29 juni 2016

Schorsing besluit Minister SZW inzake stillegging werkzaamheden bedrijf

Categorie: Bestuursrecht

Besluit stillegging werk wegens overtreding Wet Arbeid Vreemdelingen

Voor stillegging van werkzaamheden heeft de Minister van SZW een beleidsregel opgesteld. Die beleidsregel komt er op neer dat het bedrijf of deel van een bedrijf stilgelegd kan worden als preventieve sanctie. De grondslag voor die sanctie ligt in artikel 17b lid 2 WAV. Het opleggen van deze sanctie door de inspectie SZW, een maand stillegging van schoonmaakwerkzaamheden, heeft vergaande gevolgen. Dat heeft geleid tot het verzoek een voorlopige voorziening van de advocaat van het bedrijf dat een maand zou moeten sluiten als gevolg van het besluit van de inspectie. De Rechtbank Amsterdam heeft in een uitspraak van 19 juni 2016 (AMS 16/3698) bepaald dat neerlegging van werkzaamheden (bestuursdwang) opgelegd door inspectie SZW niet acceptabel is. Ook over deze zaak: preventieve stillegging werkzaamheden.

Preventieve bestuursdwang: stillegging werk door Minister SZW niet toegestaan door rechter

In deze kwestie, betreffende een hotel, heeft de inspectie SZW ook al een boetebeschikking opgelegd en ook nog eens preventief gedurende een maand de werkzaamheden in het hotel stil te leggen, meent de rechter dat dit verder gaat dan nodig is voor handhaving van de Wet Arbeid Vreemdelingen. De rechter overweegt dat de Minister mogelijk buiten zijn bevoegdheid in het kader van de Wet Arbeid Vreemdelingen is getreden (hoewel de bezwaarprocedure en eventuele beroepsprocedure dat duidelijk moet maken). Niet alleen tewerkstelling door vreemdelingen geraakt wordt door het besluit van de Minister, ook worden andere werknemers het gehele bedrijf erbij betrokken en derhalve ook niet-vreemdelingen. Om die reden meent dan ook dat de Minister het besluit buiten zijn handhavingsbevoegdheid in het kader van de Wet Arbeid Vreemdelingen is getreden en ook in strijd met artikel 1 lid 1 van de Beleidsregel heeft gehandeld.

Geen boete naast bevel stillegging werk

Daarom is er voldoende reden voor de rechtbank het besluit van de inspectie SWZ te schorsen totdat in de bezwaarprocedure is beslist, omdat ook al een bestuurlijke boete is opgelegd van EUR 16.000,- en stillegging van de werkzaamheden ook een straf is (punitieve sanctie), zodat sprake is van cumulatie van sancties. De overtreder mag niet tweemaal voor dezelfde sanctie worden bestraft. De door de exploitant gevraagde voorlopige voorziening wordt toegewezen: de rechter bepaalt dat het bestreden besluit van de Minister wordt geschorst tot zes weken na de beslissing in de bezwaarprocedure. De Minister wordt veroordeeld in de kosten van de procedure.