12 maart 2026

Nieuwe verjaringstermijnen na collectieve acties: duidelijkheid voor ondernemers en financiële instellingen

Categorie: Financieel recht

De afgelopen jaren zijn banken, financiële dienstverleners en aanbieders van beleggingsproducten steeds vaker betrokken geraakt bij massaschadezaken. Niet alleen door individuele claims, maar vooral door collectieve acties van belangenorganisaties. Voor ondernemers en financiële instellingen speelt daarbij één vraag steeds opnieuw een cruciale rol: hoe lang kan iemand nog een individuele schadeclaim indienen nadat een collectieve uitspraak is gedaan?

Met het arrest van de Hoge Raad van 27 september 2024 (Groeivermogen) is hierover eindelijk duidelijkheid ontstaan. Recente rechtspraak, waaronder het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 september 2025 laat bovendien zien dat deze nieuwe lijn daadwerkelijk in de praktijk wordt toegepast.

In deze blog bespreken we wat de Hoge Raad heeft beslist, wat het hof hieraan toevoegt, en waarom dit arrest voor ondernemers, beleggers en financiële instellingen van grote betekenis is.

De casus: effectenlease en de lange nasleep van massaschade

Het arrest vindt zijn oorsprong in de bekende effectenleaseproducten van Groeivermogen N.V. Veel afnemers bleven na afloop van hun contract met restschulden achter. Vanaf 2005 startte de Vereniging Consument & Geldzaken (VCG) een collectieve actie die pas in 2019 eindigde. De rechter stelde vast dat Groeivermogen zijn bijzondere zorgplicht had geschonden bij bepaalde productvarianten (zoals de VermogensVersneller-tranches met restschuldrisico).

Veel afnemers waren géén partij in deze collectieve procedure, maar dienden later wel individuele claims in. De hamvraag: waren die claims nog ontvankelijk, of inmiddels verjaard?

Hoe werkt verjaring en stuiting in dit soort dossiers?

Voor schadevorderingen op grond van artikel 3:310 lid 1 BW geldt:

  • een korte verjaringstermijn van vijf jaar, vanaf het moment waarop iemand bekend is met de schade én de aansprakelijke partij;
  • een absolute verjaringstermijn van twintig jaar.

De collectieve actie van VCG was in 2005 gestart op een moment dat de korte verjaringstermijn bij veel afnemers al liep, maar nog niet was verstreken. Daardoor profiteerden zij van de stuitende werking van de collectieve actie. De Hoge Raad had in eerdere arresten (2014, 2015, 2017) al bevestigd dat een collectieve actie ook de verjaring van individuele claims kan stuiten.

Het twistpunt: hebben benadeelden zes maanden of vijf jaar?

Groeivermogen voerde aan dat artikel 3:316 lid 2 BW moest worden toegepast. Dat artikel bepaalt dat wanneer een ingestelde vordering niet wordt toegewezen, de stuiting alleen effect behoudt als binnen zes maanden een nieuwe vordering wordt ingesteld.

Volgens Groeivermogen gold dit ook voor afnemers die niet zelf hadden deelgenomen aan de collectieve actie. Zij hadden dus, aldus Groeivermogen, binnen zes maanden een eigen stuitingshandeling moeten verrichten.

De praktijk liet echter zien dat:

  • veel afnemers niet op de hoogte waren van de afloop van de collectieve actie;
  • een zesmaandentermijn praktisch onwerkbaar is bij duizenden benadeelden.

De Hoge Raad: nieuwe vijfjaarstermijn na collectieve toewijzing

De Hoge Raad kiest voor een heldere, praktische en juridisch goed verdedigbare lijn

1. De collectieve actie stuit ook de verjaring van individuele claims

Benadeelden kunnen zich dus beroepen op stuiting door de collectieve procedure, ook als zij geen formele partij waren.

2. De zesmaandentermijn is niet van toepassing

De collectieve vordering werd immers gedeeltelijk toegewezen. Dat betekent dat artikel 3:316 lid 2 BW niet van toepassing is. Het maakt niet uit dat de individuele benadeelde geen formele procespartij was.

3. Na de collectieve uitspraak begint automatisch een nieuwe verjaringstermijn van vijf jaar

Deze termijn volgt uit artikel 3:319 lid 1 BW.

Concreet:

  • Collectieve uitspraak onherroepelijk: 20 november 2019
  • Nieuwe verjaringstermijn: 21 november 2019 t/m 21 november 2024
  • Individuele procedures moesten vóór 21 november 2024 worden ingesteld

De claim die eind 2020 werd ingediend, was dus op tijd.

Het arrest van 2025: bevestiging van deze lijn

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden past op 2 september 2025 deze nieuwe verjaringsregel direct toe. Ook hier ging het om een VermogensVersneller-contract.

Het hof bevestigt drie punten:

1. Het product viel onder de collectieve actie
De stuitingswerking was dus van toepassing.

2. De nieuwe verjaringstermijn liep vanaf 21 november 2019
Het hof verwijst expliciet naar de Hoge Raad.

3. De claim uit 2020 was tijdig
Geen verjaring, en inhoudelijke beoordeling volgde.

Daarnaast behandelt het hof onderwerpen zoals zorgplicht, causaal verband en schadebegroting, maar de verjaringslijn is juridisch gezien het belangrijkste signaal naar de praktijk.

Wat betekent dit voor ondernemers, beleggers en financiële instellingen?

1) Meer rust en duidelijkheid voor benadeelden

Particulieren, ondernemers en MKB‑klanten krijgen meer tijd om hun claim zorgvuldig op te bouwen. Dat voorkomt dat waardevolle claims stranden op formele termijnen.

2) Geen race tegen de klok binnen zes maanden

Er is tijd om:

  • schadeberekeningen te laten maken;
  • deskundigenrapporten op te stellen;
  • intern en extern bewijs te verzamelen;
  • te onderhandelen met de financiële instelling.

3) Financiële instellingen moeten langer rekening houden met claims

De strategische impact is groot: het claimrisico blijft langer bestaan, en verjaringsverweren zullen minder vaak slagen.

4) Collectieve acties worden belangrijker

Een collectieve uitspraak vormt nu niet alleen een principieel oordeel, maar opent ook een nieuwe periode van vijf jaar waarin duizenden individuele claims kunnen worden ingediend. Voor massaschadezaken verandert dit de dynamiek aanzienlijk.

Conclusie

Met het arrest van de Hoge Raad van 27 september 2024 is een belangrijk knelpunt in het verjaringsrecht opgelost. Een collectieve toewijzing leidt voortaan tot een automatische nieuwe verjaringstermijn van vijf jaar voor individuele claims. Mits die claims op het moment van stuiting nog niet waren verjaard. Het arrest van het gerechtshof Arnhem‑Leeuwarden uit 2025 bevestigt dat deze lijn stevig is verankerd in de praktijk.

Voor de financial‑litigationpraktijk betekent dit dat:

  • benadeelden sterker staan;
  • verjaringsverweren minder effectief zijn;
  • collectieve acties strategisch waardevoller worden.

Het is belangrijk om goed in kaart te brengen welke verjaringstermijnen in uw situatie gelden. Dat voorkomt problemen achteraf en zorgt ervoor dat u tijdig de juiste stappen zet.