11 augustus 2014

Opheffing erfdienstbaarheid

Categorie: Bestuursrecht

Erfdienstbaarheden ontstaan hetzij door vestiging, hetzij door verjaring. Erfdienstbaarheden gaan teniet door afstand, vermenging en opheffing. De rechter kan op verzoek van de advocaat van een betrokkene een erfdienstbaarheid wijzigen of opheffen (5:78 en 5:79 BW):

  • indien er sprake is van onvoorziene omstandigheden die van dien aard zijn dat dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde van de erfdienstbaarheid niet van eigenaar van het dienende erf kan worden gevergd
  • indien de erfdienstbaarheid langer dan 20 jaar bestaat en het voortbestaan van de erfdienstbaarheid in strijd is met het algemeen belang
  • indien de uitoefening van de erfdienstbaarheid onmogelijk is geworden en de mogelijkheid niet zal terugkeren
  • indien er geen redelijk belang (meer) is bij de uitoefening van de erfdienstbaarheid en dit belang niet terug zal keren.
  • Of de rechter het opheffen van de erfdienstbaarheid zal toewijzen hangt af van de omstandigheden van het specifieke geval.
  • Ik kan u als advocaat vastgoed hierover graag adviseren.

Non Usus – niet gebruiken van erfdienstbaarheid – verval van erfdienstbaarheid

Verjaring door non usus (niet gebruik) was een onder het oude recht geldende wijze van tenietgaan van een erfdienstbaarheid (artikel 754-757 BW).

Per 1 januari 1992 is deze mogelijkheid van verjaring echter komen te vervallen.

Onder het oude recht ging een recht van erfdienstbaarheid teniet als daarvan gedurende 30 jaar geen gebruik was gemaakt (artikel 754, lid 1, oud BW). Op grond van artikel 69 en 73a van de Overgangswet nieuw burgerlijk wetboek, worden de onder het toen geldende recht verkregen rechten en voltooide verjaringen gerespecteerd. Als een recht onder het oud BW reeds was verjaard, moet dat dus ook nu nog gelden, ook al kent het nieuw burgerlijk wetboek geen verlies van erfdienstbaarheid door non-usus meer. Artikel 94 Overgangswet verlengt de werking van het oude recht echter nog met één jaar. Dit betekent dat verjaring door non-usus alleen nog kan gelden indien de verjaringstermijn vóór 1 januari 1993 was voltooid.

Verjaring erfdienstbaarheid

Onder het huidige recht zijn de gevolgen van niet-gebruik geregeld in artikel 3:106 BW.

Dit artikel bepaalt dat wanneer de verjaring van de rechtsvordering van een beperkt gerechtigde tegen de hoofdgerechtigde tot opheffing van een met het beperkt recht strijdige toestand wordt voltooid, het beperkt recht teniet gaat.

Artikel 3:314 lid 1 BW bepaalt vervolgens dat de termijn van verjaring van een rechtsvordering tot opheffing van een onrechtmatige toestand begint met de aanvang van de dag, volgende op die waarop de onmiddellijke opheffing van die toestand gevorderd kan worden.

Advies over erfdienstbaarheid door een advocaat

Heeft u een vraag over erfdienstbaarheden of wilt u de rechter verzoeken een erfdienstbaarheid op te heffen of te wijzigen?

Neem dan vrijblijvend contact op met een gespecialiseerde advocaat vastgoedrecht van advocatenkantoor Blenheim.