2 juli 2021

Terugverdientijd investeringen bij een schaarse vergunning

Categorie: Vergunningen

De terugverdientijd van investering is voor ondernemers dus van belang. Zeker bij een tijdelijke vergunning. Hoe steekt dat juridisch in elkaar?

Juridisch kader voor vaststelling van terugverdientijd investeringen

Staatsraad Advocaat-Generaal mr. R.J.G.M. Widdershoven (AG) heeft in zijn conclusie van 25 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1421 onder 6.3 heeft overwogen dat bij het bepalen van de vergunningsduur rekening kan worden gehouden met de tijd die nodig is om de investeringen die moeten worden gedaan om van de schaarse vergunning gebruik te kunnen maken, terug te verdienen. De terugverdientijd en het antwoord op de vraag wat als een rendabele exploitatie moet worden beschouwd, dienen derhalve bij de waardering van het belang van de vergunninghouder als uitgangspunt te worden gehanteerd. Daarbij zullen alle relevante omstandigheden in de afweging moeten worden betrokken. Daarnaast bepaalt overweging 62 van de Dienstenrichtlijn over de duur van een vergunning een afschrijving van investeringen:

De verleende vergunning mag niet buitensporig lang geldig zijn, automatisch worden verlengd of enig voordeel toekennen aan de dienstverrichter wiens vergunning net is komen te vervallen. In het bijzonder moet de geldigheidsduur van de vergunning zodanig worden vastgesteld dat de vrije mededinging niet in grotere mate wordt belemmerd of beperkt dan nodig is met het oog op de afschrijving van de investeringen en een billijke vergoeding van het geïnvesteerde kapitaal.

Lees ook: 5 dingen die je over de duur en verlenging van een vergunning moet weten.

Terugverdientijd bij vergunning standplaats (ambulante handel)

Een voorbeeld voor een berekening. De terugverdientijd van investeringen in de ambulante handel bedraagt minimaal negen en maximaal twaalf jaar. Op basis van deze terugverdientijd kunnen gemeentebesturen de looptijd van vergunningen voor deze branche bepalen. Dat is te lezen in het rapport van SEO Economisch onderzoek, ‘Schaarse vergunningen en de terugverdientijd in de ambulante handel’.

Om de terugverdientijd te berekenen moet rekening worden gehouden met de omvang (en de frequentie) van de investeringen in vaste activa en de vrije kasstroom van de ondernemer. Door de vaste activa en de netto winst plus afschrijvingen op elkaar te delen wordt de terugverdientijd vastgesteld. In de berekening van de terugverdientijd dient rekening gehouden te worden met een redelijke vergoeding voor geïnvesteerd kapitaal. Daarnaast wordt rekening gehouden met de specifieke omstandigheid in de ambulante handel dat het gaat om kleine, vaak eenpersoonsbedrijven.

Berekening terugverdientijd met kasstroom

Her rapport noemt als berekeningsmethode: “ Met de kasstroombenadering kan de waarde van een vergunning in grote lijnen bepaald worden op basis van de inkomsten die een vergunninghouder er realiter mee kan genereren, minus de kosten die hij daarvoor moet maken. De vrije kasstroom bestaat uit de jaarlijkse opbrengsten uit de exploitatie van de ondernemingen. Deze opbrengsten vormen de financiële middelen waarmee de ondernemer zijn investeringen financiert. Deze vorm van investeringsanalyse kunnen ondernemingen toepassen om te bepalen of een investering haalbaar is of om een keuze te maken tussen verschillende investeringen. De uitkomst is een terugverdientijd, bijvoorbeeld tien jaar. Gelet op het risico van langlopende investeringen, is het economisch rationeel om die investering te kiezen waarbij de terugverdientijd het kortst is.

De formule die hieruit volgt:

Ook moet rekening gehouden worden met een redelijke vergoeding voor het geïnvesteerde eigen vermogen. Dat zijn doorgaans de kosten leningen (vreemd vermogen) en het rendement op eigen vermogen. Als uitgangspunt kan bijvoorbeeld genomen worden de gemiddeld kapitaalkosten voor de sector waar de vergunning betrekking op heeft. Bij ambulante handel bijvoorbeeld 7,5 %.

Schaarse vergunning mag alleen tijdelijk verleend worden

Schaarse vergunningen worden in beginsel niet verleend voor onbepaalde tijd, maar alleen alleen tijdelijk. Dat geldt bijvoorbeeld voor een vergunning voor een standplaats, speelautomaten, strandpaviljoen, coffeeshop, e.d. Het verlenen van vergunningen voor onbepaalde tijd zou de vergunninghouder immers onevenredig bevoordelen boven andere (potentiële) gegadigden en sluit bovendien uit dat die gegadigden in de toekomst naar de vergunning kunnen meedingen. Dit volgt uit het gelijkheidsbeginsel zoals bepaalt in o.m. uit de uitspraak Speelautomatenhal Vlaardingen (Raad van State, 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2927) en ook de Dienstenrichtlijn bepaalt dit.

Duur van schaarse vergunning moet onderbouwd zijn

Uit de uitspraak Rb. Den Haag, 28 augustus 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:8907 inzake de verordening speelautomaten in Noordwijk volgt dat de duur van een schaarse vergunning voldoende onderbouwd moet zijn. Een vergunningduur van 5 jaar in de verordening berust volgens de rechtbank niet op een zorgvuldig onderzoek, een kenbare belangenafweging en een toereikende motivering. Er heeft geen onderzoek plaatsgevonden naar wat een terugverdientijd en een rendabele exploitatie zou kunnen zijn. De rechter stelt de bepaling uit de verordening om die reden buiten werking.

Vergunning duur bij kansspelvergunningen

Bij vergunningverlening aan Holland Casino’s is uitgegaan van een vergunningsduur van 15 jaar en de flexwerking die hier van uitgaat op lokale casino’s. Gemeenten als Vlagtwedde, Sluis, Zoetermeer en Spijkenisse hebben bij de bij de totstandkoming van verordeningen voor speelautomaten gemotiveerd gekozen voor een periode van 10 tot 15 jaar. Ontwikkelingen in de kansspelbranche zoals de verhoging van de kansspelbelasting en de noodzaak tot verdere investeringen in verband met maatregelen ter voorkoming van kansspelverslaving zijn verder al langer bekend zijnde factoren die van belang kunnen zijn voor een zorgvuldige afweging over de vraag wat een redelijke vergunningsduur is.

In mijn boek “De strijd om schaarse vergunningen” (Kluwer, 2019) kun je meer over dit onderwerp lezen.