vereist.

Van de toepassing van artikel 4.6 van de Woo te worden onderscheiden van misbruik van bevoegdheid zoals dat in artikel 3:13 van het BW is neergelegd. Deze laatste bepaling heeft naar het oordeel van de rechtbank met de invoering van artikel 4.6 van de Woo zijn betekenis niet verloren. Artikel 3:13 van het BW schaart onder misbruik van bevoegdheid meer dan alleen de omstandigheid dat een bevoegdheid voor een ander doel wordt uitgeoefend dan waarvoor zij is verleend. Bovendien geldt ook niet de beperking dat moet worden beslist binnen twee weken na ontvangst van het verzoek c.q. uitoefening van de bevoegdheid of onverwijld nadat is gebleken dat de verzoeker kennelijk een ander doel heeft. Ook kan op grond van artikel 3:13 BW de onevenredigheid tussen het belang bij uitoefening van de bevoegdheid en het belang dat daardoor wordt geschaad, worden betrokken bij de beoordeling of sprake is van misbruik. Het zijn dus twee verschillend geformuleerde bepalingen die naast elkaar blijven bestaan en kunnen worden toegepast.

Oneigenlijk gebruik WOO-verzoek levert misbruik van recht op

naar het oordeel van de rechtbank is de conclusie dat eiser niet in redelijkheid tot de uitoefening van zijn bevoegdheid had kunnen komen. De rechtbank wil aannemen dat eiser begaan is met burgerparticipatie en vergroening maar de wijze waarop eiser daarop met dit verzoek uiting aangeeft, getuigt niet meer van een evenredige uitoefening van de rechten die de Woo hem bieden. Naar het oordeel van de rechtbank rechtvaardigen de door het college geschetste feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang bezien de conclusie dat eiser met zijn verzoek misbruik maakt van recht. Dat eiser in een voorkomend geval gelijk heeft gekregen bij de eerdere behandeling van zijn Woo-verzoeken, maakt niet dat niet meer de conclusie kan worden getrokken dat eiser met de indiening van dit verzoek misbruik maakt van zijn recht. De rechtbank zal daarom bepalen dat de rechtsgevolgen van het te vernietigen bestreden besluit in stand blijven. Het college hoeft dus eisers verzoek niet alsnog in behandeling te nemen.

Blenheim adviseert en procedeert over bestuursrecht en aanverwante wetten. We delen onze expertise graag met u.