16 april 2015

Schadevergoeding na vrijspraak verdachte

Categorie: Bestuursrecht

Aansprakelijkheid justitie wegens onterechte verdenking en onschuld verdachte

In de rechtspraak zijn strenge criteria bepaald om voor schadevergoeding na vrijspraak of fout optreden van politie en justitie in aanmerking te komen. Bijvoorbeeld in geval van onterecht arrestatie, onterechte inverzekeringstelling of detentie; persoonsverwisseling door justitie, onterechte inval of justitieel onderzoek, e.d. Als iemand door dit foute optreden van politie of justitie schade lijdt kan hij proberen schadevergoeding te vorderen van de overheid. Bij onterecht optreden van politie of justitie (bijvoorbeeld de officier van justitie) bestaan voor de gewezen verdachte twee mogelijkheden tot schadevergoeding in verband met strafrechtelijk optreden van politie en justitie op de voet van onrechtmatige overheidsdaad.

Aansprakelijkheid overheid bij onterechte verdenking en gebleken onschuld verdachte

I. In de eerste plaats kan zich het geval voordoen dat van de aanvang af een rechtvaardiging voor dat optreden heeft ontbroken doordat dit optreden in strijd was met een publiekrechtelijke rechtsnorm, neergelegd in de wet of in het ongeschreven recht, dat van de aanvang af een redelijk vermoeden van schuld in de zin van art. 27 Sv. heeft ontbroken.

II. In de tweede plaats kan zich, ongeacht of in strijd met een publiekrechtelijke rechtsnorm is gehandeld, het geval voordoen dat uit de uitspraak van de strafrechter of anderszins uit de stukken betreffende de niet met een bewezenverklaring geëindigde strafzaak blijkt van de onschuld van de verdachte en van het ongefundeerd zijn van de verdenking waarop het optreden van politie of justitie berustte. Lees ook: schadevergoeding overheid.

Onterecht aanklagen door justitie grond voor schadevergoeding

De vraag is of ter zake van het optreden van politie of justitie een toereikende publiekrechtelijke grondslag bestond – waartoe ten minste is vereist dat sprake is van een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit in de zin van art. 27 Sv. – beoordeeld moet worden naar het tijdstip waarop dat optreden plaats heeft. Slechts indien bij voorbaat vaststaat dat geen veroordeling zal kunnen volgen of in redelijkheid niet kan worden betwijfeld dat het betrokken feitencomplex buiten het bereik van de strafbepaling valt waarop de tenlastelegging is toegesneden, is het instellen van een strafvervolging niet gerechtvaardigd en dus onrechtmatig. Bij de beoordeling achteraf of het optreden van politie en justitie civielrechtelijk gerechtvaardigd was, geldt een andere maatstaf dan bij de beoordeling of voor dat optreden van de aanvang af een toereikende publiekrechtelijke grondslag heeft ontbroken, in welk geval reeds op die grond onrechtmatig jegens de gewezen verdachte is gehandeld.

Geen risico-aansprakelijkheid justitie voor schade na vrijspraak

Dit is een restrictief criterium, dat is ingegeven door de gedachte dat er geen risicoaansprakelijkheid is in die zin dat de Staat het risico draagt schade te moeten vergoeden, indien de strafvervolging ten slotte, om welke reden dan ook, niet tot een veroordeling leidt. Anderzijds is er geen risico-aansprakelijkheid in verband met de onwenselijkheid dat de burgerlijke rechter zich anders in de regel ertoe genoopt zou zien in een daarop niet toegesneden procedure vragen onder ogen te zien tot het beantwoorden waarvan bij uitstek de strafrechter is toegerust en geroepen, en die deze, in geval van vrijspraak, veelal reeds bij gewijsde heeft beantwoord (vgl. HR 29 april 1994, nr. 15280, NJ 1995, 727). Overheidsaansprakelijkheid bij falend optreden van justitie is derhalve een op schuld gebaseerde aansprakelijkheid. De fout moet justitie toegerekend kunnen worden. De handelwijze moet de geleden schade van de verdachte veroorzaakt hebben om voor schadevergoeding door de overheid in aanmerking te komen.

Onterecht vervolgen wegens verdenking witwassen reden voor schadevergoeding?

Het vermoeden bestond dat sprake was van het instandhouden dan wel beheren van een systeem van coderekeningen dat erop was gericht om de identiteit van de gerechtigden tot het saldo op de respectieve bankrekeningen te verhullen. Het is niet in strijd met enige norm dat deze vermoedens over strafbare feitenzijn ontstaan. Indien sprake is, zoals is deze zaak, van een systeem van coderekeningen, kan daaruit op zichzelf het redelijke vermoeden worden afgeleid van bijvoorbeeld witwassen via geheime rekeningen dat dit systeem erop is gericht om de identiteit van de gerechtigden tot het saldo op de respectieve bankrekeningen te verhullen en dat dit gebeurt om te verhullen dat sprake is van enig strafbaar feit.

Gebleken onschuld en ongefundeerde verdenking?

De rechter onderzoekt uit de uitspraak van de strafrechter of anderszins uit de stukken betreffende de strafzaak blijkt van de onschuld van verdachte en van het ongefundeerd zijn van de verdenking waarop het optreden van de opsporingsambtenaren en justitie berustte. Geoordeeld moet worden in deze zaak dat niet voldaan is aan de “gebleken onschuld”-maatstaf. Nu aangenomen moet worden dat de strafzaak tegen [appellant] onder geen van beide categorieën van gevallen valt, is er geen mogelijkheid tot schadevergoeding in verband met strafrechtelijk optreden van de opsporingsambtenaren en justitie op de voet van onrechtmatige overheidsdaad. Buiten die twee categorieën bestaat er geen ruimte voor overheidsaansprakelijkheid voor strafrechtelijk optreden.

Vraag Mark van Weeren, advocaat gespecialiseerd in overheidsaansprakelijkheid, om advies over het recht op schadevergoeding na vrijspraak of fout optreden van politie en justitie.

Deze zaak betrof de uitspraak van Gerechtshof Amsterdam, 31 juli 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BX3781.