Stoute schoenen aantrekken loont: Monshoe wint rechtszaak tegen sportgigant Puma
Categorie: Merkenrecht
Iedereen kent de iconische Puma-streep. Puma heeft die Formstrip ook als merk geregistreerd. Het populaire sportmerk meent dat de Waalwijkse schoenenfabrikant Monshoe inbreuk maakt op haar merkenrechten door ook schoenen met een streep erop te verkopen. Twee weken geleden maakte de Hoge Raad een einde aan deze strijd en besloot dat het publiek onvoldoende verband ziet tussen beide tekens, waardoor geen sprake kan zijn van merkinbreuk. Deze uitspraak laat zien dat zelfs tekens die op een merk lijken nog niet per se inbreuk maken als het publiek geen verband legt tussen de producten. De Hoge Raad verruimt dus in feite de vrijheid van ontwerpers.
Waar de schoen wringt
Het draait allemaal om een streep, die aan de zijkant van de schoenen zit. Puma heeft in 1960 een ontwerp als merk gedeponeerd. Dit was de eerste merkregistratie van de zogenaamde “formstrip”. In de daaropvolgende jaren zijn nog vele formstrip-merken geregistreerd voor de klasse sportschoenen.
Van links naar rechts: Formstrip 1960, Formstrip 1978 en Formstrip 2014
Monshoe heeft later ook een aantal schoenen met een streep op de mark gebracht.
Van links naar rechts, Schoen Schoecolate, Schoen Pearlz en het losse teken.
Volgens Puma maakt Monshoe met deze streep inbreuk op haar merkrecht. Daarvoor voert Puma twee gronden aan. Ten eerste zou er verwarringsgevaar kunnen ontstaan. Dat betekent dat consumenten zouden kunnen denken dat de Monshoe schoenen van Puma zijn, of dat er een economisch verband is met Puma (de zogenaamde b-grond). Ten tweede zouden de schoenen ongerechtvaardigd voordeel halen uit het onderscheidend vermogen en de reputatie van Puma of daaraan afbreuk doen. Dat wil zeggen dat Monshoe dus zou profiteren van de bekendheid van Puma’s Formstrip (de c-grond).
De vereisten voor overeenstemming
Het hof toetst eerst of het Puma-merk en het Monshoe-teken voldoende overeenstemmen. Voor beide gronden is namelijk nodig dat er in ieder geval enige mate van overeenstemming bestaat. Daarvoor wordt gekeken naar visuele, begripsmatige en auditieve overeenstemming. In dit geval hebben de tekens geen klank en ook geen betekenis, waardoor in deze casus alleen wordt gekeken naar de visuele overeenstemming.
Visuele overeenstemming
Er is geen discussie dat de tekens gelijkenissen vertonen. Beide zijn namelijk een lange streep waar onderaan een kromming zit. Er zijn echter ook verschillen. Zo heeft de Puma-formstrip telkens een verbreding aan de onderkant die het hof omschrijft als “uitwaaiering”. Deze heeft uitwaaiering zit niet in het Monshoe-teken, welke juist eindigt in een puntige afbuiging. Het hof acht de uitwaaiering een dominerend element van de Puma-beeldmerken, die niet is terug te zien in het Monshoe-teken. Daarnaast ziet het hof nog meer verschillen, zoals de dikte en scherpte van de tekens. Tot slot komt zij tot de conclusie dat er inderdaad enige visuele overeenstemming tussen de logo’s is, maar dat deze (zeer) gering is.
Wat vindt het publiek?
De crux in deze procedure ligt echter in de vraag of het publiek een verband zal leggen tussen de Formstrip en het Monshoe teken. Voor de b-grond is nodig dat het publiek bij het zien van het Monshoe teken kan denken dat die schoen van Puma is, of dat er een economisch verband bestaat. Voor de c-grond is nodig dat het publiek bij het Monshoe teken zal denken aan Puma. Voor de c-grond is dus een minder sterk verband nodig (‘afkomstig van’ vs. ‘denken aan’).
Het hof oordeelt dat het publiek geen verband zal leggen tussen het merk en het teken. Puma is natuurlijk wel een zeer bekend merk, zo ook de beeldmerken waar in deze zaak beroep op wordt gedaan. Daarnaast gebruiken beide bedrijven het teken op dezelfde soort producten, namelijk schoenen. Maar volgens het hof is de overeenstemming toch onvoldoende om te kunnen vaststellen dat het publiek bij het Monshoe teken zal denken aan Puma. Het publiek herkent juist de “uitwaaiering” en die ontbreekt bij Monshoe. Bovendien heeft Monshoe marktonderzoeken laten uitvoeren, waaruit telkens bleek dat het onderzochte publiek uit Nederland, België en Duitsland (in overwegende mate) geen verband ziet tussen de tekens. Omdat het publiek niet “denkt” aan Puma bij het Monshoe teken, kan dat teken vanzelfsprekend ook geen voordeel halen uit het Puma merk. De c-grond gaat dus niet op.
Verwarringsgevaar?
Hoe kan er verwarringsgevaar zijn als het publiek geen verband ziet tussen de tekens? Heel simpel, dat kan niet. Er is sprake van verwarringsgevaar wanneer het publiek wegens de gelijkenis van een teken kan denken dat een product van een onderneming afkomstig is. In dit geval is de mate van overeenstemming dusdanig gering dat het publiek het vereiste verband tussen de tekens niet zal leggen. Volgens de Hoge Raad is er daarom geen sprake van verwarringsgevaar.
Onderaan de streep
Geen verband betekent dus dat er geen sprake kan zijn van aanhaken en ook niet van verwarring. Vaak wordt zo’n verband al snel aangenomen als er gelijkenissen zijn. Zeker bij bekende merken. Als er voldoende verschillen zijn tussen twee tekens, kan er dus wel een gelijkenis zijn, maar zal het publiek geen verband leggen. Dat ontbrekende verband kan aangetoond worden met marktonderzoeken. De verweerder moet dan wel goed beslagen ten ijs komen.
In deze zaak is Monshoe in het gelijk gesteld. Zij kan de verkoop van haar schoenen dus zonder problemen voortzetten. Dat zullen ze vast vieren. Wij hebben wel een idee wat voor soort taart daar dan bij hoort.